Goeie koffie!

Goeie koffie!

De bel gaat. Het is vroeg in de ochtend. Ik sta me net boven in mijn klusbroek te hijsen, voor een nieuwe arbeidzame dag, dus erg handig komt het niet uit, maar goed. Haastig mijn broek optrekkend en mijn gulp dichtknopend hots en bots ik op sokken de trap af om de deur open te doen voor, ja, jezus, hoogstwaarschijnlijk Jehova’s Getuigen natuurlijk, maar dat bedenk ik dan weer net te laat want nu is de deur al open.

De mevrouw die kennelijk had aangebeld was al halverwege het tuinpad weer af, maar nu ze de deur open hoort gaan keert ze schielijk terug. Het is een al wat oudere mevrouw. Nogal klein van stuk. Een indruk die nog eens versterkt wordt doordat ze zo’n twintig centimeter lager staat dan ik, op het tuinpad. Ik toren boven haar uit, in mijn voordeur, op mijn stoepje. Ze draagt een gewatteerde winterjas, een diep over haar oren getrokken grof gebreide wollen muts en een bril met zelfkleurende glazen. Vooral dat laatste geeft haar een in mijn ogen wat louche uitstraling.

Ze rommelt wat in haar tasje, zo’n oranje nylon tasje dat je heel klein kunt opvouwen zodat je altijd een tasje bij je kunt hebben, in je tas, en zonder verdere inleiding of zelfs maar begroeting vraagt ze of ik een pak koffie wil kopen. Ik zeg vragen, maar ik hoor niet echt een vraagteken. Ter illustratie houdt ze ook een pondspak koffie omhoog dat ze met enige moeite uit haar tasje tevoorschijn heeft geworsteld, maar uitnodigend zou ik dat gebaar niet willen noemen. Het is Douwe Egberts, verklaart ze nog, op een toon alsof er nu toch echt geen ontkomen meer aan is. Alsof ik nu wel gek zou zijn dit schitterend aanbod af te wijzen. Douwe Egberts! Stel je voor! Goeie koffie, dringt ze verder aan en steekt het pak nog maar eens wat hoger. De opbrengst, komt er dan terloops toch iets van een verklaring, is voor álle sportverenigingen van de stad. Ik kijk even naar haar jas, of ik iets van een button of een badge of een logo gemist heb, of zo’n keycord met een id-kaart eraan, maar nee. Ook het oranje tasje levert geen verder aanknopingspunt. Het is blijkbaar een particulier initiatief.

Normaalgesproken ben ik met een natte vinger en een lieve glimlach al te lijmen om weer eens donateur van iets liefdadigs en goedbedoelends te worden, maar hier heb ik al meteen helemaal geen zin in. Dat ik eigenlijk net koffie heb gekocht, pareer ik dus de aanval, zo gedecideerd mogelijk. Maar zo gemakkelijk kom ik niet van haar af. Dat had ik gedacht. Dat een extra pak koffie geen kwaad kan, klinkt het bijna verontwaardigd over zo’n slap excuus. Douwe Egberts!, benadrukt ze nog maar eens. Goeie koffie! En dat ze ervan af wil want ze is bijna door haar voorraad heen en ze heeft het wel gehad, ze wil naar huis. Ronduit chagrijnig klinkt het nu. Verwijtend. Ik ben een heel vervelende, lastige klant, dat mag ik gerust weten. Zestien euro, noemt ze dan haar prijs, zestien euro, dat is goedkoper dan in de winkel. Zestien euro?!, roep ik verbaasd, voor een pak koffie?! Het schalt over straat. Ja, nee, schampert de mevrouw over zoveel onbegrip, zestien euro, dat is natuurlijk voor twee pakken, en ze staat alweer in haar tasje te graaien, waar zo te zien inderdaad nog een pak in zit. Ze heeft namelijk nog maar twee pakken en als ik die nou koop, is zij er van af en kan ze naar huis. Het is duidelijk dat haar geduld op begint te raken.

Het mijne zit ook op het randje, maar in plaats van een hardvochtig en duidelijk ‘nee’ kies ik als doorgewinterd conflictvermijder toch weer voor een beleefde uitvlucht. Dat ik helaas geen contant geld in huis heb. Ik weet bijna zeker dat de mevrouw geen pinautomaat bij zich heeft, of een andere digitale oplossing, dus ik ga er vanuit dat het nu klaar is. Maar de mevrouw weet kennelijk heus wel dat ik op aandringen van de overheid een envelopje met bankbiljetten in de keukenla heb liggen en duldt verder geen tegenspraak meer. Nogmaals, ze heeft het gehad en wil naar huis. Dat ze kan wisselen, klinkt het nors. Ik ben door mijn tekst heen. Er valt een korte stilte waarin ik koortsachtig probeer te begrijpen wat hier gebeurt. Dan haalt de mevrouw haar schouders op en stopt het pak koffie terug in haar tasje. Dan houdt het op, concludeert ze bars. Dan moet ik het zelf maar weten. Mokkend loopt ze het tuinpad af.


Auteur: Jos van Venrooij

Schrijver, blogger, beeldend knutselaar, theatermaker