Oude liefde roest niet

Oude liefde roest niet

In een ver verleden bezocht ik de Vrije Academie in Den Haag, waar ik al snel verliefd werd op de grafische technieken. Vele gelukkige uren bracht ik door boven etsplaat en lithosteen. De magie van de uit het diepe zwart opdoemende drogenaald. Het wonder van de langzaam uit het niets terugkerende tekening op de steen. De spanning bij het lichten van het papier, de blijdschap bij een geslaagde afdruk. Het weerbarstige ambacht en het geluksgevoel dat te beheersen. Van schuchtere deelnemer ontwikkelde ik mij tot werkplaats-assistent en veelbelovend jong talent. Mijn werk hing in exposities en werd genoemd in recensies. Nou ja, in één recensie, maar niettemin was er de overtuiging dat ik kunstenaar zou worden. Dat ik kunstenaar was misschien zelfs. Ach ja. Het liep anders en er kwam van alles tussen waar ik ook niet ontevreden over ben.
Deze vakantie namen wij een drukpersje mee naar het vakantieadres. Ik had het al jaren in de werkplaats staan zonder er ooit iets anders mee te doen dan vage plannen maken. Nu moest het er maar eens van komen. Eerdere jaren hadden we ons al geïnspireerd overgegeven aan de cyanotype, dit jaar werd het de tetradruk, een soort armeluisversie van de drogenaald ets. Jong en veelbelovend ben ik allang niet meer, maar verliefd bleek ik nog steeds te zijn.

Eén dag beroemd

Eén dag beroemd

Afgelopen zaterdag speelden wij - op veler verzoek, kan ik er best eens onbescheiden aan toevoegen - de reprise van onze voorstelling Een Avond Met De Neven. Toch ook wel tot onze bescheiden verbazing opnieuw voor een volle theaterzaal. Met een staande ovatie na afloop, plus een toegift. Een enthousiast, aandachtig, soms ontroerd publiek. Warme complimenten en welgemeende loftuitingen in de kleedkamer en de foyer. Lieve berichtjes op de telefoon. Opnieuw verzoeken om een reprise. Eén dag beroemd.
Maar ja..
Vandaag hangen de overhemden die dienst deden als kostuum alweer gewassen aan de lijn. Klaar voor dagelijks gebruik. En in de supermarkt was er ook geen hond die me herkende, achter m'n karretje.

Weerzien

Weerzien

Op een tropisch warme Pinksterdag maakte ik een wandeling door het Roekelsche Bos en langs het Mosselse Zand. Dat is inmiddels wel bijna een jaarlijkse traditie te noemen, hoewel het zeker niet ieder jaar zo tropisch uitpakt als deze keer. Ook vaste prik daarbij is een bezoekje aan de Kolonie van Adri Verhoeven, ik week er dit jaar speciaal wat voor van de route af. In de loop van de tijd ben ik gehecht geraakt aan deze verzameling stenen. Zacht glanzend liggen ze in de bosrand, als met achteloze hand gestrooid. Onverstoorbaar. De gedachte dat ze daar altijd liggen, geduldig wachtend op een volgend bezoek, voelt als geruststellend, troostrijk, op een of andere manier.
Vorig jaar schreef ik een stukje over deze stenen en hun maker, in de rubriek Kunst Onderweg op mijn wandelweblog.

Een middag met De Neven

Een middag met De Neven

Wij leerden elkaar kennen als schoolreisvaders, op de basisschool van onze jongens. Die waren toen nog klein. We hebben het over zeventien jaar geleden, minstens. Ik had, om erger te voorkomen, het schoolreislied geschreven, op melodie van The Bare Necessities, het Berenlied van Baloe, uit Disney's Junglebook. Het heette Leve De Prehistorie en het ging over de prehistorie, want dat was het thema van de schoolreis, de prehistorie. Maarten bood aan daar piano bij te spelen en de rest, zoals dat heet, is geschiedenis. We oefenden dat een paar keer, het klikte en het smaakte naar meer en zo ontstond een vriendschap en een duo: De Neven. Uit mijn rijke kindertheaterverleden had ik nog een ruime voorraad liedjes liggen waar we voorlopig mee vooruit konden.
Zo speelden we kleine huiskamerconcertjes op de verjaardagsfeestjes van de jongens, onze eigen jubilea, feesten en partijen, benefietjes op de fancy fair van hun basisschool en bij andere bescheiden gelegenheden. In de loop van de tijd kwamen er nieuwe liedjes bij, vertalingen van uiteenlopend repertoire en in een overmoedige bui besloot ik het accordeon er maar weer eens bij te pakken. Er vielen regelmatig maandenlange pauzes waarin er niets gebeurde behalve allerlei andere dingen, maar we bleven altijd bestaan en vonden elkaar steeds weer terug. Het bleef altijd jeuken, op onze rug.
Vorig jaar besloten we dan de stoute schoenen aan te trekken, het plaatselijk theater af te huren en ons voor te bereiden op een serieus theaterconcert. We selecteerden uit ons inmiddels omvangrijk repertoire, stelden een rigide repetitieschema op, hielden ons daaraan, namen zanglessen, schreven tussenliggende dialogen, repeteerden zeven maanden lang, rommelden een decor bij elkaar en nodigden meer dan honderd mensen uit te komen kijken.
Afgelopen zaterdag was de grote dag. We speelden onze voorstelling in het warme bad van een bomvolle zaal. Met applaus en complimentendouche na afloop. Een onvergetelijke ervaring. Een droom. Een kroon op ons werk, een kroon op onze vriendschap.

Nieuwe start

Nieuwe start

Na jaren trouwe dienst moet ik nu mijn werkplaats verlaten. Het is niet anders. Sinds het begin van de pandemie het creatief toevluchtsoord van de beeldend knutselaar die ik ben. De opslag ook van grote hoeveelheden gebruikt hout in niet gangbare maten, zeer uiteenlopende gevonden voorwerpen, kringloopvondsten, en laden en kratten vol dingetjes en dangetjes die ooit nog wel eens van pas kunnen komen. De afgelopen dagen ben ik druk in de weer dat allemaal uit de rekken te trekken, te sorteren en te bundelen in draagbare porties, om het straks min of meer overzichtelijk naar een nieuwe stek te verhuizen. Ik heb er gemengde gevoelens bij. De nieuwe start zorgt voor een energieke opgetogenheid, zeker, maar het afscheid van mijn oude plek geeft het toch ook een melancholiek tintje. Ik ben daar vatbaar voor.
Al doende blijkt trouwens dat mijn voorraad hout ook een schuilplaats voor de winter bood aan een handvol vlinders, zoals deze dagpauwoog, die een fotogeniek plekje had uitgezocht op deze zwart geschilderde plaat hout. Héél even zette hij de vleugels op een kiertje, als teken van leven allicht. Ik besloot hem maar te laten zitten en de plaat hout voorlopig op een beschut plekje achter te laten. Maar toen ik een uurtje later nog eens keek, was hij toch vertrokken. De lente tegemoet. Hoop ik. Voor een nieuwe start. Net als ik.

Voorproefje van de zelfkant

Voorproefje van de zelfkant

In een intieme huiskamersetting, voor een select publiek van genodigden, gaven wij op valentijnsdag een eerste voorproefje van ons op stapel staande theaterconcert. Wij, dat zijn De Neven. Muzikaal vriendenduo dat al jaren af en aan bestaat en nu de stoute schoenen maar eens heeft aangetrokken en het plaatselijk theater heeft afgehuurd voor een besloten theaterconcert, ter gelegenheid van een niet echt bestaand jubileum.
Terwijl het zonnetje vrolijk door de ramen kwam, brachten wij voor het eerst het tweede gedeelte van het programma, waarin wij een korte rondleiding gaven door de brokkelige wereld van Tom Waits. Waar de zelfkant vaak de enige kant van de zaak is. Waar achter de donkere wolken niet altijd de zon schijnt. Een oord bevolkt door ploeteraars, zwoegers en sloebers. Eenzame zielen. Knierten en krepsers. Een wereld waar de rafelranden niet worden weggewerkt, maar hartstochtelijk bezongen. In het Nederlands, uiteraard. Met liefde vertaald.

It was twenty years ago today

It was twenty years ago today

Speurend in de archieven, op zoek naar materiaal om deze site mee te vullen, deze poging tot overzicht, kom ik ook dingen tegen die ik eigenlijk al wel weer een beetje vergeten was. Zoals deze barokke koning. De koning zonder kroon. Een voorstelling met de Theaterwerkplaats Alkmaar, naar schatting in 2006. It was twenty years ago today, zogezegd. Het was een bewerking van het gelijknamig kinderboek van Marianne Busser en Ron Schröder. Ik moet er wel bij zeggen dat ik daar nu, jaren later, pas achter kom, sorry daarvoor. Waar ik dan trouwens wel ook meteen achter kom, is dat de titel inmiddels ook gekaapt is door Levina van Teunenbroek, die het zonder gêne toevoegde aan haar serie titels met zonder erin. Enfin, beter goed gejat dan slecht verzonnen, luidt het cliché.

Dierbaren

Dierbaren

Met vriendin en collega Conny bezocht ik het Stedelijk Museum Alkmaar, waar zij nog nooit geweest was. Dat was op zichzelf al een goede reden om eens te gaan. We kwamen vooral voor de tentoonstelling Dierbaren, van Emo Verkerk. Wat een zeer bescheiden tentoonstelling bleek te zijn, in een zeer bescheiden bovenzaaltje. Maar reuze sympathiek. Woorden die op Emo Verkerk misschien ook wel van toepassing zouden kunnen zijn, maar dat weten we niet want we kennen hem niet persoonlijk. Zijn werk oogt in elk geval erg vriendelijk en liefdevol. Vrolijk. Precies wat we nodig hebben in deze bange tijden. Allebei verlieten we het zaaltje met de wens zó te kunnen schilderen. Waarmee we niet bedoelden hoe razend knap en Rembrandtesk het allemaal was, maar veel meer het zorgeloze, het vrije, en het lak hebben aan perfectie. Nog te zien t/m 8 februari van dit jaar.