We waren in Middelburg, mijn vrouw en ik, voor een wat het weer betreft niet ideaal gepland weekendje weg. Hadden wij ons allicht verheugd op wandelingen over het strand, en door het Zeeuwse landschap, romantisch beschenen door een voorzichtig proberend eerste lentezonnetje, in werkelijkheid was het gewoon nog uitgebreid februari, waaide het ongenadig hard, was het snijdend koud en leek regen nooit ver weg. Vandaar Middelburg. Overdekte activiteiten. Ook niks mis mee.
Zo kwamen we bijvoorbeeld terecht in boekwinkel de Drukkerij, waar het warm en gezellig was. Waar het gonsde van de mensen op zoek naar een boek, waar de horeca het nauwelijks bij kon benen en waar op beschaafd volume live muziek werd gebracht door twee keurige jongemannen. Na ieder nummer klonk een nauwelijks hoorbaar applaus. De elpee, werd nog beleefd vermeld, was straks in de winkel verkrijgbaar.
Op ons gemak dwaalden wij langs de schijnbaar oneindige hoeveelheid boekenkasten, die als open cirkels over de ruimte waren uitgestrooid en zo een doolhof vormden van beschutte kamertjes die zeer tot genoeglijk neuzen en bladeren uitnodigden. We wisten onze hebzucht tot vier titels te beperken, waaronder Welkom bij de club, het debuut van Thomas van der Meer, vanwege zijn liefdevolle en fijnzinnige manier van schrijven mijn favoriete columnist in het Volkskrant Magazine. Eenmaal weer buiten bevond zich schuin aan de overkant van het plein de Vleeshal. Expositieruimte voor hedendaagse kunst. Wij zijn kunstminnende mensen en met de museumkaart in de hand, besloten wij, konden wij ons er sowieso geen buil aan vallen.
We werden ontvangen door twee vriendelijke medewerkers met een grote, witte V op hun t-shirt, die ons na het inchecken op het hart drukten vooral voorzichtig te zijn bij het kunstwerk dat in het midden stond opgesteld, omdat daar gebruik was gemaakt van glas. Wij beloofden voorzichtig te zijn, namen de bijbehorende beschrijving in ontvangst en betraden de expositie.
Nou, ik zal het maar meteen eerlijk en oneerbiedig zeggen, ik had aan één blik genoeg: dit werd niks. Er stond of hing ook bijna niks trouwens. We liepen binnen in een enorme zaal, een schitterende ruimte, met een hoog, fraai afgewerkt meervoudig gewelfd plafond, zwarte, natuurstenen plavuizen op de vloer, boogvormige nissen in de witte, gemetselde muren, spitsboogramen voor een kerkelijke lichtinval. Een stoere doch serene uitstraling. Nee, aan de ruimte lag het niet, die had beslist beter verdiend. Het was de kunst.
Tegen de verste wand werd op cinemascopeformaat een waarschijnlijk met een telefoon opgenomen filmpje van twee elkaar aantrekkende en afstotende handen afgespeeld, waarvan wij dachten dat het misschien nog wel leuk voor Sesamstraat was geweest, als er maar van die oogbollen op de vingers hadden gezeten. Vanwege het formaat leek dit even het enige geëxposeerde te zijn, maar links stonden wat verloren in de ruimte ook nog vier tv toestellen, met ieder een stoel ervoor, waarop je onder meer kon kijken naar een filmpje van iemand die tergend langzaam zijn of haar gulp opendeed waarachter dan een lichtgevend oog bleek te zitten, of zoiets. Rechts stond een diaprojector met een eeuwigdurende carrousel vol dia’s van tamelijk fletse tekeningen met veel nondescripte rode vlekken die zo klein werden geprojecteerd dat je ze feitelijk niet goed kon zien, wat dus misschien maar beter was.
In het midden van de ruimte dan het aangekondigde kunstwerk met glas. Een ruim tien meter lang spoor van in de vloertegels gegraveerde Duitse teksten, met aan weerszijden van iedere teksttegel een grijze straatklinker waarop dan inderdaad glas lag, dat de tekst als het ware op struikelhoogte overkapte. Het was niet zomaar een ruitje, nee, voor iedere teksttegel was een glasplaatje van naar schatting veertig bij veertig centimeter op een andere manier in verschillende stukken gesneden en neergelegd of gestapeld.
Het was precies het soort pretentieuze kunst waar ik vreselijke jeuk van in mijn nek krijg. Even bladeren in de beschrijving bevestigde mijn vermoeden: ellenlange abracadablabla verhalen met veel interessante nietszeggende termen en moeilijke, holle woorden. Geef mijn portie maar aan Fikkie, dacht ik. Maar dat had ik gedacht. Want toen ik mij omdraaide om te vertrekken stond daar de meneer met de V op zijn t-shirt. Ik schrok ervan en deinsde onwillekeurig wat achteruit. Pas op, zei mijn vrouw, en trok me aan mijn arm wat opzij, weg van de glasplaatjes. Thank you, zei de meneer met de V, met een minzaam knikje. Waarna hij uitlegde dat het een poem was, deze teksten in de vloer, een poem dat je tegel voor tegel kon lezen. En dat de tekst de meaning droeg, en de stukgesneden glasplaatjes de emotion representeerden. Bij het woord emotion hield hij zijn hoofd wat schuin en legde hij beide handen over elkaar op zijn hart. En mocht ons Duits misschien niet toereikend zijn, voorzag hij een mogelijke tegenwerping, er was een Nederlandse vertaling beschikbaar. Daar drukte hij mij die al in de hand. Thank you, zei ik, met een naar ik hoopte minzaam knikje. Verwachtingsvol bleef de meneer met de V echter staan. Waardoor mij, goed opgevoed als ik ben, geen andere mogelijkheid bleef dan de gang langs het gedicht alsnog te maken. Voorzichtig dat ik geen glasplaatjes stuk zou maken. Al was die behoefte er wel.







