Voor het eerst in wat langere tijd zat ik weer eens in de trein. Sinds ik mijn rijbewijs heb ben ik gewend en gehecht geraakt aan de geneugten en voordelen van de auto. Fraai is het niet, vanuit het woke gezichtspunt dat ik ook nogal eens uitdraag, maar zo is het nou eenmaal. De trein is duur, de trein is vaak goor, de trein zit stampvol irritant volk en doet er nogal lang over om ergens te komen waar je alleen maar ongeveer hoeft te zijn. Niet dat de auto nou zo goedkoop is, of dat je met de auto helemaal verschoond blijft van irritant volk, idioten en aso’s genoeg op de weg, maar je vertrekt in elk geval vanaf je eigen voordeur, op een zelfgekozen moment, en je parkeert precies waar je wezen moet, zonder wachten en overstappen op tochtige perrons. En je kunt er ook nog eens je eigen muziek bij luisteren. De rotzooi op vloer en achterbank is tenminste je eigen rotzooi.
Maar goed, nu was ik op weg naar een afspraak in de grote stad, waar wel eens wat bij gedronken zou kunnen gaan worden, dus dan is de trein de verstandige optie. Stampvol zat ie niet, dat moet gezegd. Het was wel even zoeken naar een plekje zonder kruimels en afval, vlekken en kleverige plekken. Eenmaal gezeten pakte ik, om enig tegenwicht te bieden aan de debilisering van de aan het heilig scherm gekluisterde samenleving, mijn boekje uit de tas en begon te lezen. Zomer op de gifbelt van Bibi Dumon Tak. Een handzaam klein boekje uit de serie Een wandeling van Van Oorschot. Ideale boekjes voor in de trein en zeer de moeite waard om te lezen. Een aanrader voor wie dat nog kan.
Heel lang ongestoord lezen was er dan weer niet bij want al snel schalde de conducteur door de luidsprekers. Het ‘beste reizigers’ bleef achterwege, hij stak meteen assertief van wal dat hij zijn ronde ging lopen om de kaartjes te controleren, dat wij allen geacht werden een geldig vervoersbewijs te kunnen tonen en dat wij natuurlijk wel allemaal leuke verhaaltjes op konden gaan hangen maar dat hij daar niet in zou trappen, als wij geen kaartje hadden kregen wij van hem gewoon een leuke boete want in een winkel mocht je ook niet stelen.
Hoewel ik er als braaf en gezagsgetrouw burger helemaal niets op tegen heb wanneer zwartrijders zonder al te veel begripvol en invoelend geknipmes een flinke boete krijgen opgelegd van een doortastende conducteur (m/v/x) en bij de minste tegenspraak eventueel met harde hand uit de trein worden gezet op een piepklein, verlaten en winderig stationnetje in de rimboe met een zeer beperkte dienstregeling, integendeel, want inderdaad, in een winkel mag je ook niet stelen; ik heb er wel bezwaar tegen, als braaf en gezagsgetrouw burger, op quasi olijke toon te worden toegesproken als iemand die op voorhand al niet te vertrouwen is. Iemand die de boel natúúrlijk zit te flessen. Hallo! Ik zit hier toch niet aan de balie van de sociale dienst? Ik betaal zes euro voor een ritje van een kwartier, en straks nog eens zes euro voor de terugweg, ik zou het zeer op prijs stellen tegemoet getreden te worden als braaf en gezagsgetrouw burger tot het tegendeel bewezen is. Wat zullen we nou krijgen..
Voor de terugweg, later op de avond, kwam ik per ongeluk terecht in een stiltecoupé. Ik lette niet goed op, meestal mijd ik de stiltecoupé als de pest omdat je je daar drie keer zo hard ergert aan precies dezelfde dingen als waar je je in de gewone herriecoupé aan ergert. En inderdaad, ik zat nog niet of ik hoorde het alweer. Een paar jonge, witte, alleenstaande boerenzonen zaten een filmpje te kijken, op hun telefoon, met uiteraard het geluid op schetterend volle kracht. Het was kennelijk een leuk filmpje want er werd veel, hard en hol bij gelachen.
Zoekend keek ik om me heen, maar nee.. de quasi olijke conducteur der rechtvaardigheid, met zijn bonnenboekje al in de hand, was nergens te bekennen.
In de winkel mag je ook niet stelen







 2.jpg)
.jpg)






