En daar lag ik. Languit op het beton. Het korrelig beton. Gestruikeld over een hekje. Of.. niet eens echt gestruikeld eigenlijk. En een hekje kon je het ook niet noemen. Het was zo’n lullig volleybalnet-achtig geval dat je eventueel onder stroom kon zetten om de schapen in de wei te houden. Hier was het kniehoog over de oprit gespannen om de hond op het erf te houden. Ik was er al minstens drie keer voor gewaarschuwd: pas op voor het hekje. De avond ervoor had ik nog meegelachen om het verhaal van de buurman die er van de week in het donker over gevallen was. Maar nu was het licht. En nu werd de hond uitgelaten. Nu lag het hekje slap op de grond. En ik zag het niet. Ik lette niet op, ik bleef er met mijn voeten in hangen en daar lag ik. Languit op het beton. Schaafwonden aan mijn handen, pijnlijke pols, opengeschaafde knie, blauwe plek op mijn jukbeen, ontzette en bekraste bril die de rest van het weekendje weg hinderlijk en raar scheef op mijn hoofd zou staan. Plus, het ergste van alles, een zwaar beschadigd ego.
Vandaag was ik bij de opticien, om iets aan die bril te laten doen. Ik werd geholpen door een leuke jonge vrouw die mij met een warme oogopslag en een bepaald mooie lach meelevend aanhoorde toen ik vertelde dat ik dit weekend dus was gevallen en daarbij niet alleen mijn ego, maar ook mijn bril had beschadigd. Ach, zei ze, wat naar, en nam de bril van mij over, boog wat aan het ontzette pootje maar kwam al snel tot de conclusie dat het waarschijnlijk niet helemaal goed meer was te krijgen en dat ze aan de butsen en de krassen sowieso niets kon doen. Maar dat ze wel de glazen, die gelukkig onbeschadigd waren gebleven, in een nieuw montuur kon plaatsen. Precies hetzelfde montuur, dat had ze op voorraad in de winkel. Vijf minuutjes werk. En omdat de bril nog geen twee jaar oud was, zag ze in het systeem, kon ze het nieuwe montuur met 50% korting aanbieden. Haar lach was nog steeds even mooi, haar oogopslag even warm.
Vijf minuten later zette ze me voorzichtig, bijna liefdevol de nagelnieuwe, glanzend opgepoetste bril op de neus. Hij was in één keer perfect afgesteld, ook nog. Ze keek me nog eens aandachtig in de ogen of de bril goed recht stond en vertrouwde me toen toe, nog altijd met die lach, dat hij me heel leuk stond. Écht heel leuk. En zo liep ik niet alleen met een onbeschadigde bril naar buiten, mijn ego voelde ook weer als nieuw.
Opgepoetst










 2.jpg)
.jpg)



