Alarm

Alarm

Op ons gemak dwaalden wij keuvelend en wel door de zalen van het Stedelijk Museum Alkmaar. Dat is altijd een fijne tijdsbesteding, dwalen door museumzalen. Zeker op een doordeweekse dag. Ook als er geen blockbusters hangen. Juist als er geen blockbusters hangen, beter gezegd. En die hingen er niet, in Alkmaar. Het was heerlijk rustig. In het kleinste zaaltje boven hingen schilderijen van Emo Verkerk, die we minstens een half uur geheel en al voor onszelf hadden. Er was de vaste verzameling Bergense School, die we deze keer maar eens oversloegen, dat wisten we nou wel eens een keer. We werden verrast door de eigenzinnige tekeningen van Marc Ruygrok en dompelden ons ten slotte onder in het in zwart wit gefotografeerde Alkmaar van vroeger, vergeefs op zoek naar een glimp van bakkerij Van Daalhoff, met wiens verre nazaat mijn gezelschap familiebanden onderhoudt. Het was de enige tentoonstelling waar het iets drukker was, nostalgie doet het altijd goed. Zo af en toe werd de algemene rust echter kort maar vrij hysterisch verstoord door een gillend alarm. In één van de andere zalen hing iets van een zwaard, of een sabel, of iets anders langwerpigs van grote archeologische waarde en dat werd beschermd met een alarm. Zodra iemand iets te ver naar voren boog om de details in zich op te nemen, gilde het door heel het museum. Dat hielp blijkbaar niet want het gebeurde met enige regelmaat. Nou goed. Het opvallendste daaraan, daarom vertel ik dit, was dat dit alarm, dit hysterisch gegil, vrij letterlijk het intro was van Crazy Horses, van The Osmond Brothers, uit 1972. Zo letterlijk, in mijn oren in elk geval, dat ik meteen de eerste keer dat ik het hoorde volkomen automatisch en precies op de tel met de bijbehorende bolle stem inviel met de juiste tekst: crazy horses. Waarna, om het kloppend te krijgen, het alarm weer had moeten klinken, wat natuurlijk niet gebeurde. Jammer eigenlijk. Jammer ook dat ik de enige was met deze Pavlov-achtige reactie. Het was toch leuk geweest wanneer na iedere gil van het alarm uit alle hoeken en zalen van het museum veelstemmig het crazy horses had geklonken. Bij wijze van flashmob of performance of zoiets. Overigens ben ik nooit fan geweest van The Osmond Brothers. Dat kwam vooral ook omdat alle meisjes er zo vurig mee weg liepen, in mijn jongensjaren, in plaats van met mij. Want oh oh oh wat waren dat toch een knappe jongens en oh oh oh wat konden ze toch goed dansen. Ik kon ze niet uitstaan. Tja. Niettemin loop ik nu dus wel alweer een paar dagen met Crazy Horses in mijn hoofd. Inclusief hysterisch gillend orgeltje, waarvan ik hier, ter afsluiting, graag een transcriptie had genoteerd, maar ik zou niet weten hoe. Het is niet anders.

Dierbaren

Dierbaren

Met vriendin en collega Conny bezocht ik het Stedelijk Museum Alkmaar, waar zij nog nooit geweest was. Dat was op zichzelf al een goede reden om eens te gaan. We kwamen vooral voor de tentoonstelling Dierbaren, van Emo Verkerk. Wat een zeer bescheiden tentoonstelling bleek te zijn, in een zeer bescheiden bovenzaaltje. Maar reuze sympathiek. Woorden die op Emo Verkerk misschien ook wel van toepassing zouden kunnen zijn, maar dat weten we niet want we kennen hem niet persoonlijk. Zijn werk oogt in elk geval erg vriendelijk en liefdevol. Vrolijk. Precies wat we nodig hebben in deze bange tijden. Allebei verlieten we het zaaltje met de wens zó te kunnen schilderen. Waarmee we niet bedoelden hoe razend knap en Rembrandtesk het allemaal was, maar veel meer het zorgeloze, het vrije, en het lak hebben aan perfectie. Nog te zien t/m 8 februari van dit jaar.