Na jaren trouwe dienst moet ik nu mijn werkplaats verlaten. Het is niet anders. Sinds het begin van de pandemie het creatief toevluchtsoord van de beeldend knutselaar die ik ben. De opslag ook van grote hoeveelheden gebruikt hout in niet gangbare maten, zeer uiteenlopende gevonden voorwerpen, kringloopvondsten, en laden en kratten vol dingetjes en dangetjes die ooit nog wel eens van pas kunnen komen. De afgelopen dagen ben ik druk in de weer dat allemaal uit de rekken te trekken, te sorteren en te bundelen in draagbare porties, om het straks min of meer overzichtelijk naar een nieuwe stek te verhuizen. Ik heb er gemengde gevoelens bij. De nieuwe start zorgt voor een energieke opgetogenheid, zeker, maar het afscheid van mijn oude plek geeft het toch ook een melancholiek tintje. Ik ben daar vatbaar voor. Al doende blijkt trouwens dat mijn voorraad hout ook een schuilplaats voor de winter bood aan een handvol vlinders, zoals deze dagpauwoog, die een fotogeniek plekje had uitgezocht op deze zwart geschilderde plaat hout. Héél even zette hij de vleugels op een kiertje, als teken van leven allicht. Ik besloot hem maar te laten zitten en de plaat hout voorlopig op een beschut plekje achter te laten. Maar toen ik een uurtje later nog eens keek, was hij toch vertrokken. De lente tegemoet. Hoop ik. Voor een nieuwe start. Net als ik.
Nieuwe start
