Vondst (H)

Vondst (H)

Om redenen die later duidelijk zullen worden, plaats ik hieronder een oud bericht van mijn inmiddels verwijderde weblog Het Bewijs. Het is een bericht van 2 juli 2025, maar, zoals dus later zal blijken, opnieuw actueel geworden.

Het was uit pure lamlendigheid, ik zal het eerlijk toegeven. Het land zuchtte onder een hitteplan, van alle kanten werd je toegebeten dat je vooral veel water moest drinken en binnen moest blijven. Rustig aan, geen onnodige inspanningen. Ramen en deuren gesloten. Zeker als je wat ouder was. Nou beschouw ik mezelf nog niet als wat ouder, maar het zit er wel aan te komen natuurlijk, met de grote 65 in zicht. En met onnodige inspanningen kun je sowieso niet voorzichtig genoeg zijn.
Zodoende zat ik binnenshuis mijn tijd aan de laptop te verbeiden, omdat het op de volkstuin inderdaad ongezond niet te harden zou zijn en het schilderen van de buitenboel - of ieder ander klus- of huishoudelijk werk - me nu onder de onnodige inspanningen leek te vallen. En zo kwam het dan, iedereen herkent het, dat ik tegen het eind van de dag, vóór het eten koken, mijn eigen naam nog even intikte in de zoekbalk van Duck Duck Go. Ik schaam me er verder niet voor.
En omdat ik een aantal weblogs bijhoud en ook anderszins wel eens de aandacht zoek, leverde dat een aardig rijtje zoekresultaten op. Waaronder inmiddels zelfs twee overlijdensberichten van mensen met dezelfde naam, maar daar wilde ik het niet over hebben. Waaronder ook een advertentie op een online tweedehands boekwinkeltje waarin mijn inmiddels 25 jaar oude versjesboekje Op Twee Oren in goede staat te koop werd aangeboden, voor € 7,50, exclusief verzendkosten. Maar ook daarover wilde ik het niet hebben.
Wat ik namelijk ook aantrof tussen al die resultaten was mijn verloren gewaande schilderij, waar ik al eens eerder een stukje over schreef. Een schilderij dat ik maakte voor mijn eindexamenexpositie aan de Haagse kunstacademie en dat ik daar, samen met een tweede schilderij, ik was nog jong en veelbelovend, verkocht aan de Haagse kunstuitleen.
Ik schreef in dat stukje dat ik dat tweede schilderij later weer op mocht komen halen omdat het anders vernietigd zou worden, wegens overtolligheid. En daar blijkt dat het geheugen ook maar een gebrekkig en onvolledig archief is, want bij doorklikken op dit resultaat bleek dat er bij de Haagse kunstuitleen, die inmiddels overigens om niet na te volgen redenen Heden/Today blijkt te heten, twéé schilderijen te huur zijn van Jos van Venrooy, want ik voerde nog de y-grec van mijn vader. Een geel en een blauw, om het maar even simpel te houden.
Het gele was het verloren gewaande schilderij, dat dus nog altijd geduldig in de rekken van de kunstuitleen staat te staan. Het blauwe was niet het schilderij dat ik van vernietiging gered had door het braaf weer op te komen halen. Uiteraard. Het was een schilderij waarvan ik het bestaan niet meer wist. Dat ik volledig was vergeten. Zelfs nu ik er de tamelijk slechte foto van op mijn scherm zag staan ging er niet meer dan een klein lampje branden, ergens op de achtergrond, hoewel het wel zeer duidelijk van mij was, dat wel.
En nu komt het, volgens een klein driehoekje rechtsbovenin de tamelijk slechte foto was dit schilderij verhuurd. Veertien euro per maand, betaalde iemand daarvoor. Wie weet hoe lang al. Je kon je er zelfs voor op de wachtlijst laten zetten.
Kijk, dat zijn toch de betere zoekresultaten. Opeens blijk ik toch nog kunstenaar te zijn, zonder dat ik het zelf wist. En mijn verloren gewaande schilderij is weer terecht. Ik overweeg het nu zelf te gaan huren. Voordat iemand anders het doet.

Voor kunstzaak (H)

Voor kunstzaak (H)

Om redenen die later duidelijk zullen worden, plaats ik hieronder een oud bericht van mijn inmiddels verwijderde weblog Het Bewijs. Het is een bericht van 4 februari 2020, maar, zoals dus later zal blijken, opnieuw actueel geworden.

Bij een onbesuisde opruimactie trof ik de foto van een al bijna vergeten schilderij. Een schilderij uit eigen koker nog wel. Ik maakte het op de kunstacademie, vele jaren geleden, voor mijn eindexamenexpositie. Het was één van de twee schilderijen die ik daar verkocht, wat ik destijds als een veelbelovende start van mijn carrière als beeldend kunstenaar beschouwde. Ach ja. Veel verder dan een veelbelovende start is het niet gekomen met die carrière en meer dan twee schilderijen heb ik nooit verkocht. Er heeft er nog wel één een paar weken proefgehangen in het trappenhuis van een verzamelende dame, die wellicht meende daarmee eventueel een aanstormend talent in huis te halen, maar die er uiteindelijk van afzag omdat het doek net iets te klein was om ergens precies tussen te passen en ik het voorstel het opnieuw te schilderen maar dan twintig centimeter groter met gekrenkte kunstenaarstrots van de hand wees. Daarmee bleven de verkoopcijfers voor eeuwig steken op twee.
Of eigenlijk ook weer niet, want één van die twee verkochte schilderijen was aangekocht door de kunstuitleen en daarvan kreeg ik een paar jaar later een brief met de mededeling dat het werk wegens overtolligheid discreet vernietigd zou worden wanneer ik het niet zou komen ophalen, op een bepaalde dag, binnen bepaalde uren. Ik ben mij altijd blijven afvragen hoe je iets discreet kunt vernietigen wanneer je de enige persoon op aarde die er blijkbaar nog om maalt er van tevoren per brief van op de hoogte stelt, maar ik klom op de aangewezen dag op het aangewezen uur wel op de fiets uiteraard, om mijn geesteskind te redden. Een weinig eervolle rit die alleen werd opgefleurd door de aanblik van mijn voormalige schilderdocent aan de academie, die met een groot schilderij onder de arm mismoedig in tegenovergestelde richting fietste. Ik wist waar hij vandaan kwam, hij niet waar ik naar toe ging.
Mijn geredde geesteskind heeft vervolgens nog jaren verkocht en wel in mijn atelier gehangen, en toen ik dat niet meer had nog geruime tijd in mijn huis gestaan, op steeds wisselende plekken, tot ik het uiteindelijk wegens gebrek aan ruimte zelf maar discreet vernietigde, samen met zijn overgeschoten broers en zussen waar de wereld ook niet op had zitten wachten. Behalve dus het schilderij op de foto. Dat ik al bijna vergeten was. Wat zou er van geworden zijn? Vraag ik mij nu dan maar even af, met de foto in mijn hand. Zou het nog ergens aan een muur hangen? Zou er nog wel eens iemand naar kijken? Af en toe? Of is alles voor niets geweest?