In eerdere berichten, recent en minder recent, vertelde ik al over mijn roemruchte verleden als beeldend kunstenaar. We spreken van ruim dertig jaar geleden, toen ik de academie verliet als gediplomeerd jong aanstormend talent. Van mijn eindexamenexpositie had ik aan deze en gene wat tekeningen verkocht en aan de kunstuitleen een paar schilderijen. Lang heb ik gedacht dat dat er twee waren, tot ik ontdekte dat het er zelfs drie geweest moeten zijn. Hoe die misvatting ooit is ontstaan valt achteraf niet meer te reconstrueren, maar op zekere dag vond ik tijdens het zelfgoogelen niet alleen een schilderij terug waarvan ik niet wist waar het was gebleven - bij de kunstuitleen dus - maar ook trof ik een schilderij van eigen hand waarvan ik zelf het bestaan was vergeten. Samen met het schilderij waarvan mij twee jaar na de verkoop vriendelijk verzocht werd het wegens overtolligheid weer op te komen halen omdat het anders discreet vernietigd zou worden, maakte dat dus drie.
Het schilderij waarvan ik het bestaan vergeten was, bleek bij de kunstuitleen niet alleen te koop en te huur te staan, het was zelfs verhuurd. Voor veertien euro per maand. Ik hoefde niet lang te rekenen om uit te vinden dat wanneer de kunstuitleen het schilderij laten we zeggen dertig jaar voor die prijs verhuurd had, er aanzienlijk meer aan verdiend was dan ik er ooit voor betaald had gekregen. Daar kun je nog wel eens een overtollig geworden schilderijtje gratis voor retourneren. Maar goed, bedacht ik dan maar, dat was nou eenmaal het lot van veel grote kunst, de lachende derde ging er met de poet vandoor.
Niet lang geleden tikte ik op een bloedhete en lusteloze zomeravond dan nog maar weer eens mijn eigen naam in, kwam opnieuw terecht op de site van de kunstuitleen en ontdekte dat het tweede schilderij, het schilderij waarvan ik eerder niet wist waar het gebleven was - bij de kunstuitleen dus - nu óók was verhuurd. De prijzen waren inmiddels met hun tijd meegegaan, momenteel doen beiden zestien euro per maand. Ergens op de wereld zijn er dus twee mensen die een schilderij van mij aan de muur hebben hangen, al is het maar op de gang, al is het maar op het toilet, en daar iedere maand zestien euro voor over hebben.
Jong aanstormend en veelbelovend talent ben ik natuurlijk al dertig jaar niet meer, een gevestigd kunstenaar kun je me ook zeker niet noemen, mijn bliksemcarrière liep vrij snel met een sisser af, maar helemaal onopgemerkt is het dan toch ook niet gebleven.
Zelfbegoogeling