Uitgebloeid is ook mooi

Uitgebloeid is ook mooi

In de serie uitgebloeid is ook mooi vind ik wel het steeds moeilijker al dat uitgebloeide en afgestorven spul te laten staan. Zoals dan goed is voor de insecten en de dieren. In de winter is het mooi natuurlijk, die skeletten en silhouetten die in al hun kale doodsheid nog wat reliëf geven aan het landschap van de tuin. Maar nu alles groen begint te worden en vol belofte uit begint te lopen krijg ik toch sterk de neiging het allemaal af te knippen, en af te rekenen met de winter.

Toch zeven

Toch zeven

Elke keer dat ik op de tuin ben, werp ik een mismoedige blik op de vijver, waarin ik vorige week mijn doodgevroren kikkertje vond. Mismoedig tot gisteren, toen ik tot mijn grote vreugde maar liefst twee piepkleine kikkertjes rond zag scharrelen. Dus misschien waren het er toch zeven.

Geblokt

Geblokt

Zonder al teveel verwachtingen stopte ik wat bolletjes van de kievitsbloem in de grond. Daar zou ik wel nooit meer van wat horen, dacht ik eerlijk gezegd. Maar dit is nu al het derde voorjaar dat wordt aangekondigd door dit tere bloemetje dat gebogen en bibberend in de gure oostenwind mooi staat te zijn. Nu nog in de knop, straks in vol geblokt ornaat.

Tweede kans (iedereen verdient een)

Tweede kans (iedereen verdient een)

Dit sierappelboompje heeft een paar jaar in onze voortuin gestaan, waar mijn vrouw er ieder jaar harder op ging mopperen dat het een raar, scheef boompje was dat eigenlijk niet aan de verwachtingen voldeed. En, het moet gezegd, het was inderdaad een raar, scheefgegroeid boompje en de appeltjes die er tegen de winter aan kwamen werden door de vogels alleen in allerhoogste nood gegeten. Wel heb ik van die appeltjes een paar zaailingen weten op te kweken, die op mijn tuin nu al twee jaar staan te aarzelen of ze het leven bij de horens zullen vatten of niet. Toen afgelopen herfst mijn vrouw de geest kreeg en het boompje moest wijken voor iets anders, kreeg het asiel in mijn tuin, bij haar eigen nakomelingen. Veel wortel zat er niet aan dus het was afwachten of het wat werd. Misschien was het een goed voorteken dat de meegeëmigreerde appeltjes met een paar dagen verslonden waren, de vogels op de tuin zijn kennelijk een stuk minder kieskeurig dan hun stadse broeders en zusters, in elk geval, nu de zon er een paar dagen op staat begint het boompje uit te botten. Het blijft afwachten, want voor hetzelfde geld is het een laatste oprisping maar ik geef er de voorkeur aan te denken dat het pure dankbaarheid is.

Strooiselroof over de schutting

Strooiselroof over de schutting

Het leuke van een volkstuin is: je krijgt zo af en toe wat van je buren. Mijn vrouw spot wel eens dat als ik dan eens iets eetbaars meeneem van de tuin, ik het van de buren heb gekregen, uit medelijden. Meestal is dat ook zo trouwens, afgezien van het medelijden misschien. Maar er komen ook wel andere dingen over de schutting dan andermans oogstoverschotten. Deze bandwilg, bijvoorbeeld, kreeg ik van mijn buurvrouw. Ze had 'm ergens gestrooiselroofd, en omdat ik haar dat woord had geleerd, en omdat ze er zelf geen plek voor had, mocht ik 'm hebben. De winter is ie doorgekomen in de pot en nu staat ie pollen te maken. Binnenkort maar eens kijken of ik nog ergens een plekkie heb.

Rode punten, gekartelde blaadjes

Rode punten, gekartelde blaadjes

Eerst dacht ik: wat leuk, mijn helleborus staat nieuwe punten te maken. Maar toen zei mijn vrouw: die heeft toch geen rode punten? Dus toen zei ik: dat weet ik niet, maar kijk die blaadjes, ook gekarteld. Toen zei mijn vrouw: heel vreemd, is het geen persicaria. Toen zei ik weer: dat weet ik niet, maar het staat er wel heel dicht bij, en ik heb daar geen persicaria neergezet. Toen zei mijn vrouw: heel vreemd, volgens mij is het persicaria. Vanmorgen stuurde ze een fotootje van de uitlopende persicaria in de voortuin. Rode punten, gekartelde blaadjes. Het is persicaria.

Update een jaar later: Ik vind het wel leuk om nog even te melden dat het weldegelijk de helleborus was die uit stond te lopen.

Hoop

Hoop

Ik kan niet zeggen dat ik tot nog toe monsteropbrengsten heb gehad, van mijn bessenstruiken. Ze staan er al vanaf het begin maar het blijft altijd een beetje armetierig. Toch krijg ik elke lente weer hoop, bij deze taferelen. Hoe kan het ook anders.

Eén van de zeven

Eén van de zeven

Het mag lente zijn, en de tuin mag op barsten staan van levenslust, met zwellende knoppen en opduikende groene punten, soms wordt er ook te vroeg gejuicht. De gunnera bijvoorbeeld, stak de eerste uitloper al vrolijk boven zijn warme winterdekentje van hooi uit en werd prompt door een nachtvorstje op de inmiddels bruine vingers getikt. Het eerste kikkertje, waar ik twee weken geleden nog zo opgetogen over jubelde, trof ik een week later bewegingloos drijvend aan in zijn vijvertje. Ook te optimistisch geweest blijkbaar. Hoewel, toen ik 'm uit het water viste, strekte hij nog wel de achterpoten, waardoor ik de hoop vatte dat ik te vroeg had getreurd. Er schoot mij prompt een oud en toepasselijk liedje te binnen, over een half bevroren boerensloot en zeven kikkertjes die bijna dood waren. Bijna. Maar toen het beestje twee dagen later nog altijd in dezelfde houding in het water lag als waarin ik 'm had teruggelegd wist ik beter. Niks bijna. Van die andere zes weet ik het niet, maar deze was toch echt hartstikke dood.