Boodschap

Boodschap

Herfst of niet, er zijn altijd volhouders die daar net als ik niet aan willen. Die hun kop in de wind gooien en onverdroten door blijven bloeien. Eerder noemde ik al de cichorei, die tot op de dag van vandaag iedere dag nieuwe bloemen tevoorschijn tovert van het teerste lila, alsof het nog volop lente is, alsof de zomer net is begonnen. Maar er zijn er meer die er zo over denken. De paardenbloem, bijvoorbeeld. De teunisbloem, onvermoeibaar. Het oranje havikskruid duikt overal op. Zelfs de braam kan er geen genoeg van krijgen. En zo zijn er verschillende plekjes op de tuin waar tussen het grote sterven en het donkerbruin verval de boodschap valt te lezen dat het straks allemaal weer goed komt.

Optimist

Optimist

Waar ie het vandaan haalt weet ik niet, maar we kunnen misschien een voorbeeld nemen aan de cichorei. Wat een optimist. Wat een doorzetter. Begonnen als groenlof, bij de ambitieuze start van wat toen toen nog een moestuin moest worden, maar wegens verregaande oneetbaarheid verwilderd in wat inmiddels de wat wildere tuin kan worden genoemd. Trekt zich niets aan van de herfst. Waar andere planten gelaten hun blad laten vallen, mistroostig de boel laten verdorren, levert de cichorei nog altijd onvermoeibaar elke dag, weer of geen weer, een handvol nieuwe bloemen.

Liedje in het hoofd

Liedje in het hoofd

Er is dat bekende liedje over de fuch fuch fuchsia, die daarin, met dus die ondeugende knipoog, bezongen wordt als een makkelijke, als het ware uit de hand etende plant. Iedereen kent het en wie dit leest heeft het waarschijnlijk de rest van de dag in het hoofd. Geeft niks, er zijn veel ergere liedjes om in het hoofd te hebben, die ik hier dan ook om mensvriendelijke redenen niet bij naam zal noemen. Maar goed. In mijn tuin geen fuchsia want die is in mijn hoofd onlosmakelijk vergroeid geraakt met het truttendom en de oudHollandsche goedburgerlijkheid. Iedereen het zijne, daar niet van en houd me ten goede, maar ik het mijne. Niettemin heb ik het genoemde liedje vaak in mijn hoofd wanneer ik de sedum zie staan. Het zingt niet zo lekker stout weg natuurlijk, maar een makkelijke plant is het zeker. Tevreden met niks en eigenlijk drie seizoenen in bloei. In de zomer verschijnen de bloemen in een groene uitvoering, dan kleuren ze langzaam naar roze om in de herfst op zijn felst in die kleur te staan, waarna ze gaandeweg steeds donkerder bruin worden, tot bijna zwart aan toe, om zo de winter door te komen. In het voorjaar, wanneer het nieuwe blad uit de grond tevoorschijn kruipt, knip ik ze af en laat ze bij elkaar gebonden nog een tijdje in een pot of vaas staan omdat ik ze dan nog steeds mooi vind.