Loos alarm

Loos alarm

Ik zal niet zeggen dat er meteen een luide kreet van angst en afgrijzen werd geuit, door mijn gezelschap op de tuin, toen ik haar wees op de rups die over mijn arm liep, maar het leek er wel een beetje op. Het was een best wel grote, geel zwarte rups met een uitbundige, witte haardos. Ik had geen andere bedoeling dan enigszins ijdel te onderstrepen hoe biodivers mijn licht chaotische tuin wel niet was, maar mijn gezelschap vroeg zich meteen af of dat geen kwaad kon, die haren. Was dat niet giftig? Was dit niet de beruchte en alom gevreesde eikenprocessierups? Code rood?
Ik zal ook niet beweren dat ik er daarna nog helemaal gerust op was dat dat niet het geval was, al beweerde ik van wel. Zoveel verstand heb ik er namelijk niet van, al liet ik dat niet merken. Ik was gewoon nog niet op het idee gekomen. Niettemin bewaarde ik mijn kalmte en nam de tijd de rups te fotograferen en door de app te halen. Ook niet helemaal van ijdelheid gespeend. Het was leuk gezelschap, dan heb je dat.
Wapendrager, was het oordeel van obsidentify. Goed, dat was dus geen eikenprocessierups, maar echt geruststellend klonk het natuurlijk ook niet, wapendrager.. Voor de zekerheid zocht ik nog even door.
Het wapen uit de naam blijkt te slaan op de gelige vlekken op de vleugeltippen van de vlinder, een nachtvlinder, die aan wapenschilden zouden doen denken, en niet op de haren van de rups. Verder lees ik dat de jonge rupsen in groepsverband hele bomen kaal kunnen vreten, zonder zeer specifieke voorkeur voor één soort boom. De volwassen rups leeft solitair en zoekt voornamelijk een plekje in de grond om te overwinteren en te verpoppen. De wapendragervlinder tenslotte, leidt een zeer bescheiden en onopvallend nachtelijk bestaan.

Dol op de kaardebol

Dol op de kaardebol

Het is hoogzomer op de tuin. Anders gezegd: het is er bloedheet. Zeker overdag is het er eigenlijk niet uit te houden. Wat jammer is, want behalve dat er nogal wat te doen is, staat er ook best wat in bloei waar nu maar matig van genoten kan worden. Zoals de kaardebol. Waarvan ik de prikkelige zaadbollen vorig voorjaar meenam uit een tropisch Bretagne en die zich bij deze temperaturen duidelijk senang voelt, om er ook maar meteen een tropische term tegenaan te gooien.
Het is wonderlijk om te zien wat een lieve, kleine bloemetjes zo'n robuuste, stekelige en weerbarstige plant erop nahoudt. Grappig ook hoe er vanuit het midden in ringen naar boven en naar beneden gebloeid wordt, als een sterretje dat je in het midden aansteekt. Wordt druk bezocht door vliegend volk bovendien. Van de week zag ik hoe een hommel de bloempjes één voor één bezocht en ze na gebruik uit de zaadbol leek te trekken om ze achteloos naar beneden te laten dwarrelen.
Ik ben dol op de kaardebol, mijn tuin staat er vol mee dit jaar en hopelijk zaait ie zich flink uit. Al hoop ik natuurlijk ook dat de puttertjes zich straks aan de pitjes tegoed komen doen. Conflicterende belangen, ik weet het, maar wat doe je eraan.

Goud wat er blinkt

Goud wat er blinkt

Ook weer zo'n beestje waarbij je niet meteen weet waar je mee te maken hebt. Ik niet in elk geval, laat ik dat er maar bij zeggen. Liep over de plastic mand waarmee ik inheemse gewassen aan het intomen was en kwam op mij over als een kevertje. Ik zag een bol, glimmend schild, korte pootjes en had al iets van goudkever in mijn hoofd want kijk eens even hoe chique dat glanst zeg. Het lijkt verdorie wel een sieraad. Een broche, of een dasspeld of een oorbelletje. Of, iets eigentijdser misschien, een piercing. Maar ik had het nog niet gedacht of het beestje maakte zich uit de voeten langs een draadje en maakte zich daarmee bekend als spin. Heliophanus spec, aldus obsidentify. Een springspin. Jaagt op het zicht, lees ik, en beschikt daartoe over zeer goede ogen. Beter dan alle andere spinnen, staat daar zelfs bij. Jaagt bij warm en zonnig weer en, de naam doet het al vermoeden, bespringt daarbij de prooi. Resteert de vraag die een trouwe lezer nu zou kunnen hebben: waarom heet de sprinkhaan geen springhaan, en waarom heet de springspin geen sprinkspin?

Een wonderlijke vondst

Een wonderlijke vondst

Eerst dacht ik met een nog kleine, onvolwassen grote groene sabelsprinkhaan te maken te hebben. Of met een kleine groene sabelsprinkhaan, want die bestaan ook. Groen istie in elk geval wel. En hij draagt een flink sabel ook, voor zo'n klein beestje. Dat ie onvolwassen is maakte ik dan weer op uit het feit dat ie blijkbaar net uit zijn oude, te klein geworden huid was gekropen. De lege huls hing er nog naast, als een transparante sabelsprinkhaan. Met een foedraal voor het sabel. Een wonderlijke vondst. Dat het een struiksprinkhaan bleek te zijn, volgens de app, doet daar niks aan af. Dat ze als jonkies net zo goed met tientallen tegelijk aangetroffen zouden kunnen worden ook niet.

De bedoeling

De bedoeling

Op het ogenblik, deze dagen, deze weken, ik zal het eerlijk toegeven, is het een beetje een verwilderde toestand op de tuin. Ik zou daar allerlei excuses voor kunnen aanvoeren - een drukke agenda, belachelijke temperaturen, de ongebreidelde groeikracht der natuur - maar dat vind ik niet nodig. Al heb ik het nu natuurlijk wel net gedaan. Paden zijn overwoekerd, het heermoes is kniehoog alomtegenwoordig, net als vele soorten gras, het terras dreigt aan vergroening ten onder te gaan en de braam grijpt als de wildeman die hij is om zich heen. En al ben ik een liefhebber van de wat wildere tuin, dit gaat zelfs mij iets te ver. Mezelf kwellend met de vraag waarom ik de boel niet wat beter in de hand houd, waarom ik niet wat meer tijd steek in het enigszins beheersen van de wildgroei aan inheemse gewassen, in plaats van maar met de telefoon in de hand verliefd achter allerlei beestjes aan te hobbelen, ga ik de jungle met maaier en snoeischaar te lijf. Korven vol trek ik de grond uit in een poging de boel weer een beetje toonbaar te krijgen, op zijn minst in mijn eigen ogen. Maar ook zie ik bij elke stap die ik doe, in mijn verwilderd paradijs, tientallen diertjes en beestjes voor mijn handen en voeten wegspringen of vliegen of fladderen. Zoals dit bruine zandoogje. Dus zó erg is het nou ook weer niet, denk ik dan maar. Dit was immers de bedoeling.

Voor wie er oog voor heeft

Voor wie er oog voor heeft

Al vanaf het prilste begin van mijn avonturen op de volkstuin hanteer ik het motto uitgebloeid is ook mooi. Destijds op instagram werd dat al een indrukwekkende serie foto's. En het is een standpunt waar ik nog steeds ten volle achtersta. Veel bloemen en planten die de bloei achter de rug hebben, laten skeletten en staketsels, zaaddozen en pluizebollen achter die in schoonheid niet onderdoen voor wat eraan voorafging. Een ander soort schoonheid, maar niettemin: schoonheid. Voor wie er oog voor heeft. Ik laat het altijd met liefde staan. Voor de insecten en de vogels die er hun voordeel mee doen, maar zeker ook voor mezelf. Al moet ik erbij zeggen dat het, nu de eerste uitgebloeide koeienogen zich aandienen, toch even slikken is. Nu al weer voorbij, denk ik onwillekeurig. Gevolgd door de onverbiddelijke vraag: heb ik er wel genoeg van genoten?

Rijk

Rijk

Het kan natuurlijk zijn dat ik me rijk reken, want dat komt voor. Tegelijk zou ik ook niet zo gauw een andere mogelijkheid kunnen bedenken. Een paar jaar geleden verhuisde ik een appelboompje vanuit onze achtertuin naar de volkstuin. Het was een kwijnend appelboompje, dat moet gezegd. Dat was ook de reden dat mijn vrouw hem niet langer duldde in de achtertuin. Ik was bereid hem de tweede kans te geven die iedereen verdient, ondanks de ook zeer kwijnende wortelkluit, en gaf hem een plekje in mijn biotoop. Hoewel het appelboompje de tweede kans bepaald niet met beide handen aangreep, liet ik, ook weer niet echt teleurgesteld, de afgestorven stam gewoon staan. Als ornament. Een memento mori, zo u wilt, waarom niet. Als hij mij dan geen appels te eten gaf, had ik bedacht, diende hij in elk geval allerlei insecten nog tot voedsel en leefgebied. Ik boorde er zelfs wat gaatjes in om de boel op gang te helpen, als uitnodiging aan bijtjes en wespjes. Of dat ooit succesvolle broedgevallen heeft opgeleverd weet ik niet, betwijfel ik zelfs, ik heb nog nooit zo'n gaatje dichtgemetseld gezien, maar vandaag zag ik dus deze verse haksporen. Waarvan ik me niet anders kan voorstellen dan dat die gemaakt zijn door een specht. Maar het kan natuurlijk zijn dat ik me rijk reken. Dat komt voor.

Niets is zeker

Niets is zeker

Het is wat met die Obsidentify app. Zelf vind ik dit dus een vrij ordentelijke foto van een sprinkhaan. Of een krekel. Of misschien nog wel iets anders, weet ik veel. Daarvoor haal ik 'm door de app, om daar achter te komen. En hoewel het dus, nogmaals, in mijn ogen een vrij ordentelijke foto is, word ik afgescheept met vage fifty fifty percentages: Ja, gut, een Veldsprinkhaan Onbekend misschien, wie zal het zeggen. Of anders iets uit de Chorthippus Biguttulus groep? Dat zou ook nog kunnen. Daar moet ik het dan maar mee doen. Terwijl van de soms wazigste, onderbelichtste en bewogenste foto's die ik zonder enige verwachting invoer regelmatig met grote stelligheid wordt beweerd dat het een Vergeten Tandkaak is. Honderd procent zeker. Of een Ichneumon Xanthorius. Ik noem maar even wat. En terwijl ik dan zo naar die foto zit te kijken vind ik het ook opeens wel iets van een haas hebben. Dat koppie, met die lange oren, en die blik. Ik zal waarschijnlijk de enige zijn. Obsidentify krijg ik er in elk geval niet in mee. Als ik voor de gein een sterk ingezoomde foto van dat koppie invoer is dat opeens een levendbarende hagedis. Met 91% zekerheid.