Lente in februari

Lente in februari

Wat een prachtige dag, zo opeens. Liepen we gisteren nog met een winterjas aan en een sjaal om te mopperen, op die kouwe winter die maar niet om wou, vandaag was het lente. Volop. Lente in februari. Dus wat je ook van plan zou zijn geweest, op zo'n dag als vandaag, je zou wel gek zijn om niet naar de tuin te trekken. Eindelijk kon het een keer. Nou goed, het weer was lente-achtig, de tuin lag er evengoed nog winters bij natuurlijk. Maar kijk, de eerste crocussen stonden nu toch volop in bloei, geel als de zomerzon. Het longkruid toonde zo hier en daar het eerste bloempje, een witte hier, een roze daar. En verdomd als het niet waar is, daar vloog de eerste hommel. Een steenhommel, was het volgens mij, met zo'n oranje achterwerk. Ze kwam zelfs even op m'n overhemd zitten, zo blij was ook zij met de lente. Zij, want het zal een koningin geweest zijn, op zoek naar een goede plek voor een nest. Ik hoop maar in mijn tuin. Voor ik mijn telefoon tevoorschijn had gegoocheld was ze alweer vertrokken.

Pioniers

Pioniers

Het zijn natuurlijk altijd wel de dappere pioniers van de lente, maar nu hebben ze misschien toch een kleine misrekening gemaakt. Hebben ze zich misschien een beetje laten misleiden door die anderhalve dag iets beter weer die we de afgelopen weken hebben gehad. Nu staan ze zich te verbijten in opnieuw opgedoken sneeuwbuien, nachtvorst en snijdende kou. Ik heb met ze te doen.

Het allerkleinste sprankje

Het allerkleinste sprankje

Van alle sprankjes hoop die ik aantrof op de tuin, waar een snijdende poolwind ieder voornemen wat langer dan vijf minuten te blijven in de kiem smoorde, moet dit het allerkleinste sprankje zijn. Het bloemetje van de hazelaar. Het vrouwelijk bloemetje van de hazelaar, om preciezer te zijn. De mannelijke bloemen hangen in lange, onbescheiden katjes aan de takken in de wind te bungelen. Die zijn niet te missen. Deze piepkleine rozerode puntjes zie je makkelijk over het hoofd. En dan lees ik ook nog dat de vrouwelijke bloemen in groepjes van drie of vier in een knopje huizen. Dit piepkleine rozerode puntje is dus eigenlijk nog een boeketje ook.

De eersten zullen de laatsten zijn

De eersten zullen de laatsten zijn

Gut, daar heb je de eerste mug al, zou je kunnen denken, dat is snel. Maar zo zit het niet. Het zit anders. Het is eerder de laatste mug. Het is namelijk een wintermug. Ik wist ook niet dat die bestonden, maar dit is er een. Z'n nakomelingen groeien op in en onder de strooisellaag, en voeden zich met dood hout, plantenresten en wat zich daar verder nog aan rottend spul bevindt. Rommelopruimers dus. Nuttig, zou je kunnen zeggen. Goed voor de bodem. En in tegenstelling tot zijn alom gehate zomerfamilie, steekt de wintermug niet. Nooit. Niemand. Van de volwassen wintermug wordt wel gedacht dat die helemaal niet eet, maar in elk geval dus geen bloed. Wat op een in de winter zo goed als verlaten volkstuincomplex misschien ook maar het beste is.

Mospissebed (onscherp)

Mospissebed (onscherp)

Als eerste beestje dit jaar kwam ik deze mospissebed tegen. De foto is onscherp, jammer genoeg want het ziet eruit als een mooi getekend beestje, maar dat komt omdat ik bij het fotograferen onderbroken werd door drie vrolijk groetende medetuiniers op een rijtje, die net zo enthousiast waren over het onverwachte mooie weer als ik. Dat kon ik niet ongemerkt voorbij laten gaan. Toen ik opnieuw door de knarsende knieƫn ging om de sessie te hervatten voor een betere foto was het model alweer in de strooisellaag verdwenen. Nergens meer te vinden. Het zijn snelle lopers, las ik in de boeken. En beschikt over meerdere puntoogjes dus had mij natuurlijk ook in de smiezen. Zodoende alleen deze onscherpe foto. Maar, lees ik ook, het is een algemeen voorkomende soort, dus een herkansing ligt voor de hand.

Voorboden

Voorboden

Okay, ik geef het toe, ik heb ze met een lampje moeten zoeken, maar ze waren er dan toch. De eerste voorboden van de lente. Naast de zon, die vanmiddag genadiglijk scheen. Speenkruid, groot ereprijs, paarse dovenetel en het madeliefje. In bloei. Bescheiden, maar toch. Het begin is er. Verder zag ik zwellende knoppen aan de braam, de zwarte els, de kastanje. Ik zag her en der de groene vingers van narcissen en hyacinten boven de grond uit komen. De Gunnera begint onder zijn winterdekentje al uit te lopen. De smeerwortel, de cichorei, het longkruid, de overblijvende ossentong, kaardebol, st Jacobskruiskruid.. het heeft er allemaal weer zin in. Net als ik.