De pleziertuinier

De pleziertuinier

Al wandelend kwamen wij in Franeker terecht. En aldaar in de Martinikerk. Want komen wij al wandelend langs een kerk waarvan de deur open staat, maken wij er een gewoonte van even binnen te lopen. Alleen al voor de sfeer. Het zijn vaak lieve, mooie en oude tot stokoude gebouwtjes waar de bewogen geschiedenis vanaf straalt.
In de Martinikerk troffen wij een expositie van denkelijk lokale kunstenaars waar ik het verder niet over wil hebben, behalve over dit werk van Ton Bouchier. Want dat vond ik wel geestig. Die drie mannen in hun gestreepte korte broeken, met hun blote basten in de verzengende zomerzon op de tuin. Ik hoop dat ze zich goed hebben ingesmeerd.
Alle drie staan ze er anders in zo te zien. De linker lijkt de moed in de schoenen te zakken. Een tikkeltje schuldbewust, bijna wanhopig overziet hij het werk dat maar niet gedaan wil zijn. De rechter is meer de voorzitter van de tuincommissie die vanuit zijn keurig aangeharkt bloemenparadijs met strenge, afkeurende blik constateert dat het er bij de buren heel anders aan toe gaat. In de middelste herken ik mijzelf. De pleziertuinier. Die met een gelukzalige blik in de ogen door zijn paradijsje struint, in het voorbijgaan al zijn plantjes groet en zich God in Frankrijk waant.

ZT (Mixed media, 2026)

ZT (Mixed media, 2026)

Het blijft maar januari. Er komt geen einde aan, lijkt het wel. Heel soms trek ik de stoute laarzen aan en neem een kijkje op de tuin, maar erg lang blijf ik er dan meestal niet hangen. Het is er koud en ja, troosteloos, toch wel een beetje. Terwijl ik er juist kom voor troost. Maar goed, je moet er wat van maken. En, je bent kunstenaar of niet, vandaag was dat deze tijdelijke mixed media installatie van een terracotta bloempot, een aardewerken schaal en ijs.

16 dm²

16 dm²

Het is natuurlijk altijd leuk wanneer de ene belangstelling in de andere overloopt. Twee vliegen in één klap, zou je daarover kunnen zeggen. Zo bezochten wij vandaag het Rijksmuseum Twente, in Enschede, waar een tentoonstelling is te zien met het werk van herman de vries. Die al een lange kunstenaarscarrière lang bezig is te laten zien hoe mooi de natuur van zichzelf eigenlijk al is. Dat je daar dus helemaal niets meer aan hoeft te doen, niets anders mee hoeft dan het te laten zien. Kijk, hoe móói dit is. Ik schreef er al eens eerder over, jaren geleden, naar aanleiding van een eerdere tentoonstelling. Voor het zaalvullende werk op de foto ontleedde hij bijvoorbeeld een willekeurig en onaanzienlijk stukje weiland ter grootte van een flinke stoeptegel, 40 bij 40 centimeter. Elk afzonderlijk plantje dat hij daarin aantrof wordt hier apart, in gedroogde vorm, tentoongesteld. 473 vrij alledaagse plantjes, waar je normaalgesproken achteloos je wandelschoen op zet, vullen nu drie museumwanden, en dat blijkt een fascinerende aanblik op te leveren. Wat een verscheidenheid in vormen, formaten en verschijningsvormen. Wonderschoon. Het is dat het geduld mij hoogstwaarschijnlijk ontbreekt, en dat het een soort plagiaat zou zijn, maar ik ben wel benieuwd naar wat een dergelijk onderzoek op mijn eigen wilde volkstuin zou opleveren.

Het gouden bruidspaar

Het gouden bruidspaar

Tussen de struiken en de boompjes en al het andere groen heb ik ook wat zelfverzonnen beelden staan. Ik vind dat leuk, een beetje voor me uit knutselen op niks af, voornamelijk met oude zooi en gevonden voorwerpen. Naast pleziertuinier ben ik beeldend knutselaar. Dit beeld is gemaakt van twee eikenhouten spijlen van het een of ander, twee metalen stangetjes uit een afgedankt tafelvoetbalspel, twee doppen van een fietsbel, twee grote, verroeste spijkers en wat ijzerdraad. Het heet Het Gouden Bruidspaar.

365 insecten

365 insecten

Met de Pinksterdagen maakten wij een cultureel uitstapje naar het Museum Arnhem. Zeer de moeite waard overigens. Officieel gingen we voor Jan Mankes, ook zeker de moeite waard, maar als beheerder van een insectenvriendelijke tuin was ik vooral getroffen door de tekeningen van Mariëlle Videler. 365 insecten, tekende zij. Een jaar lang elke dag één. Met haar vingers, zwarte verf en potlood, op gevoel. Krachtige, trefzekere tekeningen op middelgroot formaat. En hoewel ze niet naar een voorbeeld tekende en niet ieder getekend insect ook werkelijk zal bestaan, waren ze stuk voor stuk zeer herkenbaar. Ik vond het buitengewoon inspirerend.

Wesp

Wesp

Het is schaamteloze zelfpromotie natuurlijk, maar goed, waar anders voor onderhoud je een weblog. Tijdens ons culturele uitstapje in Museum Arnhem, en met name de 365 insecten van Mariëlle Videler, dacht ik onwillekeurig terug aan een serie gedichtjes over insecten die ik in een tamelijk ver verleden maakte. Met illustraties en al. E-rix klein insectenboek, noemde ik dat destijds, want ik publiceerde het op het toen nog tamelijk verse internet. Of het er ooit 365 geworden zijn betwijfel ik, maar veertien belandden er ooit in een boekje, uitgegeven door een opdrachtgever. De Depressieve Regenworm En Dertien Andere Vieze Beestjes, heette dat. Deze arme wesp stond er ook in.

IJssculptuur

IJssculptuur

Het is mosterd na de maaltijd natuurlijk, en al bijna niet meer voor te stellen nu het zonnetje zo lekker schijnt vandaag, maar twee weken geleden maakte ik nog deze ijssculptuur. Van de ijsdeksels van alle emmers en teiltjes die waren vol geregend de voorgaande wintermaanden. Inmiddels is de expositie opgeheven. En zijn de emmers en teiltjes weer vol geregend.