Een oude bekende

Een oude bekende

Kijk eens wie er ook weer is! De zwartgerande tuinslak. Een oude bekende. Vorig jaar zag ik hem nog dapper tegen de prikkelige en dode stengel van de kaardebol op klimmen, met z'n weke lijf. En vroeg ik me af wat ie daar te zoeken had. En of ie teleurgesteld zou zijn, na de zware en pijnlijke tocht vol ontberingen. Inmiddels las ik dat hij leeft van dode bladeren maar dat ie een levende brandnetel ook niet laat staan. Hij is wel wat gewend, blijkbaar. Verder voedt hij zich met dode regenwormen en andere slakken en, heb ik begrepen, slakkeneieren. Zelf wordt ie dan weer gegeten door egels, muizen, zanglijsters en merels. Je zou het zomaar een nuttig dier kunnen noemen. En, laten we eerlijk zijn, nog mooi om te zien ook.

Wonderlijk

Wonderlijk

Nog even over die zwartgerande tuinslak waarover ik een paar dagen geleden schreef. Die een lange reis langs de scherp gedoornde stengel van de kaardenbol had ondernomen, om daar niets anders te vinden dan dorre bladeren, dode bloemen en nog meer stekels. Ik had daarover mijn berichtje geschreven en was die avond tevreden naar bed gegaan. Voor het inslapen las ik nog een stukje in het boek van Renze Borkent, Kleine Natuur geheten. En verdomd als het niet waar is, ik was gebleven op bladzijde 151 onderaan, dus daar ga ik verder en dan lees ik binnen een paar zinnen het volgende: 'Ondertussen kruipt een zwartgerande tuinslak over de stengel van de kaardenbol die is voorzien van forse stekels. Dat lijkt me als weekdier zijnde een vrij onmogelijke ondergrond, maar blijkbaar kan het.' Ik noemde het al een herkenbaar boekje, dus dat was zeker niet overdreven. De schoonheid van het universum. Twee zwartgerande tuinslakken met dezelfde missie. Twee mannen die dat zien. En zich verwonderen.

Onverrichter zake

Onverrichter zake

Tja. De zwartgerande tuinslak. Daar zit ie dan. Wat bezielt zo'n beest, vraag je je af. Met welk idee begint hij aan zo'n reis? Het kan niet comfortabel zijn, met je zachte, slijmerige buik over die scherpe doornen van de kaardebol naar boven. Waarom besluit hij toch door te zetten? Dwars door de paincave. Waarom klimt hij door tot meer dan een meter hoogte? Ondanks de pijn. Waarom keert hij niet om, na de eerste drie doornen? Wat ik zou doen. Waarom denkt hij niet: bekijk het maar, ik zoek wel een andere stengel. Wat ik zou doen. Verwacht hij één of andere beloning, als hij eenmaal boven is? Een beloning voor het afzien. Voor zijn zelfkastijding. Is hij dan trots? Dat hij het toch maar geflikt heeft. Of is hij teleurgesteld dat hij boven niets anders aantreft dan dorre bladeren en dode bloemen? Waar trouwens ook weer stekels aanzitten. Is hij dan verongelijkt? Of boos? Heeft ie dan de pest in dat hij dat hele eind weer terug naar beneden moet, langs dezelfde doornen? Onverrichter zake. Dat niemand hem dat even gezegd heeft, van tevoren.

Eert uw vijand

Eert uw vijand

Het is de vijand natuurlijk, daarover bestaat geen twijfel, maar als je dit dan ziet, hoe zo'n schijnbaar plomp en hulpeloos beestje, zonder armen of benen, z'n huisje dicht stukadoort voor de winter, met zo'n keurig, flinterdun vliesje, terwijl dat huisje ook nog op z'n rug vastzit, dan moet je er toch ook bewondering voor hebben.