Het wrede lot

Het wrede lot

Ja kijk, ik probeer er dan een insectenvriendelijke tuin op na te houden, voor wat het waard is, dus alles wat rondvliegt en zoemt, kruipt en fladdert is van harte welkom om te gaan en te staan waar het wil. Ik ben niet te beroerd om onder een spinneweb door te kruipen, een hommel uit het water te redden, even te wachten tot een bij is uitgegeten, rupsen vrij baan te geven of een vlieg uit een web te bevrijden. Hoewel dat laatste alweer een dilemma kan zijn omdat je de spin dan van het zelf bij elkaar gescharrelde maaltje berooft. Maar goed. Vandaag stond ik dan toch met de handen in het haar te schuilen voor de regen, in mijn orangerie van scharrelhout. Een flinke wesp, die blijkbaar ook onderdak had gezocht, had zich tussen de golfplaten van het dak weten te wurmen. Daar zat hij, droog maar benauwd. Bekneld. Het was duidelijk dat hij zijn kont niet meer kon keren. Dat hij hier niet meer uit ging komen. En ik zag geen mogelijkheid hem te helpen, zonder mijn dak kapot te maken. Dat ging mij te ver. En ik weet wel dat alle wespen voorbestemd zijn deze dagen te sterven, deze ook, toch zat het me eenmaal weer thuis nog steeds niet lekker dat ik hem aan zijn wrede lot had overgelaten.

Janboerenfluitjeswesp

Janboerenfluitjeswesp

Bij mijn meest recente rondje door de tuin kwam ik van de week opeens weer allerlei insecten tegen. Eigenlijk voor het eerst dit jaar. Het kan zijn dat ik eerder niet goed keek, of dat ze er nu pas zijn, het kan ook zijn dat het waar is wat ze zeggen, dat het steeds slechter gaat met de insecten. Veelzeggend in dat kader is misschien ook dat ik bij het zoeken naar wat informatie over deze of gene vlieg of rups of wesp vaak als eerste te lezen krijg hoe je die zou moeten bestrijden. Hoe schadelijk ze wel niet zijn. Zo ook bij deze knollenbladwesp. Wat natuurlijk een grappige naam is, knollenbladwesp. Klinkt een beetje alsof je hem niet serieus hoeft te nemen. Een Janboerenfluitjesnaam. Die ook niet helemaal lijkt te kloppen want de larven, schijnrupsen weet ik inmiddels, houden vooral van het blad van de mosterdplant. In de mosterdteelt zijn ze dan ook niet populair, wat dan misschien ook wel weer te begrijpen valt. Ik vond het wel een aardig beestje, want waar de meeste insecten niet weten hoe snel ze zich uit de voeten moeten maken als ik eraan kom, met mijn camera in de aanslag, bleef deze knollenbladwesp onaangedaan zitten terwijl ik m fotografeerde. Ik kreeg zelfs de indruk dat hij terug zat te kijken.

Blauwtje

Blauwtje

Dat zie je toch niet vaak, blauwe dieren, zeker niet boven water, meende ik, zeker niet in Nederland. Maar deze rups is het, blauw. Dus ik dacht, simpel als ik ben, misschien wordt het wel een Icarusblauwtje. Of een gewoon Blauwtje, desnoods. Dat zou wat wezen, want hij was bepaald niet in zijn eentje, deze rups. Maar zo simpel als ik zit de natuur niet in elkaar en dat is misschien maar goed ook. Wat we hier hebben is de larve van de Monostegia Abdominalis. Hoewel algemeen voorkomend in ons land ontbreekt een Nederlandse naam. Het wordt geen vlinder, het is zelfs geen rups, het is een bastaardrups. Dat kun je zien, lees ik niet voor het eerst, aan de pootjes. Alleen de eerste drie setjes van twee zijn echte pootjes, de rest zit er voor de sier. Ik moet dat proberen te onthouden. Wordt zo'n 18 mm, lees ik ook, en als ie groot is wordt het een bladwesp, van 8 mm. Maximaal. Oranje. Bladwespen worden ook wel zaagvliegen genoemd, vanwege het puntje aan het achterlijf van de vrouwtjes, dat wat lijkt op een zaag. Hiermee legt ze haar eitjes in de waardplant. In dit geval de wederik. Wederikwesp zou dus een heel aardige naam zijn. Mannetjes zijn er niet veel van, lees ik verder, en die zijn ook niet zo nodig want de Monostegia Abdominalis plant zich voornamelijk ongeslachtelijk voort. Dat is nog eens een blauwtje lopen.

Elzenballet

Elzenballet

Het elzenbladcircus is weer terug op de tuin. Vorig jaar ontdekte ik deze acrobatische rupsjes voor het eerst in mijn zwarte els. Aanvankelijk was ik, zal ik toegeven, niet zo blij, want ze vraten behoorlijk systematisch in hoog tempo blad voor blad mijn lieve, vers aangeplante boompje kaal. In rijen van tien begonnen ze aan de rand en vraten zich onverstoorbaar naar het steeltje, om daarna met de hele bups naar het volgende blad te verhuizen. Maar later zag ik wat een grappige beestjes het dan eigenlijk weer zijn. Die eensgezinde, gecoördineerde schranspartij is al bijzonder, maar als je tegen het blad tikt, met je vinger, of het blad beetpakt, steken ze allemaal, volkomen synchroon, onmiddellijk hun achterlijf omhoog, als in een strak geregisseerd ballet. Zonder te stoppen met vreten trouwens, dat gaat gewoon onverdroten door. Ik zag ze ook elke dag weer groter geworden, tot ze op een dag langzaamaan stuk voor stuk verdwenen. De grond in om te verpoppen, was mijn veronderstelling. Op internet vond ik uit dat het ging om de larve van de elzenbladwesp. Geen rupsen dus, maar bastaardrupsen. Je ziet het aan de pootjes, leer ik, alleen de voorste zes zijn echt, de rest is versiering, of camouflage, nep in elk geval. Ik nam me voor het dit voorjaar in de gaten te houden, of ik elzenbladwespjes tegenkwam. Maar nee. Maar de rupsen zijn er wel weer. Ze zijn nog klein. Hun ballet is nog steeds leuk om naar te kijken. En die paar blaadjes van de Els, nou, dat moet dan maar.