Niet onbekend

Niet onbekend

Al weken sta ik hoopvol over mijn zeer bescheiden vijver gebogen, speurend naar een teken van leven. Vorig jaar zag ik de eerste al op 28 februari voor mijn voeten wegspringen, dus een tikkeltje ongerust werd ik wel, de laatste tijd. Ongeduldig ook, eerlijk gezegd, een beetje. Ik weet wel, in het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst, en de natuur laat zich niet dwingen en het komt zoals het gaat, maar toch, het werd onderhand wel eens tijd. Vond ik. En zie, vandaag stak er eentje zijn bolle ogen boven het water uit. Een groene kikker onbekend, zegt obsidentify, maar dat klopt niet, want ik ken hem weldegelijk.

Schone zaak

Schone zaak

Maar ergens tussen al dat groene geweld van uitgelopen en in het blad gesprongen bomen en struiken, massaal opgerukte Heermoesvelden en kniehoog opgeschoten gras staat dan ook, zeer bescheiden in de minivijver, half verscholen onder de ontplofte Dotter, dit bloempje op ontdekking te wachten. Eerst dacht ik: gut, wat merkwaardig, een Pinksterbloem in het water, maar de app leerde mij dat het 100% een Waterviolier was. Waarvan ik me nu ook herinnerde dat ik die vorig jaar van mijn dochter had gekregen, in de minivijver had gezet en er daarna nooit meer iets van had vernomen. Tot nu dus.

Toch zeven

Toch zeven

Elke keer dat ik op de tuin ben, werp ik een mismoedige blik op de vijver, waarin ik vorige week mijn doodgevroren kikkertje vond. Mismoedig tot gisteren, toen ik tot mijn grote vreugde maar liefst twee piepkleine kikkertjes rond zag scharrelen. Dus misschien waren het er toch zeven.

Eén van de zeven

Eén van de zeven

Het mag lente zijn, en de tuin mag op barsten staan van levenslust, met zwellende knoppen en opduikende groene punten, soms wordt er ook te vroeg gejuicht. De gunnera bijvoorbeeld, stak de eerste uitloper al vrolijk boven zijn warme winterdekentje van hooi uit en werd prompt door een nachtvorstje op de inmiddels bruine vingers getikt. Het eerste kikkertje, waar ik twee weken geleden nog zo opgetogen over jubelde, trof ik een week later bewegingloos drijvend aan in zijn vijvertje. Ook te optimistisch geweest blijkbaar. Hoewel, toen ik 'm uit het water viste, strekte hij nog wel de achterpoten, waardoor ik de hoop vatte dat ik te vroeg had getreurd. Er schoot mij prompt een oud en toepasselijk liedje te binnen, over een half bevroren boerensloot en zeven kikkertjes die bijna dood waren. Bijna. Maar toen het beestje twee dagen later nog altijd in dezelfde houding in het water lag als waarin ik 'm had teruggelegd wist ik beter. Niks bijna. Van die andere zes weet ik het niet, maar deze was toch echt hartstikke dood.

Kikkertje

Kikkertje

Twee jaar geleden groef ik met mijn oudste zoon zo'n zwarte cementkuip in, bij wijze van vijver. Van mijn dochter kreeg ik er wat waterplantjes bij. Vorig jaar spotte er ik op mooie dagen eerst één, toen twee en later zelfs drie zonnende kikkertjes omheen. Tot mijn innig geluk. Vandaag zag ik er eentje voor mijn voeten wegspringen. Een piepkleintje. Ze zijn er nog.