Ik ben blij

Ik ben blij

Het is dus toch zover gekomen. Lente. Voorjaar. Wat een heerlijkheid. Wat een opluchting. Dat er ook nog positieve dingen gebeuren. Dingen die zich nergens iets van aantrekken, van alle ellende. Van allerlei begint te bloeien en uit te lopen op de tuin, al duurt het altijd iets langer dan in de voortuin en de achtertuin. Is het altijd iets later. Dat komt natuurlijk doordat de volkstuin onbeschut in de Noordhollandse poolwind ligt. Dat scheelt een paar graden. Maar dat geeft verder niet, wat in het vat zit verzuurt niet, ik heb het allemaal nog tegoed. Tot mijn grote vreugde zag ik bijvoorbeeld dat het sierappelboompje dat anderhalf jaar geleden asiel kreeg in mijn tuin, nadat het verjaagd was uit de voortuin, ook begint uit te botten. Weliswaar kreeg hij vorig jaar ook blaadjes en bloempjes en appeltjes, ik hield er altijd nog rekening mee dat het een laatste stuiptrekking zou kunnen zijn geweest. Nu weet ik dat het goed zit. En dat is een fijn gevoel.

Toetje

Toetje

Mijn eigen appeltjes en peertjes heb ik al een tijdje van de bomen, die zijn al lang en breed geschild en gegeten, wat er nu nog hangt zijn sierappeltjes. Die zijn voor de vogels. Al blijken die er geen haast mee te maken. Kennelijk zijn er nog te veel andere en lekkerder zaken te eten. Of ze bewaren het lekkerste voor het laatst. Dat kan ook nog.

Tweede kans (iedereen verdient een)

Tweede kans (iedereen verdient een)

Dit sierappelboompje heeft een paar jaar in onze voortuin gestaan, waar mijn vrouw er ieder jaar harder op ging mopperen dat het een raar, scheef boompje was dat eigenlijk niet aan de verwachtingen voldeed. En, het moet gezegd, het was inderdaad een raar, scheefgegroeid boompje en de appeltjes die er tegen de winter aan kwamen werden door de vogels alleen in allerhoogste nood gegeten. Wel heb ik van die appeltjes een paar zaailingen weten op te kweken, die op mijn tuin nu al twee jaar staan te aarzelen of ze het leven bij de horens zullen vatten of niet. Toen afgelopen herfst mijn vrouw de geest kreeg en het boompje moest wijken voor iets anders, kreeg het asiel in mijn tuin, bij haar eigen nakomelingen. Veel wortel zat er niet aan dus het was afwachten of het wat werd. Misschien was het een goed voorteken dat de meegeƫmigreerde appeltjes met een paar dagen verslonden waren, de vogels op de tuin zijn kennelijk een stuk minder kieskeurig dan hun stadse broeders en zusters, in elk geval, nu de zon er een paar dagen op staat begint het boompje uit te botten. Het blijft afwachten, want voor hetzelfde geld is het een laatste oprisping maar ik geef er de voorkeur aan te denken dat het pure dankbaarheid is.