Vorig jaar, zo tegen het voorjaar, volgden wij een workshop enten, mijn vrouw en ik. Onder welwillende begeleiding van een tweetal deskundige vrijwilligers uit de Groei & Bloei stal en in het gezelschap van een over het algemeen sterk grijzende groep buurtbewoners, medelezers van het tijdschrift waarschijnlijk, entten wij ieder twee appelboompjes. Toekomstige appelboompjes beter gezegd, want veel meer dan twijgjes waren het niet. We zetten onze produkten in een pot, twee in de achtertuin, twee op de volkstuin, omringden ze met liefde en aandacht en volgden de ontwikkelingen op de voet. Hielden elkaar nauwgezet van de kleinste veranderingen op de hoogte.
Na verloop van tijd kregen alle vier onze Frankentrees, zoals onze jongste zoon ze noemt, knopjes en blaadjes en werden ze van twijgjes langzaamaan takjes. Vandaag, ruim een jaar later, is het woord boom nog altijd bij lange na niet van toepassing, niettemin werd er door drie van de vier uitbundig gebloeid.
De James Grieve, die op de volkstuin staat, lijkt het niet gehaald te hebben. Daarvan valt niet goed uit te maken of hij nog leeft of niet, dus die zal wel dood zijn, maar ik ben er nog niet aan toe hem op de composthoop te gooien, je weet tenslotte maar nooit. Ik heb wel dooiere stukjes hout weer uit zien lopen.
De Jan Steen daarentegen laat er geen twijfel over bestaan: die steekt, zo klein als ie is, met gepaste trots de eerste voorbodes van appeltjes in de lucht. Waarvan ik me dan nu alvast zorgelijk afvraag hoe hij die straks, als ze groot zijn, omhoog blijft houden zonder te knakken of af te breken.
Happy ent

