Dilemma

Dilemma

Het is een eigenwijze plant, de Gunnera, ik schreef het al eerder ook. Want kijk, dan ben je een exoot, en allesbehalve winterhard, dan zou het natuurlijk verstandiger zijn je pas begin april te laten zien, op z'n vroegst. Dan blijf je tot die tijd toch het best lekker warm onder het dekentje van blad en gras liggen, dat je tuinier zo zorgzaam en liefdevol over je heeft uitgespreid. Maar nee, zo niet de Gunnera. Februari is nog niet eens afgelopen, het is snijdend koud zo af en toe, een nachtvorstje behoort nog zeker tot de mogelijkheden, maar de Gunnera stuurt z'n eerste stekelige klauwtjes al naar boven. Wat mij voor een probleem plaatst. Een dilemma, zou je bijna kunnen zeggen. Laat ik het dekentje van blad en gras nog maar even liggen, voor de zekerheid, dan beginnen de eerste uitlopers daar al snel tegen te rotten en zit ik straks met bruine, van de wormen aangevreten bladeren aan mijn lievelings, net als vorig jaar. Haal ik het dekentje weg om dat te voorkomen, loop ik het risico dat het eerste het beste lullige nachtvorstje de hele boel slap en kapot vriest. Ook net als vorig jaar. Ja, het is een eigenwijze plant, de Gunnera Tinctoria. De trots van mijn tuin.

Tijdelijk graf

Tijdelijk graf

Het is de trots van je tuin, deze machtige plant. De Gunnera. Met z'n weerbarstige bladeren, groot als parasols, z'n stekelige stengels en z'n bloemaren als knuppels. Maar één lullig Hollands nachtvorstje en hij heeft het gehad. Slap als een vaatdoek. Dus net iets te laat heb ik gedaan wat ik elk jaar net iets te laat doe, wat elk jaar net iets eerder gedaan moet worden: alle bladeren afknippen en de kluiten er liefdevol mee afdekken ter bescherming tegen eventueel nog komende lullige nachtvorstjes en erger winters ongemak. Zodat ie volgend jaar weer de ongenaakbare gigant kan uithangen. Ik hou van m. En dit graf, al is het een tijdelijk graf, stemt mij een tikje verdrietig. Weer een jaar voorbij. Gelukkig vliegt er dan een wulp over, zo goed als rakelings over me heen. Het karakteristiek silhouet met de naar beneden gekromde snavel (de wulp wijst naar zijn gulp) duidelijk herkenbaar afgetekend tegen de oprukkende winterschemer. Dit beeld, en de heldere, wat melancholieke roep maakt alles weer goed. Of, nou ja.. alles.. veel toch in elk geval.

Kolven, aren, bloemen

Kolven, aren, bloemen

Wie ik natuurlijk niet mag vergeten te vermelden, als het gaat om stugge herfst of geen herfst doorbloeiers, is de Gunnera. Eén van mijn lievelings, invasieve exoot of niet. Dat ie invasief is heeft ie trouwens dit seizoen bewezen, want op twee plekken in de tuin zijn spontaan gezonde nakomelingen opgedoken. Maar goed, de bloemen. Je zou kunnen zeggen dat de Gunnera bescheiden bloeit, als het niet ook van die enorme kolven waren, in enorme hoeveelheden bovendien. Die zich dan weer wel angstvallig verschuilen onder het indrukwekkend bladerdak. Dat deze dagen naar de winter toe langzaamaan ineenstort en zijn verborgen schatten blootgeeft. Prehistorische schoonheid, als je het mij vraagt. Robuuste, weerbarstige kolven, aren, bloemen, hoe moet je het noemen. Net aan met twee handen te omvatten, een halve meter hoog als het moet. Zo hard dat je er iemand mee knock out zou kunnen slaan, als je daarvoor in de stemming zou zijn. En dan toch weer van die piepkleine rode balletjes in de stekelige spelonken. Wat zouden het zijn? Zaden? De eigenlijke bloemen? Ik weet het niet. Van horen zeggen schijn je er kleurstof van te kunnen maken, vandaar de volledige naam Gunnera Tinctoria wellicht. Hoe dat in zijn werk zou moeten gaan, heb ik tot nog toe nergens kunnen vinden. Maar dat wil niet zeggen dat het niet waar is.

Lievelings

Lievelings

Mammoetblad, is de toepasselijke bijnaam voor de Gunnera. Toch wel één van de pronkstukken op de tuin, vind ik. En het is mijn tuin, dus ik mag het zelf weten. Ik houd van die grote, stevige, stekelige bladeren, die harde stengels en die vreemde prehistorische bloemkolven die zich altijd een beetje verscholen houden onder al dat blad. Ik schreef er al eerder een stukje over. Drie of vier jaar geleden kreeg ik een paar ruw uit de tuin van een buurvrouw gehakte stompen, ik stopte ze in de grond en gaf liefde, aandacht en water. Veel water. Het eerste jaar hield ie het nog bescheiden maar daarna werd ie ieder jaar weer hoger dan het vorige. En ieder jaar sta ik weer versteld van zoveel levenslust en groeikracht en vraag ik me weer af waar het in vredesnaam allemaal vandaan komt.