Goud wat er blinkt

Goud wat er blinkt

Ook weer zo'n beestje waarbij je niet meteen weet waar je mee te maken hebt. Ik niet in elk geval, laat ik dat er maar bij zeggen. Liep over de plastic mand waarmee ik inheemse gewassen aan het intomen was en kwam op mij over als een kevertje. Ik zag een bol, glimmend schild, korte pootjes en had al iets van goudkever in mijn hoofd want kijk eens even hoe chique dat glanst zeg. Het lijkt verdorie wel een sieraad. Een broche, of een dasspeld of een oorbelletje. Of, iets eigentijdser misschien, een piercing. Maar ik had het nog niet gedacht of het beestje maakte zich uit de voeten langs een draadje en maakte zich daarmee bekend als spin. Heliophanus spec, aldus obsidentify. Een springspin. Jaagt op het zicht, lees ik, en beschikt daartoe over zeer goede ogen. Beter dan alle andere spinnen, staat daar zelfs bij. Jaagt bij warm en zonnig weer en, de naam doet het al vermoeden, bespringt daarbij de prooi. Resteert de vraag die een trouwe lezer nu zou kunnen hebben: waarom heet de sprinkhaan geen springhaan, en waarom heet de springspin geen sprinkspin?

Bijzonder gewoon

Bijzonder gewoon

Soms denk je dat je iets heel bijzonders tegenkomt, in je biodiverse tuin. Zoals dit spinnetje bijvoorbeeld. Het is al een wonder dat je hem überhaupt ziet, dat je oog er toevallig op valt, want hij is piepklein. Wat zal het zijn.. hooguit een millimeter of vier. Heeft zich hier verstopt in de spelonken van de harig uitbottende lijsterbes. Maar wát een mooie kleuren, wat een prachtige tekening, dat moet wel een bijzonder spinnetje zijn, denk je dan. Nog nooit gezien ook, zo'n spinnetje. Je hoopt op een zeldzaamheid. Maar je voelt het al aankomen, niks bijzonders aan. Wordt beschreven als een van de meest voorkomende spinnen. In Europa, ook nog. Nou ja, dat is dan eigenlijk ook wel weer bijzonder, op een bepaalde manier. Ik lees verder dat ze de naam danken aan de felgroene kleur van het achterlijf, maar dat ze in herfst en winter eerder bruinig zijn. Deze zit dus waarschijnlijk in een overgangsfase.

Designspin

Designspin

Voor waarschijnlijk toch wel de laatste keer dit jaar, dit tuinseizoen, besloot ik van de week mijn tuin te besproeien. En, bij afwezigheid van regen, de regentonnen te vullen, zodat ik weer even vooruit kan met het water. Ik heb daarvoor een pompje om water uit de sloot omhoog te pompen, en vele meters zware, gele slang om de afstand tussen tuin en sloot te overbruggen. Die slangen hangen opgerold aan het hek en vormen een biotoop op zich. Zo meldde zich bij het afrollen deze kruisspin, nogal onverwacht. Zelf schrok ie er ook van misschien. Mijn zoon, die me altijd helpt met sproeien, moet er niks van hebben, het was ook geen klein spinnetje, dat geef ik toe, maar jongens, wat een schitterende tekening! In prachtige aardkleuren. Het doet denken aan een Aboriginal schildering. Een tattoo-artist zou er ook wel raad mee weten. En in de heavymetalhoek kan het zo op een t-shirt, of een albumhoes. Misschien wel in andere kleuren.

Moedergevoelens

Moedergevoelens

Lief, is waarschijnlijk niet het eerste woord dat in je opkomt als het over spinnen gaat. Eerder het laatste, denk ik. Als het dan ook nog gaat om een wolfspin zouden bij veel mensen wel eens meteen de stoppen kunnen doorslaan. Maar kijk eens, deze wolfspinmoeder draagt haar talrijk kroost op de rug met zich mee. Ik schreef hier al eerder over de wolfspin, die ik in maart al door mijn nog zo goed als kale tuin rond zag struinen, en die, had ik toen gelezen, enige broedzorg zou verlenen. Ik wist toen niet zo goed wat ik me daar precies bij voor moest stellen, een spin met moedergevoelens, maar nu dus wel. Ik geef toe, heel aaibaar ziet het er niet uit, maar lief, ja, dat is het wel.

Huiszebraspin

Huiszebraspin

In navolging van mijn dochter, die er een 1000 soorten tuin op na houdt, probeer ik alles wat rond kruipt of vliegt of scharrelt te fotograferen, om zo in elk geval achter de naam te komen. Mijn dochter is er beter en fanatieker in dan ik. Zij onthoudt bijvoorbeeld ook alle namen van wat ze ooit gezien heeft. Ik niet. Maar goed, zo zie ik dan steeds iets nieuws. Dit minuscule spinnetje liep op en neer over mijn huisje, in de zon, en verkende de gaten die ik er eigenlijk voor bijen in had geboord. Maar alles wat leeft is welkom.

Kraamwebspin

Kraamwebspin

Terwijl ik zo hoopvol door mijn tuin loop te speuren, blik op de grond, zoekend naar nieuw leven, groene punten of scheuten die er eerder niet waren, een bloemetje hier of daar, zie ik ook al regelmatig een en ander wegkruipen of -schieten. Klein gekriebel dat zich veiligheidshalve uit de voeten maakt. Zoals deze kraamwebspin. Ook wel grote wolfspin genoemd, lees ik. Een actieve jager. De naam dankt ze aan het feit dat ze haar eieren in een web legt, een kraamweb, en daar enige broedzorg bij levert. Voor de vader is ze minder lief. Die wordt, als hij niet op tijd maakt dat ie wegkomt, opgegeten, zoals spinnen dat vaker schijnen te doen.