Deze arme drommel vond ik als drenkeling in een emmer water. In de grote droogte die achter ons ligt had ik alle kuipen en emmers die ik vinden kon buiten neergezet, om zoveel mogelijk elke druppel regen die wél viel op te vangen, voor later gebruik. Nu heeft het de laatste tijd alweer best geregend maar de kuipen en de emmers staan er nog altijd, met dus inmiddels ook flink wat water erin. En ja, ik wéét dat je als attente en bewuste tuinier zorgt dat er stokken in je kuipen en emmers water staan, zodat onfortuinlijke dieren en diertjes zich erlangs kunnen redden van de verdrinkingsdood, maar dat was er om niet meer te achterhalen andere redenen dan nalatigheid nog niet van gekomen.
Ik voelde mij dus geheel terecht buitengewoon schuldig toen ik dit beestje zijn radeloze rondjes zag spartelen, in mijn emmer zonder stok. Het was volkomen aan het eind van zijn latijn (Lagria Hirta) toen ik het eruit viste. Het was geen dankbaarheid dat het geruime tijd op mijn gehandschoende vinger bleef zitten - zodat ik er als ware ramptoerist nog een foto van kon maken ook - het was pure uitputting.
Het bleek te gaan om een niet nader gespecificeerde Wolkever. Ook wel Ruigkever genaamd, lees ik, maar wolkever vind ik de betere naam want kijk maar eens naar die pluizige dekschilden, die lijken wel gebreid. Angorawol, gok ik. De soort staat bekend, volgens wikipedia, als traag. Snel rennen, staat er bij, kan hij niet. Gelukkig, zo blijkt, is het wel een volhouder, en kan hij ook een beetje zwemmen.
Drenkeling








