Wimpers

Wimpers

Ons land zucht onder een hitteplan, de komende dagen. Niet heel uitnodigend om nou eens lekker op de tuin te gaan staan werken. Of zelfs maar de klapstoel uit te zetten en het er eens lekker van te nemen. Jammer eigenlijk, want er staat van alles te bloeien. Vooral deze grote koeienogen, die ik ooit vanwege de naam bij een biologische kwekerij op de Veluwe heb gekocht. Ze zullen zo heten vanwege de wimpers, denk ik. De kleur kan het niet zijn.

Dikke sprieten

Dikke sprieten

Dit is ook weer zo'n diertje dat je pas ziet als je er met je neus bovenop staat. Wat zal het zijn? Vier millimeter, hooguit. Je vindt het alleen wanneer je het niet zoekt en je kunt het niet zoeken, want je wist niet dat het bestond. En zo klein als ie is, zo wijdlopig is z'n naam: Slanke Diksprietblindwants, namelijk, toe maar. Dat ie dikke sprieten heeft, dat is te zien. Of ie slank is weet je pas wanneer je de dikke diksprietblindwants ernaast ziet, als die bestaat, maar dat zal dan haast wel. En blind wordt ie genoemd omdat hij, in tegenstelling tot andere wantsen, geen puntogen heeft. Het is alles van Obsidentify geleende kennis. Leeft op verschillende planten en struiken door aan knoppen en vruchten te zuigen, maar, let op, ook aan bladluizen, eieren van rupsen en bladhaantjes, en aan rupsen van spinselmotten. En dat vind ik dus het mooie van zo'n tuin als stukje natuur. Je kunt eens last hebben van bladluizen, rupsen of bladhaantjes, de oplossing dient zich op den duur vanzelf wel weer aan, als je de boel een beetje z'n gang laat gaan.

Moedergevoelens

Moedergevoelens

Lief, is waarschijnlijk niet het eerste woord dat in je opkomt als het over spinnen gaat. Eerder het laatste, denk ik. Als het dan ook nog gaat om een wolfspin zouden bij veel mensen wel eens meteen de stoppen kunnen doorslaan. Maar kijk eens, deze wolfspinmoeder draagt haar talrijk kroost op de rug met zich mee. Ik schreef hier al eerder over de wolfspin, die ik in maart al door mijn nog zo goed als kale tuin rond zag struinen, en die, had ik toen gelezen, enige broedzorg zou verlenen. Ik wist toen niet zo goed wat ik me daar precies bij voor moest stellen, een spin met moedergevoelens, maar nu dus wel. Ik geef toe, heel aaibaar ziet het er niet uit, maar lief, ja, dat is het wel.

Janboerenfluitjeswesp

Janboerenfluitjeswesp

Bij mijn meest recente rondje door de tuin kwam ik van de week opeens weer allerlei insecten tegen. Eigenlijk voor het eerst dit jaar. Het kan zijn dat ik eerder niet goed keek, of dat ze er nu pas zijn, het kan ook zijn dat het waar is wat ze zeggen, dat het steeds slechter gaat met de insecten. Veelzeggend in dat kader is misschien ook dat ik bij het zoeken naar wat informatie over deze of gene vlieg of rups of wesp vaak als eerste te lezen krijg hoe je die zou moeten bestrijden. Hoe schadelijk ze wel niet zijn. Zo ook bij deze knollenbladwesp. Wat natuurlijk een grappige naam is, knollenbladwesp. Klinkt een beetje alsof je hem niet serieus hoeft te nemen. Een Janboerenfluitjesnaam. Die ook niet helemaal lijkt te kloppen want de larven, schijnrupsen weet ik inmiddels, houden vooral van het blad van de mosterdplant. In de mosterdteelt zijn ze dan ook niet populair, wat dan misschien ook wel weer te begrijpen valt. Ik vond het wel een aardig beestje, want waar de meeste insecten niet weten hoe snel ze zich uit de voeten moeten maken als ik eraan kom, met mijn camera in de aanslag, bleef deze knollenbladwesp onaangedaan zitten terwijl ik m fotografeerde. Ik kreeg zelfs de indruk dat hij terug zat te kijken.

Dat scheelt

Dat scheelt

Gistermiddag was ik even op de tuin. Het zonnetje kwam er door en het werd zelfs nog warm ook, nadat het de afgelopen dagen alleen maar vervelend en lawaaierig gewaaid had. Ik mag wel weer eens sproeien, dacht ik, want de grond was alweer aardig droog en hard. Een werkje waar ik altijd een beetje tegenop zie, sproeien. Gesleep met een pompje en slangen, vies gedoe met benzine, een motortje dat ik niet aan de praat krijg en een beschamende hoeveelheid herrie als ik het wel aan de praat krijg. Maar vandaag regent het, dus dat is fijn.

Het gouden bruidspaar

Het gouden bruidspaar

Tussen de struiken en de boompjes en al het andere groen heb ik ook wat zelfverzonnen beelden staan. Ik vind dat leuk, een beetje voor me uit knutselen op niks af, voornamelijk met oude zooi en gevonden voorwerpen. Naast pleziertuinier ben ik beeldend knutselaar. Dit beeld is gemaakt van twee eikenhouten spijlen van het een of ander, twee metalen stangetjes uit een afgedankt tafelvoetbalspel, twee doppen van een fietsbel, twee grote, verroeste spijkers en wat ijzerdraad. Het heet Het Gouden Bruidspaar.

Kwartje

Kwartje

Ik kon het niet meteen thuisbrengen, dit beestje. Was het wel een beestje, vroeg ik me zelfs even af. Leeft het? Is het dood? Is het een schelpje, een rare slak? En wat zijn die witte sterretjes aan de achterkant? Of is dat de voorkant? Aziatisch lieveheersbeestje, hielp Obsidentify mij weer eens uit de brand. De larve van, begreep ik toen, maar het bleef raar. Tot ik later op de middag een filmpje van mijn dochter kreeg toegestuurd dat zij in haar 1000soortentuin had gemaakt van een lieveheersbeestje dat uit zijn of haar pop kruipt. Toen pas viel het kwartje. En begreep ik dat ik er wat langer bij had moeten blijven staan. Dan had ik iets bijzonders meegemaakt..

Om naar te kijken

Om naar te kijken

In het hoofdstuk onkruid bestaat niet. Weegbree. Smalle weegbree, om precies te zijn. Ook weer zo'n plantje dat in veel tuinen als ongewenste vreemdeling uit de grond wordt getrokken. Ik snap werkelijk niet waarom. Hij doet helemaal niemand kwaad, integendeel, hij schijnt er allerlei geneeskrachtige en heilzame werkingen op na te houden, is daaronder zeer bescheiden en die bloemetjes die als sterretjesvuurwerk van onder naar boven spetteren.. dat is toch gewoon alleen maar leuk. Ja toch? Ik vind van wel. Het blad schijn je verder als spinazie te kunnen eten, en bij het televisieprogramma Binnenstebuiten was de chefkok van dienst nogal enthousiast over de notige, paddenstoel-achtige smaak van de jonge bloemknoppen. Nou zijn die altijd overal nogal enthousiast over, dat maakt het programma zo aardig, in deze barre tijden, maar goed, dat wilde ik dan ook wel eens proberen. Vol verwachting plukte ik een knop en kauwde er een tijdje welwillend op. Tja. Nou ja. Ik vind ze leuker om naar te kijken. Laat ik het daar op houden.

Blauwtje

Blauwtje

Dat zie je toch niet vaak, blauwe dieren, zeker niet boven water, meende ik, zeker niet in Nederland. Maar deze rups is het, blauw. Dus ik dacht, simpel als ik ben, misschien wordt het wel een Icarusblauwtje. Of een gewoon Blauwtje, desnoods. Dat zou wat wezen, want hij was bepaald niet in zijn eentje, deze rups. Maar zo simpel als ik zit de natuur niet in elkaar en dat is misschien maar goed ook. Wat we hier hebben is de larve van de Monostegia Abdominalis. Hoewel algemeen voorkomend in ons land ontbreekt een Nederlandse naam. Het wordt geen vlinder, het is zelfs geen rups, het is een bastaardrups. Dat kun je zien, lees ik niet voor het eerst, aan de pootjes. Alleen de eerste drie setjes van twee zijn echte pootjes, de rest zit er voor de sier. Ik moet dat proberen te onthouden. Wordt zo'n 18 mm, lees ik ook, en als ie groot is wordt het een bladwesp, van 8 mm. Maximaal. Oranje. Bladwespen worden ook wel zaagvliegen genoemd, vanwege het puntje aan het achterlijf van de vrouwtjes, dat wat lijkt op een zaag. Hiermee legt ze haar eitjes in de waardplant. In dit geval de wederik. Wederikwesp zou dus een heel aardige naam zijn. Mannetjes zijn er niet veel van, lees ik verder, en die zijn ook niet zo nodig want de Monostegia Abdominalis plant zich voornamelijk ongeslachtelijk voort. Dat is nog eens een blauwtje lopen.