Rode punten, gekartelde blaadjes

Rode punten, gekartelde blaadjes

Eerst dacht ik: wat leuk, mijn helleborus staat nieuwe punten te maken. Maar toen zei mijn vrouw: die heeft toch geen rode punten? Dus toen zei ik: dat weet ik niet, maar kijk die blaadjes, ook gekarteld. Toen zei mijn vrouw: heel vreemd, is het geen persicaria. Toen zei ik weer: dat weet ik niet, maar het staat er wel heel dicht bij, en ik heb daar geen persicaria neergezet. Toen zei mijn vrouw: heel vreemd, volgens mij is het persicaria. Vanmorgen stuurde ze een fotootje van de uitlopende persicaria in de voortuin. Rode punten, gekartelde blaadjes. Het is persicaria.

Update een jaar later: Ik vind het wel leuk om nog even te melden dat het weldegelijk de helleborus was die uit stond te lopen.

Hoop

Hoop

Ik kan niet zeggen dat ik tot nog toe monsteropbrengsten heb gehad, van mijn bessenstruiken. Ze staan er al vanaf het begin maar het blijft altijd een beetje armetierig. Toch krijg ik elke lente weer hoop, bij deze taferelen. Hoe kan het ook anders.

Eén van de zeven

Eén van de zeven

Het mag lente zijn, en de tuin mag op barsten staan van levenslust, met zwellende knoppen en opduikende groene punten, soms wordt er ook te vroeg gejuicht. De gunnera bijvoorbeeld, stak de eerste uitloper al vrolijk boven zijn warme winterdekentje van hooi uit en werd prompt door een nachtvorstje op de inmiddels bruine vingers getikt. Het eerste kikkertje, waar ik twee weken geleden nog zo opgetogen over jubelde, trof ik een week later bewegingloos drijvend aan in zijn vijvertje. Ook te optimistisch geweest blijkbaar. Hoewel, toen ik 'm uit het water viste, strekte hij nog wel de achterpoten, waardoor ik de hoop vatte dat ik te vroeg had getreurd. Er schoot mij prompt een oud en toepasselijk liedje te binnen, over een half bevroren boerensloot en zeven kikkertjes die bijna dood waren. Bijna. Maar toen het beestje twee dagen later nog altijd in dezelfde houding in het water lag als waarin ik 'm had teruggelegd wist ik beter. Niks bijna. Van die andere zes weet ik het niet, maar deze was toch echt hartstikke dood.

Jan, James en Ingrid Marie

Jan, James en Ingrid Marie

Gisteravond waren mijn vrouw en ik enthousiaste deelnemers aan een cursus dan wel workshop fruitbomen enten, in de aula van de plaatselijke middelbare school. Mijn vrouw had ons ervoor opgegeven bij haar favoriete tijdschrift Groei en Bloei. De andere deelnemers waren ook heel erg Groei en Bloei. We oefenden eerst op wilgentakjes, want zo makkelijk als het er bij die meneer uitzag was het zeker niet. Ieder had recht op twee appelsoorten. Wij spreidden onze mogelijkheden zo breed mogelijk en hebben nu vier verschillende appelsoorten in huis. Over drie jaar. Op z'n vroegst. In principe. Want, als gezegd, zo makkelijk als het er bij die meneer uitzag was het zeker niet.

Kapoentje

Kapoentje

Dat ze geluk brengen schijnt bijgeloof te zijn, geloof ik. Toch word ik er elke keer dat ik er een zie scharrelen een beetje gelukkig van. Dus een kern van waarheid zit er in. Al is dit dan wel weer een Aziatische indringer, meen ik, die het de inheemse soorten moeilijk maakt. Het is nog niet zo makkelijk om gewoon zonder voorbehoud of kanttekeningen gelukkig te zijn.

In plaats van peren

In plaats van peren

Als één van de eerste boompjes zette ik een perenboompje in de tuin. Een peer is er vooralsnog niet aan gekomen, maar ik houd moed. Je moet wat. Wat me na verloop van tijd opviel was dat er onderaan de stam uitlopertjes verschenen die bij nadere inspectie ander blad voerden dan de boom zelf. Zo'n boom is blijkbaar geënt op een andere stam. Het leek me het beste dat maar weg te knippen, maar ik zette er ook één in een potje water. En dat bleek aan te slaan. Het duurde enorm lang, maar er verschenen worteltjes en nog veel later iets dat op blaadjes leek. Vorig jaar zette ik het ter vertroeteling in een potje grond in mijn kasje en werd het vijftien centimeter hoog. In de herfst liet hij zijn blaadjes verdorren en vallen, als een echte boom, en nu schiet het leven er weer in. Volgens de app is het kweepeer. Dus wie weet.

Palmkool

Palmkool

Je kunt natuurlijk enorm je best doen, met voorzaaien en verspenen en vertroetelen in de kas. Maar je kunt ook gewoon wachten tot het uit zichzelf op een volslagen willekeurige plek tevoorschijn komt. Had ik dat eerdere jaren al aan de hand met kroppen rode sla, deze keer is het de palmkool. Tenminste, daar lijkt het op.

Eilandjes van kleur

Eilandjes van kleur

Afgezaagd misschien, krokusjes, maar elke keer dat ik de tuin op wandel word ik er enorm blij van. Kleine eilandjes van kleur in een nog dor paradijs. Met de belofte van nog veel meer. Ik geniet er van zolang het kan. Over een tijdje is het weer voorbij.

Kraamwebspin

Kraamwebspin

Terwijl ik zo hoopvol door mijn tuin loop te speuren, blik op de grond, zoekend naar nieuw leven, groene punten of scheuten die er eerder niet waren, een bloemetje hier of daar, zie ik ook al regelmatig een en ander wegkruipen of -schieten. Klein gekriebel dat zich veiligheidshalve uit de voeten maakt. Zoals deze kraamwebspin. Ook wel grote wolfspin genoemd, lees ik. Een actieve jager. De naam dankt ze aan het feit dat ze haar eieren in een web legt, een kraamweb, en daar enige broedzorg bij levert. Voor de vader is ze minder lief. Die wordt, als hij niet op tijd maakt dat ie wegkomt, opgegeten, zoals spinnen dat vaker schijnen te doen.