365 insecten

365 insecten

Met de Pinksterdagen maakten wij een cultureel uitstapje naar het Museum Arnhem. Zeer de moeite waard overigens. Officieel gingen we voor Jan Mankes, ook zeker de moeite waard, maar als beheerder van een insectenvriendelijke tuin was ik vooral getroffen door de tekeningen van Mariëlle Videler. 365 insecten, tekende zij. Een jaar lang elke dag één. Met haar vingers, zwarte verf en potlood, op gevoel. Krachtige, trefzekere tekeningen op middelgroot formaat. En hoewel ze niet naar een voorbeeld tekende en niet ieder getekend insect ook werkelijk zal bestaan, waren ze stuk voor stuk zeer herkenbaar. Ik vond het buitengewoon inspirerend.

Wesp

Wesp

Het is schaamteloze zelfpromotie natuurlijk, maar goed, waar anders voor onderhoud je een weblog. Tijdens ons culturele uitstapje in Museum Arnhem, en met name de 365 insecten van Mariëlle Videler, dacht ik onwillekeurig terug aan een serie gedichtjes over insecten die ik in een tamelijk ver verleden maakte. Met illustraties en al. E-rix klein insectenboek, noemde ik dat destijds, want ik publiceerde het op het toen nog tamelijk verse internet. Of het er ooit 365 geworden zijn betwijfel ik, maar veertien belandden er ooit in een boekje, uitgegeven door een opdrachtgever. De Depressieve Regenworm En Dertien Andere Vieze Beestjes, heette dat. Deze arme wesp stond er ook in.

De vier plagen van de Els

De vier plagen van de Els

De zwarte els blijkt een populaire gastheer te zijn voor allerlei insectenvolk. Zo waren daar al de (bastaard)rupsen van de elzenbladwesp, met hun vrolijk ballet, hun gechoreografeerde schranspartij, inmiddels allemaal als bij toverslag verdwenen om ergens tot wespjes te verpoppen, met achterlating van een zo goed als kale boom. Niet veel later trof ik een kevertje dat al een grillig spoor in één van de niet door rupsen weggevreten bladeren had getrokken, het elzenhaantje, volgens Obsidentify. Op weer een ander blad zag ik vier mysterieuze oranjebruine vlekjes waarvan Obsidentify geen idee heeft, dus ik al helemaal niet, al vond ik ze wel mooi, en tot slot vond ik vandaag een opgerold blad waarvan ik meen te weten dat dat door bladrollers wordt gedaan. Dat zal in dit geval dan wel een elzenbladroller zijn. Gelukkig heb ik meer dan één els in de tuin.

Spec.

Spec.

Ja, dacht ik, toen ik dit miniatuurkevertje langs zag glimmen, deze weet ik. Die kleur, dat metallic-achtig glanzen, dat mooie bolletje.. dat moet het een of andere haantje zijn. Puur om mijn triomf te vieren haalde ik 'm door de Obsidentify app. Altica spec., meldde die. 100% zeker. Ik leer het waarschijnlijk nooit.

Snack

Snack

Mijn oudste zoon, die mij altijd trouw komt helpen wanneer de tuin gesproeid moet worden, kwam een tijdje terug met een cadeau. Hij was in het tuincentrum geweest en had voor mij een snackkomkommer meegenomen. Die gaf ik een ereplekje in mijn huisje en zie, vanavond garneer ik de salade met deze twee schattige komkommertjes.

Geen wesp dus

Geen wesp dus

Er kruipt en fladdert en zoemt wat rond op de tuin. Ik mag daar graag naar kijken, ik mag dat graag horen. En als het me lukt iets een beetje fatsoenlijk op de foto te krijgen, wat nog niet meevalt, vind ik het ook leuk om te weten te komen wat het is, dat daar kruipt of fladdert of zoemt. De app Obsidentify helpt me daar over het algemeen snel en trefzeker uit de onwetendheid. Tijdelijk, in elk geval. Foto uploaden en per ommegaande krijg je de Latijnse naam, indien beschikbaar ook de Nederlandse naam en bij twijfel nog mogelijke alternatieven, compleet met percentages van waarschijnlijkheid, als aanknopingspunten voor nader onderzoek. Het insect op de foto hierboven heeft een naam gekregen waar de twijfel voor de zekerheid al in is meegenomen, want met hommelbijvlieg zit je altijd wel goed. Was dan ook 100%.

De jonge onderzoeker

De jonge onderzoeker

Aan verschillende van mijn rozenstruiken verscheen vorige zomer een vreemde, harige vergroeiing. Het zag eruit als een soort mos. Ik vermoedde al dat het een insect zou zijn, die dit had veroorzaakt, gelijk galappeltjes aan een eikenblad, en dat bleek te kloppen. Het ging om de rozenmosgalwesp. Nou goed, het zat mij verder niet in de weg, ik verkondig altijd dat ik een insectenvriendelijke tuin heb dus ook de rozenmosgalwesp is welkom. De vergroeiingen werden in de loop van de tijd langzaam bruin, maar verdwenen niet. Van de week stond ik ze weer eens te bestuderen, benieuwd naar eventuele ontwikkelingen, en meende ik gaatjes te zien, waardoor, meende ik verder, de jonggeboren rozenmosgalwespjes wel tevoorschijn zouden zijn gekropen om te gaan doen wat rozenmosgalwespen dan zoal doen, in hun leven. Als de jonge onderzoeker die ik ben, besloot ik zo'n gal maar eens open te snijden, nu hij toch verlaten was, om te bekijken hoe dat er van binnen dan uit zou zien. Ik sneed er een van z'n struik en zette het mes erin. Het was verbazend houtig. De doorgesneden gal was prachtig om te zien. Tal van ronde kamertjes had ik blootgelegd, met mijn nieuwsgierige mes. En veel van die kamertjes bleken tot mijn schaamte nog volop bewoond door piepkleine, witte larfjes die geschrokken van dit plotselinge geweld niet wisten waar ze het zoeken moesten. Ik wist het ook niet. Ik stond weer mooi voor joker, in m'n insectenvriendelijke tuin.

4

4

Wie het kleine niet eert.., schreef iemand onder mijn berichtje over de bescheiden aardbeienoogst. Drie aardbeien, waren dat. Ik deed ze in de kwark. En eerde daarmee het kleine, waarmee ik het grotere weerd bleek te zijn. Want vandaag lijkt er een andere oudHollandsche wijsheid van toepassing, als bijvoorbeeld: geduld is een schone zaak. Of: de aanhouder wint. Vanochtend had ik zomaar genoeg voor maar liefst vier beschuitjes. Een Hollandse traktatie.

Im knopf

Im knopf

Wij bezochten het museumpark Insel Hombroich, bij Neuss, in Duitsland. Een paar jaar geleden alweer, maar niet voor het eerst en zeker ook niet voor het laatst, want het is zeer de moeite waard. Niet alleen de schitterende paviljoens met vele soorten kunst en kunstvoorwerpen, ook de enorme tuin waar je doorheen wandelt, van paviljoen naar paviljoen, is van een grote schoonheid. Alles bij elkaar is het een zeer inspirerende en harmonieuze plek. Bij ons laatste bezoek verzamelden wij zo hier en daar wat zaden uit uitgebloeide bolsters en bollen en dozen, in het kader van aan een boom zo vol geladen.. Het zaad strooide ik uit over mijn destijds nog nieuwe tuin. Sindsdien bloeit ook hier ieder jaar deze Scabiosa Gigantea.