Kleine boompjes worden groot

Kleine boompjes worden groot

Ik heb meerdere zwarte elzen in de tuin staan. Het zijn leuke bomen, vind ik, met die feestelijke zwarte elzenproppen die de boel een beetje opvrolijken als verder alles kaal en grijs is. Bovendien zijn ze goed voor de biodiversiteit, las ik, omdat ze veel insecten en vogels aantrekken. Verder zijn het bodemverbeteraars doordat ze stikstofbindende wortelknobbels hebben. Ook dit is kennis van internet. Een aantal van mijn elzen heb ik anderhalf jaar geleden aangeplant in het kader van het meer-bomen-nu initiatief, de rest is uit zichzelf aan komen waaien. Het zijn kennelijk makkelijke bomen, zoals ook blijkt uit het feit dat ze het eigenlijk allemaal prima doen, ondanks dat ze in de loop van het jaar bezocht zijn door meerdere plagen. In één van die dus nog jonge elzen trof ik van de week de eerste katjes. Noem mij een romantische dwaas, maar het ontroerde me. Kleine boompjes worden groot. Het zijn de mannelijke katjes, die aan het eind van de winter, lees ik, tot bloei zullen komen. De vrouwelijke elzenproppen heb ik nog niet kunnen vinden, maar die zullen dan binnenkort toch ook verschijnen, neem ik aan. De zwarte els, hoewel getooid met een meisjesnaam, draagt zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen. Eenhuizig heet dat, heb ik net geleerd. De rest van mijn elzen, blijkt uit nader onderzoek, blijft nog even klein.

De vier plagen van de Els

De vier plagen van de Els

De zwarte els blijkt een populaire gastheer te zijn voor allerlei insectenvolk. Zo waren daar al de (bastaard)rupsen van de elzenbladwesp, met hun vrolijk ballet, hun gechoreografeerde schranspartij, inmiddels allemaal als bij toverslag verdwenen om ergens tot wespjes te verpoppen, met achterlating van een zo goed als kale boom. Niet veel later trof ik een kevertje dat al een grillig spoor in één van de niet door rupsen weggevreten bladeren had getrokken, het elzenhaantje, volgens Obsidentify. Op weer een ander blad zag ik vier mysterieuze oranjebruine vlekjes waarvan Obsidentify geen idee heeft, dus ik al helemaal niet, al vond ik ze wel mooi, en tot slot vond ik vandaag een opgerold blad waarvan ik meen te weten dat dat door bladrollers wordt gedaan. Dat zal in dit geval dan wel een elzenbladroller zijn. Gelukkig heb ik meer dan één els in de tuin.

Elzenballet

Elzenballet

Het elzenbladcircus is weer terug op de tuin. Vorig jaar ontdekte ik deze acrobatische rupsjes voor het eerst in mijn zwarte els. Aanvankelijk was ik, zal ik toegeven, niet zo blij, want ze vraten behoorlijk systematisch in hoog tempo blad voor blad mijn lieve, vers aangeplante boompje kaal. In rijen van tien begonnen ze aan de rand en vraten zich onverstoorbaar naar het steeltje, om daarna met de hele bups naar het volgende blad te verhuizen. Maar later zag ik wat een grappige beestjes het dan eigenlijk weer zijn. Die eensgezinde, gecoördineerde schranspartij is al bijzonder, maar als je tegen het blad tikt, met je vinger, of het blad beetpakt, steken ze allemaal, volkomen synchroon, onmiddellijk hun achterlijf omhoog, als in een strak geregisseerd ballet. Zonder te stoppen met vreten trouwens, dat gaat gewoon onverdroten door. Ik zag ze ook elke dag weer groter geworden, tot ze op een dag langzaamaan stuk voor stuk verdwenen. De grond in om te verpoppen, was mijn veronderstelling. Op internet vond ik uit dat het ging om de larve van de elzenbladwesp. Geen rupsen dus, maar bastaardrupsen. Je ziet het aan de pootjes, leer ik, alleen de voorste zes zijn echt, de rest is versiering, of camouflage, nep in elk geval. Ik nam me voor het dit voorjaar in de gaten te houden, of ik elzenbladwespjes tegenkwam. Maar nee. Maar de rupsen zijn er wel weer. Ze zijn nog klein. Hun ballet is nog steeds leuk om naar te kijken. En die paar blaadjes van de Els, nou, dat moet dan maar.