Zo klein, zo groots

Zo klein, zo groots

Waar blijf je nou, appte mijn vrouw ongeduldig. Die zat thuis met het eten te wachten en ik had zeker een kwartier terug al een berichtje gestuurd dat ik eraan kwam. Dus, waar bleef ik nou.
Nu ben ik meestal moeilijk van de tuin af te krijgen, als ik er eenmaal ben. Er dient zich altijd nog wel snel even iets aan - een vergeten klusje, een bijzonder beestje of een buurman met een praatje - waardoor het allemaal wat uitloopt. Maakt ook niks uit uiteindelijk, wat zou je je haasten. Daar heb je geen tuin voor.
Deze keer was het een rosse metselbij die mijn aandacht trok terwijl ik mijn jas stond aan te trekken. Eerder schreef ik al dat mijn artistieke tuinhuisje op de warme belangstelling van deze bijtjes mocht rekenen, vanwege de Lundiagaatjes in de raamkozijnen. Dit bijtje had blijkbaar toch besloten, in tegenstelling tot haar immer aarzelende soortgenoten, dat dat prima gaatjes waren om in te nestelen want ze vloog af en aan, naar steeds hetzelfde gaatje. Kroop naar binnen, bleef daar een tijdje ijverig bezig, kwam naar buiten, draaide zich om en kroop achterwaarts weer terug naar binnen. Daar werd een ei gelegd, wist ik inmiddels wel. Dat duurde een tijdje. Dan vloog ze weer weg, om binnen de kortste keren weer terug te zijn met een voorraadje zand, waarmee ze omstandig draaiend en met haar poten zwaaiend het nestkamertje dichtmetselde.
Ik stond het ademloos te bekijken. En te filmen. En te fotograferen. Wat een fantastisch schouwspel. Zo klein, maar zo groots. Gelukkig kon ik mijn vrouw met de filmpjes en de foto's weer vrij makkelijk gunstig stemmen en konden we in goede harmonie aan tafel. We aten asperges.

Niet onbekend

Niet onbekend

Al weken sta ik hoopvol over mijn zeer bescheiden vijver gebogen, speurend naar een teken van leven. Vorig jaar zag ik de eerste al op 28 februari voor mijn voeten wegspringen, dus een tikkeltje ongerust werd ik wel, de laatste tijd. Ongeduldig ook, eerlijk gezegd, een beetje. Ik weet wel, in het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst, en de natuur laat zich niet dwingen en het komt zoals het gaat, maar toch, het werd onderhand wel eens tijd. Vond ik. En zie, vandaag stak er eentje zijn bolle ogen boven het water uit. Een groene kikker onbekend, zegt obsidentify, maar dat klopt niet, want ik ken hem weldegelijk.

Fünf Buchen

Fünf Buchen

Het nadeel van op vakantie gaan, is dat je niet naar je tuin kunt. Zeker in de voorjaarsvakantie mis je dan eigenlijk een van de mooiste periodes. De dagen van het grote groen worden. Het ontluiken, het uitlopen, het bloeien. De metamorfose van een kale bedoening naar een malse, vruchtbare oase.
Maar goed, wij waren dus op vakantie en wandelden een paar heerlijke lentedagen onder het zondoorschenen frisgroene gebladerte van het Teutoburger Wald, dat was ook helemaal niet slecht.
En zoals ik dat wel vaker doe, kon ik het ook dit keer niet laten wat zaailingen te verzamelen voor in de volkstuin. Strooiselroof. Verspreiding van biodiversiteit, kun je het ook noemen, leerde ik van een collega-tuinier die zich er ook aan bezondigt. De bermen stonden bezaaid met piepkleine beukjes en ik dacht, in de geest van Piet Paaltjens, hier mist men vijf, zes boompjes niet. Nu heb ik inmiddels al een aardig mini-arboretum bij elkaar geroofd, waaronder twee schattige rode beukjes, maar de groene beukjes van een eerdere lichting hebben het niet gehaald. De groene beuk ontbreekt nog, in mijn tuin.
Naast een stapel gevelde stammen, aan de rand van een bosbouwpad, waar ze sowieso een zekere en vroegtijdige dood stond te wachten, trok ik er vijf uit de grond, stak ze in een leeggegeten boterhamzakje, met een paar handen van hun eigen grond en een voorraadje afgevallen blad als humus, het laatste slokje water uit de veldfles, en nam ze mee naar huis. Daar staan ze nu in potjes van de schrik te bekomen.