Eén van de zeven

Eén van de zeven

Het mag lente zijn, en de tuin mag op barsten staan van levenslust, met zwellende knoppen en opduikende groene punten, soms wordt er ook te vroeg gejuicht. De gunnera bijvoorbeeld, stak de eerste uitloper al vrolijk boven zijn warme winterdekentje van hooi uit en werd prompt door een nachtvorstje op de inmiddels bruine vingers getikt. Het eerste kikkertje, waar ik twee weken geleden nog zo opgetogen over jubelde, trof ik een week later bewegingloos drijvend aan in zijn vijvertje. Ook te optimistisch geweest blijkbaar. Hoewel, toen ik 'm uit het water viste, strekte hij nog wel de achterpoten, waardoor ik de hoop vatte dat ik te vroeg had getreurd. Er schoot mij prompt een oud en toepasselijk liedje te binnen, over een half bevroren boerensloot en zeven kikkertjes die bijna dood waren. Bijna. Maar toen het beestje twee dagen later nog altijd in dezelfde houding in het water lag als waarin ik 'm had teruggelegd wist ik beter. Niks bijna. Van die andere zes weet ik het niet, maar deze was toch echt hartstikke dood.

Kapoentje

Kapoentje

Dat ze geluk brengen schijnt bijgeloof te zijn, geloof ik. Toch word ik er elke keer dat ik er een zie scharrelen een beetje gelukkig van. Dus een kern van waarheid zit er in. Al is dit dan wel weer een Aziatische indringer, meen ik, die het de inheemse soorten moeilijk maakt. Het is nog niet zo makkelijk om gewoon zonder voorbehoud of kanttekeningen gelukkig te zijn.

Kraamwebspin

Kraamwebspin

Terwijl ik zo hoopvol door mijn tuin loop te speuren, blik op de grond, zoekend naar nieuw leven, groene punten of scheuten die er eerder niet waren, een bloemetje hier of daar, zie ik ook al regelmatig een en ander wegkruipen of -schieten. Klein gekriebel dat zich veiligheidshalve uit de voeten maakt. Zoals deze kraamwebspin. Ook wel grote wolfspin genoemd, lees ik. Een actieve jager. De naam dankt ze aan het feit dat ze haar eieren in een web legt, een kraamweb, en daar enige broedzorg bij levert. Voor de vader is ze minder lief. Die wordt, als hij niet op tijd maakt dat ie wegkomt, opgegeten, zoals spinnen dat vaker schijnen te doen.

Kleine vos

Kleine vos

Met een twijfelachtig humeur trok ik naar de tuin vandaag. Het zit weleens niet mee tenslotte, dat overkomt de beste. Met mijn kop in de frisse wind en de zon op mijn bol ging het er na een tijdje alweer wat luchtiger aan toe, onder de hersenpan. En toen deze kleine vos als tweede vlinder in mijn tuin de krokusjes bezocht, was het leed zo goed als geleden.

De eerste vlinder

De eerste vlinder

Ik brak mijn gesprek met de buurvrouw er tamelijk onbeleefd voor af, want daar fladderde hij opzichtig door mijn territorium: de eerste vlinder! Geheel volgens het spreekwoord en de ongeschreven wetten der natuur was het een citroenvlinder. Ik moest 'm wel door twee buurtuinen achtervolgen voordat ik 'm een beetje fatsoenlijk op de foto had, maar vooruit. De lente is begonnen, wat mij betreft.

Kikkertje

Kikkertje

Twee jaar geleden groef ik met mijn oudste zoon zo'n zwarte cementkuip in, bij wijze van vijver. Van mijn dochter kreeg ik er wat waterplantjes bij. Vorig jaar spotte er ik op mooie dagen eerst één, toen twee en later zelfs drie zonnende kikkertjes omheen. Tot mijn innig geluk. Vandaag zag ik er eentje voor mijn voeten wegspringen. Een piepkleintje. Ze zijn er nog.