Hotelgast

Hotelgast

Vorig jaar plaatste ik een insectenhotel in de tuin. Ook wel bijenhotel genoemd. Er was veel belangstelling voor. Vandaag zag ik de eerste metselbijtjes er ook weer voor hangen, op zoek naar het beste plekje. Maar ergens verstopt in een donker vergeten spelonkje zag ik ook een andere hotelgast zijn of waarschijnlijk haar kansen afwachten. Strikt genomen geen insect, laat staan een bij, maar wel ook gewoon natuur natuurlijk.

Wat zoemt daar

Wat zoemt daar

Meestal loop ik eerst eens even een rondje over de tuin, om te zien wat er nu weer is veranderd. Wat er nu weer is uitgelopen of opgekomen. Tegelijk let ik op alles wat rondvliegt en fladdert, loop er als een dwaas achteraan te hobbelen, in een poging het op de foto te krijgen. Ook om zo te weten te komen wat het is, dat daar zoemt. Valt nog niet mee want het lijkt of ze je zien aankomen, met je telefoontje, en voor je ze in beeld heb zijn ze alweer uit beeld. Deze honingbij maakte het de pis niet lauw.

Verkenner

Verkenner

We zitten midden in de bijentelling 2025, las ik toevallig ergens. En het is alsof ze dat zelf ook toevallig ergens gelezen hebben, want daar waren ze. Het waren er in elk geval vier en ze zoemden op en neer langs mijn huisje, op zoek naar de gaatjes die ik daar speciaal voor hun in heb geboord. Rosse metselbijtjes. Het zijn verkenners denk ik, hoop ik, want vorig jaar was mijn toen net geplaatste insectenhotel binnen de kortste keren volgeboekt. Dat het slecht gaat met de bijen, met de insecten in het algemeen, hoef ik er niet bij te zeggen. Dat weet iedereen al. Dus nu hoeven we er alleen nog maar iets aan te doen.

Huiszebraspin

Huiszebraspin

In navolging van mijn dochter, die er een 1000 soorten tuin op na houdt, probeer ik alles wat rond kruipt of vliegt of scharrelt te fotograferen, om zo in elk geval achter de naam te komen. Mijn dochter is er beter en fanatieker in dan ik. Zij onthoudt bijvoorbeeld ook alle namen van wat ze ooit gezien heeft. Ik niet. Maar goed, zo zie ik dan steeds iets nieuws. Dit minuscule spinnetje liep op en neer over mijn huisje, in de zon, en verkende de gaten die ik er eigenlijk voor bijen in had geboord. Maar alles wat leeft is welkom.

Eert uw vijand

Eert uw vijand

Het is de vijand natuurlijk, daarover bestaat geen twijfel, maar als je dit dan ziet, hoe zo'n schijnbaar plomp en hulpeloos beestje, zonder armen of benen, z'n huisje dicht stukadoort voor de winter, met zo'n keurig, flinterdun vliesje, terwijl dat huisje ook nog op z'n rug vastzit, dan moet je er toch ook bewondering voor hebben.

Welkom

Welkom

Er wordt alweer heel wat afgezoemd op de tuin. Een heerlijk geluid. Grote hommels gaan zoekend rond, laag over de grond, misschien wel op zoek naar een goed plekje voor een nest, in mijn rommeltuin. Rommeltuin hommeltuin.

Toch zeven

Toch zeven

Elke keer dat ik op de tuin ben, werp ik een mismoedige blik op de vijver, waarin ik vorige week mijn doodgevroren kikkertje vond. Mismoedig tot gisteren, toen ik tot mijn grote vreugde maar liefst twee piepkleine kikkertjes rond zag scharrelen. Dus misschien waren het er toch zeven.