Mislukt

Mislukt

Pas begonnen met mijn tuin - ik weet het, ik heb het al vaker verteld - begon ik vol goede moed en blijde verwachting met het verbouwen van knolrapen, lof, schorseneren en prei. Behalve dat veel niet opkwam, snel verpieterde of anders wel meteen werd opgevreten door slakkentuig of overwoekerd en verstikt door niet in de hand te houden wilde inheemse gewassen, waren er meer tegenslagen te verwerken. De groenlof bijvoorbeeld. Kwam prima op en de slakken lieten het staan. Later ben ik gaan denken dat ze het waarschijnlijk net zo vies vonden als wij. Want wat ik er ook mee probeerde, aan mijn aanrecht, aan mijn fornuis, het was niet te hachelen. Wat restte van de oogst liet ik staan. En daar heb ik geen spijt van gekregen want ieder jaar trakteert mijn mislukking mij op dromerig ijlblauwe bloemen in vrolijk makende hoeveelheden. En elk jaar meer, want het breidt zich uit als een wild inheems gewas.

Maria

Maria

Vandaag is de tweede sterfdag van mijn oude schoonmoeder. De laatste jaren van haar leven kwam ze aan tuinieren niet meer toe, maar daarvoor was haar tuin haar koninkrijk. Die stond er dan ook altijd bij om door een ringetje te halen. Over mijn tuin was ze niet te spreken. Dat wil zeggen, één keer heb ik haar meegenomen, om haar mijn tuin te laten zien. Toch een beetje trots misschien. Maar aan sociale plichtplegingen deed ze in die tijd al niet zo erg meer. Wát een tróep!, was haar oprecht geschokt, hartgrondig commentaar. Ze kon zich niet inhouden en begon meteen van alles uit de grond te trekken, tot ze al snel besloot dat het onbegonnen werk was. Zelfs voor haar. Wát een rotzooi, zei ze nog maar eens. Het zal zo'n vier jaar geleden zijn, mijn tuin is vier jaar verder, maar ik vermoed dat het nog steeds haar goedkeuring niet zou kunnen wegdragen. Wel kreeg ik eens een plantje van haar, voor mijn tuin. Een anjertje. Een roze anjertje. Vorig jaar bloeide het voor het eerst op haar sterfdag, dit jaar bloeit het opnieuw. Dus misschien valt het mee.

Doekoe

Doekoe

De buren achter hadden een tomatenplantje over. Met de veelbelovende naam Moneymaker. Of ik daar plek voor had. Tja, wie zou daar geen plek voor hebben. Ik zette het meteen in de grond, in de kas, met aan de buren de plechtige belofte er liefdevol voor te zorgen. Aan die belofte houd ik mij, en zie, dat begint zich nu uit te betalen.

Pink queen

Pink queen

Hallucinerende temperaturen, zo opeens, op de tuin. Deze prikneus kreeg ik van mijn dochter, twee of drie jaar geleden, geloof ik, en sindsdien breidt ie zich gestadig uit. Ik weet niet zeker, eerlijk gezegd, of ik m echt heel mooi vind. Als plant. Maar van de bloemen kun je eigenlijk alleen hallucinerende, Warholeske foto's maken. En dat is ook wat waard. Dat is zeker ook wat waard.

Paars

Paars

Ik zal niet zeggen dat ik een bloemenzee onder mijn hoede heb, maar er begint toch steeds meer te bloeien, zie ik op mijn verkenningsrondje door de tuin. Deze paarse akelei bijvoorbeeld. Wat een kleur. Wat een bescheiden schoonheid. Ik houd ervan.

Niet uit de klei getrokken

Niet uit de klei getrokken

Toen ik met deze tuin begon had ik nog woeste plannen en ideeën over het verbouwen van allerlei groenten en fruit. Wist ik veel.. Appels en peren! Kersen en pruimen! Vergeten groenten! Hartstikke hip en leuk. Zo zaaide ik bijvoorbeeld ook schorseneren. Huisvrouwenverdriet, moet je daar dan achteraan zeggen, net als 'het witte goud' na asperges. Bovendien zijn schorseneren ook weer armeluis-asperges geloof ik, dus dan is het cirkeltje rond. Maar goed, ik had schorseneren gezaaid. En die kwamen heel aardig op, dat was het probleem niet. Het probleem werd het oogsten. Dat was niet te doen. Die lange, dunne pierlala's zaten zo onmogelijk vastgezogen in de Noordhollandse klei, die kreeg ik er alleen in kleine stukken en onooglijke brokken uit. Daar viel geen fatsoenlijk maal meer mee te koken. De schorseneer werd bijgeschreven op de lijst der mislukkingen in de moestuin. Maar helemaal vergeten is hij niet, want nog ieder jaar duikt hij op. Als bloem.

Snack

Snack

Mijn oudste zoon, die mij altijd trouw komt helpen wanneer de tuin gesproeid moet worden, kwam een tijdje terug met een cadeau. Hij was in het tuincentrum geweest en had voor mij een snackkomkommer meegenomen. Die gaf ik een ereplekje in mijn huisje en zie, vanavond garneer ik de salade met deze twee schattige komkommertjes.

4

4

Wie het kleine niet eert.., schreef iemand onder mijn berichtje over de bescheiden aardbeienoogst. Drie aardbeien, waren dat. Ik deed ze in de kwark. En eerde daarmee het kleine, waarmee ik het grotere weerd bleek te zijn. Want vandaag lijkt er een andere oudHollandsche wijsheid van toepassing, als bijvoorbeeld: geduld is een schone zaak. Of: de aanhouder wint. Vanochtend had ik zomaar genoeg voor maar liefst vier beschuitjes. Een Hollandse traktatie.