Boerenwormboom

Boerenwormboom

Vorig jaar ergens, wandelde ik met mijn oude schoonvader langs 's heeren wegen, zoals ik dat elke dinsdagmiddag doe, wanneer het weer en zijn humeur dat toelaten, en vanuit zijn rolstoel wees hij op het Boerenwormkruid in de berm. Dat vond hij mooie bloemen. Daar wilde hij wel een bosje van op tafel hebben staan. Gehoorzaam zette ik zijn rolstoel op de rem en begon een boeketje te plukken, toegeeflijk gadegeslagen door passerende elektrische fietsers. Ik had geen mesje bij me dus ik moest het op handkracht doen. Nu heeft Boerenwormkruid nogal een stevige stengel, die je niet zomaar afbreekt, dus ik eindigde al gauw met een boeket met wortel en al. Boerenwormkluit, zogezegd. Eigenlijk kwam me dat niet eens zo slecht uit, want ik ben dol op Boerenwormkruid, dus met mijn schoonvader in zijn rolstoel als verzachtende omstandigheid stond ik hier toch maar mooi nieuwe aanplant voor de volkstuin te strooiselroven. De zweefvliegen en de bijen zouden me dankbaar zijn. Aan het schoonouderlijk aanrecht sneed ik de bloemen tot een gezellig vaasje vol, de wortelstokken nam ik in een plastic zakje mee naar huis, naar de volkstuin, en zette ze daar vol verwachting in de grond. Nou zet ik wel vaker iets vol verwachting in de grond, en word ik in veel van die gevallen teleurgesteld, het Boerenwormkruid overtrof dit jaar alle verwachtingen. Ik overdrijf niet als ik zeg dat het een boom is geworden. Een Boerenwormboom, zogezegd. Stengels van zeker drie meter hoog die alle kant op explodeerden en die, nadat ik ze bijeen had gebonden, topzwaar naar één kant overhelden tot een gele waterval van bloemen. Hij hangt eigenlijk een beetje in de weg, als ik heel eerlijk ben, want telkens als ik erlangs moet is het net of ik een zware deur opzij moet houden, maar dat deert me niet. De zweefvliegen en de bijen zijn me dankbaar.

Vernuft

Vernuft

Het zou mij niet verbazen wanneer de Lathyrus een ver familielid is van de Balsemien. Of anders hebben ze dezelfde cursus gevolgd. In elk geval hebben ze zo ongeveer dezelfde methode om zich uitgebreid naar alle kanten uit te breiden. Met de jongens, toen die nog klein waren, en onlangs nog met de kleinkinderen, was het altijd feest wanneer we een berm vol Balsemienen tegen kwamen, langs ons pad. Wat een wonder dat zo'n peultje wanneer je hem maar even aanraakt openspringt, met een knappend geluidje, en zijn zaad alle kanten op in het rond schiet. Afvuurt. Je kreeg ze niet meer mee voor ze ze allemaal gehad hadden. De Lathyrus doet net zoiets. Als de peulen nog groen zijn, en een beetje op sperziebonen lijken, is er nog niks aan de hand. Maar zijn ze bruin en dor en hard geworden, dan knallen ze met een laatste krachtsinspanning open en slingeren hun zaden zo ver als ze kunnen. De natuur zit vol vernuft. Ik knip de bruine peulen af en verzamel ze in een zinken emmertje, waarin je de zaden soms tegen de wanden hoort tikken. Zo kan ik ook zelf bepalen waar ik volgend jaar de Lathyrus heb staan.

Geen doetje

Geen doetje

Waar je ook geen omkijken naar hebt is de Verbena. Ook wel IJzerhard genoemd. Waarom dat is, is mij niet helemaal duidelijk, of het moest juist dat zijn, dat je er geen omkijken naar hebt. Het is geen doetje, hoeft niet gepamperd te worden met speciale mest, extra zorg of handwarm water uit gouden gietertjes. Breidt zich gul en uit eigen beweging uit en maakt zelf wel uit waar ie dan opkomt. En zou je al eens een stengel afknippen - per ongeluk want waarom zou je het expres doen - dan knip je die weer in zoveel stukjes als er uit geknipt kunnen worden, steekt ze in de grond, of een potje water, en het moet raar lopen wanneer dat dan geen nieuwe plantjes worden. Een aanrader kortom voor de niet zo handige tuinier die ik ben, de pleziertuinier. Bovendien, vlinders, zoals deze Atalanta, en alle andere insecten zijn er werkelijk dol op. In de winter, waar we nu nog niet aan willen denken natuurlijk, zijn de uitgebloeide stengels trouwens ook nog eens een buitengewoon decoratieve aanwezigheid. Hoe meer hoe beter, zeg ik daarom. En dat gaat dus praktisch vanzelf.

Handenvol kleine Kaardebolletjes

Handenvol kleine Kaardebolletjes

Man, wat houd ik van de Kaardebol. In zijn weerbarstige eenvoud en stekelige oerheid heeft ie wel wat weg van de Gunnera, ook al één van mijn favorieten op de tuin. Ik ben dus blij dat ik er nu drie van heb staan, in vol ornaat, en hoop dat daar straks de spreekwoordelijke Puttertjes in groten getale op af komen. Voor het volgend jaar - de Kaardebol is tweejarig (zie mij eens met vaktermen strooien) - had ik tijdens onze vorige zomervakantie een flinke zak vol van die prikkelige zaadbollen meegenomen uit Frankrijk. Barstensvol zaad, bleken die te zitten. Met kwistige hand zaaide ik het voor in leeggegeten kwarkbakjes. Heel even dreigde het niks te gaan worden maar dan opeens leek het of ieder zaadje een plant werd. Liefdevol verspeende ik handenvol kleine Kaardebolletjes. Die allemaal steeds groter werden en uit hun potje groeiden. Eindelijk succes! Kun je teveel Kaardebollen hebben? Nee natuurlijk. Toch heb ik er afgelopen weekend een stuk of wat weggegeven aan vrienden en zonen en dochters her en der. En nog heb ik er over.

Pluis

Pluis

Of je het nog strooiselroof moet noemen weet ik niet. Ik vind dan maar van niet. Langs het pad op het complex, in de gemeenschappelijke berm, aan de slootkant, stonden hier en daar wat bossen grote, paarse bloemen. Geen idee wat het was, maar ik vond ze mooi. Na de bloei werden dat vrij grote pluizenbollen, gelijk paardenbloemen, maar dan dus veel groter. Ik liep er een paar keer langs en zag het gebeuren. Niemand ontfermde zich erover. Die zaden zouden zich straks met de wind over het complex verspreiden. Het waren best veel bloemen. Met in iedere pluizenbol best veel zaden. Ik kon de verleiding niet langer weerstaan en besloot mijn bescheiden deel vast mee te nemen.

Boeket

Boeket

Met angst en beven toog ik naar de tuin vanochtend vroeg. Voor de hitte uit, dacht ik nog, maar daar was het zelfs om acht uur al te laat voor. Het viel me alles mee, na de eerste dag van het hitteplan. De tuin trekt haar eigen plan en stond er prima bij. Alleen de Gunnera, een notoire zuiplap, had het te kwaad. Voor de rest stond alles te groeien en te bloeien of er niks aan de hand was.

Wimpers

Wimpers

Ons land zucht onder een hitteplan, de komende dagen. Niet heel uitnodigend om nou eens lekker op de tuin te gaan staan werken. Of zelfs maar de klapstoel uit te zetten en het er eens lekker van te nemen. Jammer eigenlijk, want er staat van alles te bloeien. Vooral deze grote koeienogen, die ik ooit vanwege de naam bij een biologische kwekerij op de Veluwe heb gekocht. Ze zullen zo heten vanwege de wimpers, denk ik. De kleur kan het niet zijn.

Om naar te kijken

Om naar te kijken

In het hoofdstuk onkruid bestaat niet. Weegbree. Smalle weegbree, om precies te zijn. Ook weer zo'n plantje dat in veel tuinen als ongewenste vreemdeling uit de grond wordt getrokken. Ik snap werkelijk niet waarom. Hij doet helemaal niemand kwaad, integendeel, hij schijnt er allerlei geneeskrachtige en heilzame werkingen op na te houden, is daaronder zeer bescheiden en die bloemetjes die als sterretjesvuurwerk van onder naar boven spetteren.. dat is toch gewoon alleen maar leuk. Ja toch? Ik vind van wel. Het blad schijn je verder als spinazie te kunnen eten, en bij het televisieprogramma Binnenstebuiten was de chefkok van dienst nogal enthousiast over de notige, paddenstoel-achtige smaak van de jonge bloemknoppen. Nou zijn die altijd overal nogal enthousiast over, dat maakt het programma zo aardig, in deze barre tijden, maar goed, dat wilde ik dan ook wel eens proberen. Vol verwachting plukte ik een knop en kauwde er een tijdje welwillend op. Tja. Nou ja. Ik vind ze leuker om naar te kijken. Laat ik het daar op houden.

Dagactieve nachtbloeier

Dagactieve nachtbloeier

Een zonnige aanwezigheid op de tuin, deze Teunisbloem. En dat terwijl hij bekend staat als nachtbloeier. Ik nam 'm mee van vakantie, een paar jaar geleden, waar ie in de braakliggende achtertuin van het vakantiehuis ondergewaardeerd stond te wezen. Wachtend op de onvermijdelijke schoffel van de reeds bestelde hovenier. Bij mij op de tuin kreeg ie asiel en als dank breidt hij zich uit in alle windrichtingen. Zelfs bij mijn dochter in de voortuin staan de nakomelingen. Bloeit ook gewoon overdag trouwens. Bijzonder is wel dat de bloemen zich tegen de avondschemer openen, vandaar misschien dat nachtbloeier. Het loont de moeite er dan een tijdje bij te blijven staan, want je ziet het gebeuren, recht onder je neus. Alsof het een vlinder is vouwen de bloemblaadjes zich uit. Met een paar tellen is het gebeurd en heb je iets bijzonders meegemaakt.