Uitgebloeid is ook mooi

Uitgebloeid is ook mooi

Het is nog zomer. Zeker. Maar zo keurig afgebakend als op onze kalenders zijn de seizoenen natuurlijk niet. Kijk maar naar buiten. De bomen staan nog vol in het blad, maar ze staan wel krom van de wind. Onder een grijze lucht. De regen slaat tegen de ruiten. Het is duidelijk, het is nog zomer, maar de herfst is ook maar alvast een beetje begonnen. Het gaat langzaam in elkaar over. Geleidelijk. Het mengt zich met elkaar. Net zoals het eind van de winter ons straks weer wordt aangekondigd door de eerste bemoedigende voortekenen van het voorjaar krijgen we nu de gelegenheid ons open te stellen voor de charmes van de herfst. Zo moet het zijn.
Het is dus weer tijd voor de rubriek 'Uitgebloeid is ook mooi', in het kader waarvan ik allerlei afgestorven, uitgebloeide en verdorde stengels en staketsels die zich op de tuin beginnen te melden, gewoon laat staan. Niet alleen voor de vogels, die er zaden van komen eten, en voor de insecten, die er hun eitjes in hebben gelegd, of er in overwinteren, maar ook omdat ik het mooi vind. Al die verschillende soorten van verdrogen, verdorren, verleppen, afsterven en verval. Monumentjes voor wat was. En voor wat straks weer komt. Voor wat altijd door blijft gaan.

Dol op de kaardebol

Dol op de kaardebol

Het is hoogzomer op de tuin. Anders gezegd: het is er bloedheet. Zeker overdag is het er eigenlijk niet uit te houden. Wat jammer is, want behalve dat er nogal wat te doen is, staat er ook best wat in bloei waar nu maar matig van genoten kan worden. Zoals de kaardebol. Waarvan ik de prikkelige zaadbollen vorig voorjaar meenam uit een tropisch Bretagne en die zich bij deze temperaturen duidelijk senang voelt, om er ook maar meteen een tropische term tegenaan te gooien.
Het is wonderlijk om te zien wat een lieve, kleine bloemetjes zo'n robuuste, stekelige en weerbarstige plant erop nahoudt. Grappig ook hoe er vanuit het midden in ringen naar boven en naar beneden gebloeid wordt, als een sterretje dat je in het midden aansteekt. Wordt druk bezocht door vliegend volk bovendien. Van de week zag ik hoe een hommel de bloempjes één voor één bezocht en ze na gebruik uit de zaadbol leek te trekken om ze achteloos naar beneden te laten dwarrelen.
Ik ben dol op de kaardebol, mijn tuin staat er vol mee dit jaar en hopelijk zaait ie zich flink uit. Al hoop ik natuurlijk ook dat de puttertjes zich straks aan de pitjes tegoed komen doen. Conflicterende belangen, ik weet het, maar wat doe je eraan.

Een laatste omhelzing

Een laatste omhelzing

Schreef ik gister nog uitgebreid over de Kaardebol en haar gewoonte water op te vangen en vast te houden in speciaal daarvoor gegroeide kelken onderin de plant. En de ergens vandaan geplukte kennis dat wellicht dorstige insecten die per ongeluk in zo'n watervoorraad vallen en verzuipen de plant ook tot voedsel dienen, in verteerde vorm mag je aannemen. Vandaag kreeg ik boter bij de vis, zogezegd. Bij een regenachtig rondje over de tuin zag ik deze twee onfortuinlijke beestjes drijven, in een goedgevuld bassin. Onvoorzichtig geweest. Overmoedig. Dat ze daar met z'n tweeën drijven, alsof ze elkaar in wanhoop hebben vastgegrepen, in een laatste omhelzing, geeft het beeld iets dramatisch. Het zijn, volgens Obsidentify, twee niet nader gedefinieerde bladwespen, aangeduid met de wetenschappelijke naam Tenthredopsis spec. Maar als alle informatie klopt, veranderen ze nu dus langzaam maar zeker in Kaardebol.

Geen vegetariër

Geen vegetariër

Met zijn wat nurkse, stekelige voorkomen, zijn primitieve, robuuste en nog stekeliger bloemen, is de Kaardebol één van mijn lievelings in de tuin. Samen met de Gunnera, ook al zo'n prehistorische verschijning, met die enorme bladeren als parasols en bloemkolven als honkbalknuppels.
Maar goed, ik had het over de Kaardebol.
Vorige zomer had ik handenvol zaad uit Frankrijk vakantieland meegenomen, met het plan in eigen tuin een plantage te beginnen. Ik ben dol op grote plannen. Nou doe ik dat wel vaker, handenvol zaad meenemen van uitstapjes en wandelingen in de natuur, met het vaste voornemen dat in eigen tuin tot groei en bloei te laten komen, maar dat wordt niet altijd een groot succes. Omdat het zaad niet op wil komen, in mijn potjes of mijn volle grond, maar ook wel omdat het er niet altijd van komt het zaad in een potje of de volle grond te stoppen. Regelmatig kom ik vage boterhamzakjes met pluis of pitjes of korrels tegen en heb ik geen idee meer waar het van was en bij welke gelegenheid ik dat had meegenomen. Stel ik het plan alsnog uit, omdat het nu het seizoen niet is of ik er nu even geen zin in heb, waarna van uitstel afstel komt. Of ik flikker de hele zooi zo de tuin in, om er vanaf te zijn, met hetzelfde resultaat. Zo eindigen meer van mijn grote plannen, wat dat betreft zegt de tuin ook wel iets over de tuinier.
Maar goed, ik had het over de Kaardebol.
Niet voor niets is het mijn lievelings, dus deze keer zaaide ik het meegenomen zaad kwistig voor, vertroetelde het spul met liefde en aandacht en binnen de kortste keren had ik genoeg Kaardebolletjes voor wel drie plantages. Over grote plannen gesproken. Ik gaf er hier en daar weg aan wie ze maar hebben wilde en zette ze verder op allerlei plekken in de tuin zodat ik van de zomer overal die weerbarstige prikbloemen bovenuit zie steken. Waarvan de bruin geworden skeletten het ook de hele winter nog uithouden, als schilderachtige herinnering aan de zomer die voorbijging en de zomer die weer komen gaat.
Onlangs deed ik nog een aardige ontdekking trouwens, over de Kaardebol, want daar heb ik het over. Na een flinke regenbui zag ik, bij het vaste rondje door de tuin, dat die water opvangt en vasthoudt. Tegen de stengel aan vormen de bladeren een soort kelk waar het water in blijft staan. Voor later gebruik, zo lees ik ergens, al ligt dat ook wel voor de hand natuurlijk. Het opmerkelijke zat 'm meer in wat ik daar verder over las, namelijk dat insecten en beestjes die per ongeluk in dat water terechtkomen en verzuipen ook als voeding door de plant worden opgenomen. Het voert misschien te ver de Kaardebol nu een vleesetende plant te noemen, een vegetariër is het ook niet. Toch blijft hij één van mijn lievelings.
De langpootmug die hier waarschijnlijk nietsvermoedend wat zit uit te blazen, in de beschutting van het blad, mag wel op zijn tellen passen. Al zal het in zijn geval wel goed komen, het is tenslotte niet voor niets een hoefijzertijger. Die heeft het geluk aan zijn zijde.

Onverrichter zake

Onverrichter zake

Tja. De zwartgerande tuinslak. Daar zit ie dan. Wat bezielt zo'n beest, vraag je je af. Met welk idee begint hij aan zo'n reis? Het kan niet comfortabel zijn, met je zachte, slijmerige buik over die scherpe doornen van de kaardebol naar boven. Waarom besluit hij toch door te zetten? Dwars door de paincave. Waarom klimt hij door tot meer dan een meter hoogte? Ondanks de pijn. Waarom keert hij niet om, na de eerste drie doornen? Wat ik zou doen. Waarom denkt hij niet: bekijk het maar, ik zoek wel een andere stengel. Wat ik zou doen. Verwacht hij één of andere beloning, als hij eenmaal boven is? Een beloning voor het afzien. Voor zijn zelfkastijding. Is hij dan trots? Dat hij het toch maar geflikt heeft. Of is hij teleurgesteld dat hij boven niets anders aantreft dan dorre bladeren en dode bloemen? Waar trouwens ook weer stekels aanzitten. Is hij dan verongelijkt? Of boos? Heeft ie dan de pest in dat hij dat hele eind weer terug naar beneden moet, langs dezelfde doornen? Onverrichter zake. Dat niemand hem dat even gezegd heeft, van tevoren.

Handenvol kleine Kaardebolletjes

Handenvol kleine Kaardebolletjes

Man, wat houd ik van de Kaardebol. In zijn weerbarstige eenvoud en stekelige oerheid heeft ie wel wat weg van de Gunnera, ook al één van mijn favorieten op de tuin. Ik ben dus blij dat ik er nu drie van heb staan, in vol ornaat, en hoop dat daar straks de spreekwoordelijke Puttertjes in groten getale op af komen. Voor het volgend jaar - de Kaardebol is tweejarig (zie mij eens met vaktermen strooien) - had ik tijdens onze vorige zomervakantie een flinke zak vol van die prikkelige zaadbollen meegenomen uit Frankrijk. Barstensvol zaad, bleken die te zitten. Met kwistige hand zaaide ik het voor in leeggegeten kwarkbakjes. Heel even dreigde het niks te gaan worden maar dan opeens leek het of ieder zaadje een plant werd. Liefdevol verspeende ik handenvol kleine Kaardebolletjes. Die allemaal steeds groter werden en uit hun potje groeiden. Eindelijk succes! Kun je teveel Kaardebollen hebben? Nee natuurlijk. Toch heb ik er afgelopen weekend een stuk of wat weggegeven aan vrienden en zonen en dochters her en der. En nog heb ik er over.