De lange adem

De lange adem

Dat je een strijd niet kunt winnen, betekent nog niet dat je hem niet hoeft te voeren. Ook dit voorjaar kruip en buk ik weer door de tuin om overal het onoverwinnelijk heermoes weg te plukken. Zeker niet met de illusie het dit jaar wel te winnen, zeker niet, want ik weet inmiddels wel beter. Het is een klus die je nooit of te nimmer krijgt afgerond. Omdat het spul weer aangroeit zodra je je blik hebt afgewend. Een klus die dus enerzijds buitengewoon frustrerend is, maar waar je op een of andere manier ook best zen van kunt worden. Het is daarom de kunst te gaan plukken wanneer je een grote behoefte voelt zen te worden. Zo'n dag was het vandaag. Dat heb je wel eens, zulke dagen. Zo'n humeur. Emmers en emmers vol pluimen plukte ik weg en hoewel er nog ruim voldoende staat voor nog veel meer emmers en emmers, en het dus volkomen nutteloze arbeid was, verspilde tijd en energie, was het toch een bevredigend werkje.
Al eerder schreef ik dat ik van al die geplukte pluimen gier maak. Een bijna alchemistisch proces waarbij de heermoes, door toevoeging van water en dagelijks omroeren, langzaam wordt omgezet in een stinkende, schuimende brij waar, zodra je het deksel licht, de strontvliegen meteen op afkomen. Het verhaal gaat dat je met die gier de bodem zodanig verrijkt dat de heermoes op den duur verdwijnt.
Hoe lang die duur precies is, wordt er niet bij gezegd, maar gezien het feit dat dit jaar opnieuw een recordjaar lijkt te zijn, voor de heermoes, vrees ik dat het een kwestie van de lange adem is. Mijn lange adem. En erin blijven geloven.

Gier

Gier

Zo'n tuin gaat gewoon door als je er even niet bent. Die heeft geen vakantie. Zeker geen voorjaarsvakantie. Dus behalve dat allerlei boompjes en struiken bij terugkomst plotseling vers in het blad staan, en kleine sla-plantjes groot zijn geworden, is er ook opeens een enorme lijst aan achterstallig onderhoud. Om te beginnen de niet te winnen eeuwigdurende moedeloos makende strijd tegen het Heermoes. Ik schreef daar al eerder over. Het lijkt een recordjaar te zijn, dit jaar, want het staat werkelijk overal. In een niet te stuiten opmars neemt het de hele tuin over. Ik las ooit ergens, op een goedbedoelende groene site, dat je gier kunt maken, van de geplukte pluimen, en dat die gier dan allerlei mineralen en andere goede stoffen zou bevatten die de plant uit de diepe bodem naar boven had gehaald, die je dan dus, met die gier, weer over je tuin zou verspreiden, en daarmee, let op, zelfs het Heermoes zou bestrijden. Sterk verhaal natuurlijk, zeker in combinatie met de alom te vinden informatie dat Heermoes vooral groeit op arme grond, maar goed, ik vond het ook wel een mooi verhaal, dus tot nog toe heb ik ieder jaar vele liters heermoesgier gebrouwen en verspreid. Ook omdat ik het eigenlijk wel leuk werk vond, ergens. Je moet het toch wegplukken en het idee dat je er daarna iets nuttigs mee doet, geeft je meer het gevoel dat je aan het oogsten bent. Klinkt positiever. En dat roeren in grote emmers stinkende prut, en dat afgieten door een zeef, en dat verdunnen met water heeft allemaal de prettige schijn van doortastende deskundigheid. Wel jammer dus dat al die alchemistische moeite nu blijkbaar tot een recordjaar heeft geleid, voor de Heermoes. Al zou je, doorredenerend op het positieve spoor, ook van een recordoogst kunnen spreken.