Tot mijn grote opluchting en blijdschap heeft ook de Ginkgo Biloba besloten dit voorjaar weer uit te botten. Ik kreeg hem een paar jaar geleden van een vriendin, als piepklein plantje. Niet veel meer dan een zaailing was het. Zij had 'm, als exotische strooiselroof, meegenomen uit Vietnam. Of Thailand, dat wist ze niet meer, het is een avontuurlijke vriendin. Ze had er uit beide landen één meegenomen. Eén voor zichzelf en één om weg te geven. Maar welke welke was, dat wist ze niet meer.
Ik ben dol op de Ginkgo sinds ik jaren geleden bij een bezoek aan een botanische tuin in Utrecht leerde dat dat een prehistorische boom is. Dat de Ginkgo miljoenen jaren geleden het eerste soort boom op aarde was. Dat spreekt tot mijn verbeelding, zulke dingen. Ooit hadden we er daarom ook een in de achtertuin staan maar die had het snel bekeken, in de Noordhollandse klei. Deze nieuwe kans vertroetelde ik dus met veel liefde en aandacht en een luw plekje in de zon.
Toch leek het er op dat hij zijn eerste winter niet had overleefd, hoewel ik hem veilig, maar misschien net iets te laat, in mijn orangerie had gestald. Als niets dan een dode stok in een pot ging hij het voorjaar in. Met lede ogen zag ik het aan. Tot er, helemaal onderaan de dode stok, toch een klein groen puntje ontstond. Jongens, wat was ik blij. Het dode gedeelte knipte ik af en de hele zomer stond hij weer op zijn luwe plekje in de zon, waar het groene puntje langzaam uitgroeide tot een nieuw stammetje. Iets eerder dan het jaar ervoor bracht ik hem naar binnen, al zag hij er na de herfst al weer zorgwekkend uit als een dode stok. Het was dus even spannend wat er zou gebeuren nu de lente weer terug is.
Trots stuurde ik een foto van de eerste nieuwe, frisgroene blaadjes aan mijn vriendin. Ze was blij voor me. Die van haar was dood.
De prehistorie ontwaakt