Zeldzaam

Zeldzaam

Wanneer op de tuin iets opkomt dat ik niet ken, of iets rondvliegt of kruipt dat ik niet meteen thuis kan brengen, en dat komt nogal eens voor, is daar altijd de app obsidentify, die het vaak wel weet. Of in elk geval een aantal suggesties doet van wat het zou kunnen zijn, en met hoeveel procent zekerheid. Je krijgt dan de Latijnse naam, die je meteen weer vergeet, de Nederlandse naam, indien die bestaat, wat vooral bij insecten niet vanzelfsprekend blijkt te zijn, en die je vaak ook vrij snel weer kwijt bent, plus een melding van hoe bijzonder je ontdekking is. Dat loopt van algemeen, via vrij algemeen naar zeldzaam. Over het algemeen zijn mijn ontdekkingen algemeen. Hoe bijzonder ik ze zelf soms ook vind. Dit plantje heb ik wekenlang langzaam maar zeker op zien komen. Bijna had ik het als gras weggetrokken, zo onbeduidend en nietszeggend was het. Nu zat er dan eindelijk een bloemetje aan waar de app iets mee kon. Allium paradoxum. Die naam mag u weer vergeten. Armbloemig look, in het Nederlands. 100% zeker. En, nu komt het: zeldzaam. Ik bedoel maar, nooit zomaar iets wegschoffelen.

Aanwaaier

Aanwaaier

Ook leuk, er komt van alles aanwaaien, als je niet oplet. Of eigenlijk als je wel oplet. Dit schattige, kleine bloempje bijvoorbeeld, kruipt zo opeens onder de snijbiet uit. Ik heb geen idee wat het is, behalve mooi, maar de app helpt me verder. Gewone duivenkervel. Nou, noem het maar gewoon. Een pioniersoort op stikstofbodem, lees ik verder. En een echt akkeronkruid. Welkom op mijn tuin.

Jostablumen

Jostablumen

Toen ik m kreeg, van een vriendin, de jostabes, had ik er nog nooit van gehoord. Ik kreeg m als een stokje met wat wortels. Voormalige vensterbankvulling. Al twee lentes stond ie als eerste in het blad, van de hele tuin. Vorig jaar had ik er wat bessen van. Lekkere bessen, ook nog. En kijk eens wat een schattige bloemetjes nou toch weer. Op internet lees ik dat het een gecultiveerde struik is. Een complexe kruising tussen zwarte bes, kruisbes en worcesterbes. Van die laatste heb ik ook nog nooit gehoord. De naam is een samenvoeging van de Duitse originelen Johannisbeere und Stachelbeere. Waarom de Worcesterbeere niet mee mag doen weet ik niet. Maar wat zou het allemaal, kijk nou, die bloemetjes.

Onkruid bestaat niet (2)

Onkruid bestaat niet (2)

Er wordt een beetje neergekeken op paardenbloemen, op het complex. Paardenbloemen, dat is onkruid. Dat moet weg. Dood. Uitgeroeid. Dat ik ze gewoon laat staan waar ze willen staan, daar wordt hier en daar laatdunkend over gedacht. En soms gesproken. Oh, hier komen al die paardenbloemen vandaan, krijg ik dan te horen. Van iemand die daar dan blijkbaar last van heeft. Maar kijk, op hun eigen dorre, omgespitte en gefreesde akkers met oranje restjes gras, daar bloeit helemaal niks. Dus ze mogen blij zijn dat de hommels en de bijen waarvan ze hopen dat die straks hun appeltjes en peertjes komen bevruchten, hun prijswinnende pompoenen, dat die op mijn geminachte onkruid in elk geval wel al wat te eten hebben.

Wit

Wit

Dit perenboompje kreeg ik vorig jaar van vrienden, ter gelegenheid van een succesvol verlopen voorstelling. Het reikt nauwelijks tot mijn middel maar gaf meteen al zoveel peren dat de takken ervan door gingen hangen. Het was even afwachten hoe hij de winter door zou komen, als ex potplant, maar aan deze voorzichtig ontluikende bloesem te zien komt het goed. Ik moest wel meteen aan het boek Perenbomen Bloeien Wit denken, bij het fotograferen van deze vooralsnog toch duidelijk roze puntjes. Ik zal het weer eens tevoorschijn halen.

Nieuwe aanwinst

Nieuwe aanwinst

Strooiselroof, ik mag mij er graag aan bezondigen. Een woord dat ik leerde van een vriend die in gemeentelijke groenkringen werkt. Het klinkt illegaal en dat schijnt het dan ook te zijn. Hoewel het op de schaal waarop het door mij wordt bedreven redelijk onschuldig genoemd kan worden. Vind ik zelf. Zo af en toe en hier en daar graaf ik eens een zaailing uit van het een of ander, meestal op plekken waar die anders ongetwijfeld ten prooi zou vallen aan de gemeentelijke snoei- en maaibrigades, om er op de tuin een boompje of een struikje uit op te laten groeien. Zo heb ik al een geroofd arboretumpje van verschillende eikjes, zwarte beukjes, tamme kastanjes, lijsterbes, en meidoorn. Daar lijkt nu deze grauwe wilg aan toegevoegd. Tijdens een wandeling nam ik twee stekjes mee, uit de berm, en één ervan staat nu in bloei.

Strooiselroof over de schutting

Strooiselroof over de schutting

Het leuke van een volkstuin is: je krijgt zo af en toe wat van je buren. Mijn vrouw spot wel eens dat als ik dan eens iets eetbaars meeneem van de tuin, ik het van de buren heb gekregen, uit medelijden. Meestal is dat ook zo trouwens, afgezien van het medelijden misschien. Maar er komen ook wel andere dingen over de schutting dan andermans oogstoverschotten. Deze bandwilg, bijvoorbeeld, kreeg ik van mijn buurvrouw. Ze had 'm ergens gestrooiselroofd, en omdat ik haar dat woord had geleerd, en omdat ze er zelf geen plek voor had, mocht ik 'm hebben. De winter is ie doorgekomen in de pot en nu staat ie pollen te maken. Binnenkort maar eens kijken of ik nog ergens een plekkie heb.