Er zijn nogal wat planten waarvan de betere natuurliefhebber annex vergeten groenten kweker of biologisch dynamisch voedselbos beheerder op plechtige toon weet te melden dat je die kunt eten. Als aandachtig toehoorder word je dan geacht met gepaste verbazing en eerbiedige bewondering te reageren, wat aarzelend het een of ander in de mond te steken en dan uit te roepen hoe lekker pittig, kruidig, of notig het smaakt, met een zoetje of een zuurtje of een bittertje. In dat kader stond ik in mijn tuin al eens te kauwen op een bloemknop van de weegbree. Ik maakte honing met paardebloemen, pesto van radijsloof, salade met oostindische kers.
Tijdens een boswandeling in de voorjaarsvakantie probeerden we daslook, look zonder look, madeliefje en pinksterbloem. Met wisselend succes. Grote verrassing was de oxalis, ook wel geluksklaver genoemd. Waarvan mijn vrouw, als amateur betere natuurliefhebber, op gelukkig onplechtige toon wist te vertellen dat die eetbaar was. En inderdaad, verrassend lekker. Fris zuur. Bijna alsof je zo'n ouderwetse Napoleon zuurbal doorbijt. Mijn vrouw kocht een zak bolletjes voor me, ik zette ze in potten en binnen de kortste keren kwam het op, de bloemetjes eerst. Maar zeg nou zelf, die zijn toch veel te leuk om op te eten?
Om op te vreten