Enige tijd geleden berichtte ik hier over de rode amerikaanse rivierkreeft die mij voor een dilemma had gesteld door zich in mijn regenton te vestigen. Je zou je kunnen afvragen hoe die daar in vredesnaam in terecht was gekomen, maar die vraag kan ik eenvoudig beantwoorden. Bij gebrek aan regen vul ik mijn tonnen wel eens bij met water uit de sloot, om toch een voorraadje bij de hand te hebben. Meestal doe ik dat met een luidruchtig pompje, soms ook loop ik zelf hijgend en puffend en zwetend met twee gieters heen en weer. Blijkbaar heb ik bij zo'n gelegenheid dus een rivierkreeft mee geschept. Ik ontdekte hem pas toen de ton alweer bijna leeg was, hij schuifelde wat heen en weer over de bodem. Erg rood was hij toen nog niet maar volgens obsidentify was het toch echt de rode amerikaanse rivierkreeft, een agressieve exoot die het inheemse slootleven verruïneert met zijn vraatzucht. De verleiding om de vergelijking met een andere amerikaan te maken is groot op dit punt.
Maar goed, ik zat ermee in mijn maag. Alle denkbare oplossingen stuitten op gewetens- en andere bezwaren, precies wat je je voorstelt bij een dilemma. Ik schoof de kwestie voor me uit, mijn natuurlijke reactie op ingewikkelde kwesties. Ook wel bij minder ingewikkelde trouwens.
Zo heeft het arme beest bijna twee maanden in mijn regenton geleefd, want dood ging ie niet, al moest ie het soms dagenlang met een laagje water van niks doen. Ik kreeg langzaamaan bewondering voor het dier. En iets van medelijden.
Eén keer meldde hij zich merkbaar. Terwijl ik een gieter vol liet lopen stokte de waterstraal plotseling doordat hij met z'n achterlijf in de kraan terecht was gekomen. Een bewust uitgedachte noodkreet zal het niet geweest zijn, vermoed ik. Hoop ik. Het idee dat hij argeloos wat aan het rondscharrelen was en plotseling door de stroom gegrepen werd en de kraan in werd gezogen vond ik wel weer iets komisch hebben. Ik had z'n gezicht wel willen zien zeg maar.
Onlangs had ik mijn oudste zoon weer over de tuin, om de tonnen met het luidruchtige pompje te vullen, en die maakte korte metten met mijn aanhoudende besluiteloosheid. Met blote handen viste hij het dier van de bodem van de ton en om tegemoet te komen aan mijn weke woke vegetarische inborst wierp hij hem terug in de sloot waar hij vandaan kwam. Hij was behoorlijk rood geworden in de tussentijd. Ik was de enige die de angstige, hulpeloze blik in zijn zwarte kraaloogje zag.
Opgelost