Net als ik, hebben ook de vogeltjes de lente in het hoofd natuurlijk. Als je goed oplet zie je er zo af en toe al eentje vastberaden vliegen met een twijgje of een veertje of een rommeltje in de snavel. Eigenlijk ben ik er dus te laat mee, als ik deze week de nestkasten op mijn tuin leeghaal, om ruimte te maken voor nieuwe kandidaten. Maar allicht is het huizenaanbod voor vogels al net zo krap als voor onze jongvolwassen zonen en zijn ook de vogels blij met alles dat beschikbaar komt, wanneer het beschikbaar komt. Ik heb meerdere nestkasten verspreid over mijn tuin en twee daarvan zijn de afgelopen zomer in gebruik geweest. Twee prachtige nestjes haalde ik tevoorschijn, gemaakt van grasjes, mos, veertjes en haar. Ik dacht terug aan de warme dagen dat ik vanaf mijn terras het ijverig heen en weer vliegen van de koolmezen in de gaten hield. Hoe ik op zekere dag de nieuwe meesjes op verkenningstocht door de tuin meende te zien scharrelen. Hoe leuk ik dat gevonden had. Wat mij opviel bij het leeghalen van de kastjes was dat er behoorlijk wat poepjes waren achtergebleven, waar ik toch meende te weten dat de oudervogels die telkens na het voederen mee naar buiten namen, om het nest een beetje schoon te houden. Blijkbaar verschillen ook bij mezen de opvattingen over properheid en hygiëne. Maar goed. Bij nadere inspectie viel me nog iets op: niet alle poepjes bleken poepjes te zijn. Langs de rand van het nest ontdekte ik een rijtje bruinige, ovale dingetjes die in eerste instantie wel op poepjes leken, maar die ik daarna als coconnetjes determineerde, omdat ik er kleine gaatjes in zag. Kleine, holle boontjes, waren het. Van binnen leken ze rood te zijn. De nestjes waren niet alleen door mezen gebruikt, ook een insect had hier de eieren uitgebroed. Uit laten broeden, feitelijk. Na een speurtocht op internet langs alle mogelijke cocons gok ik op de een of andere sluipwesp, maar wie een beter idee heeft mag het zeggen.
Geen poepjes
