Goud wat er blinkt

Goud wat er blinkt

Ook weer zo'n beestje waarbij je niet meteen weet waar je mee te maken hebt. Ik niet in elk geval, laat ik dat er maar bij zeggen. Liep over de plastic mand waarmee ik inheemse gewassen aan het intomen was en kwam op mij over als een kevertje. Ik zag een bol, glimmend schild, korte pootjes en had al iets van goudkever in mijn hoofd want kijk eens even hoe chique dat glanst zeg. Het lijkt verdorie wel een sieraad. Een broche, of een dasspeld of een oorbelletje. Of, iets eigentijdser misschien, een piercing. Maar ik had het nog niet gedacht of het beestje maakte zich uit de voeten langs een draadje en maakte zich daarmee bekend als spin. Heliophanus spec, aldus obsidentify. Een springspin. Jaagt op het zicht, lees ik, en beschikt daartoe over zeer goede ogen. Beter dan alle andere spinnen, staat daar zelfs bij. Jaagt bij warm en zonnig weer en, de naam doet het al vermoeden, bespringt daarbij de prooi. Resteert de vraag die een trouwe lezer nu zou kunnen hebben: waarom heet de sprinkhaan geen springhaan, en waarom heet de springspin geen sprinkspin?

Hotelgast

Hotelgast

Vorig jaar plaatste ik een insectenhotel in de tuin. Ook wel bijenhotel genoemd. Er was veel belangstelling voor. Vandaag zag ik de eerste metselbijtjes er ook weer voor hangen, op zoek naar het beste plekje. Maar ergens verstopt in een donker vergeten spelonkje zag ik ook een andere hotelgast zijn of waarschijnlijk haar kansen afwachten. Strikt genomen geen insect, laat staan een bij, maar wel ook gewoon natuur natuurlijk.