Nieuwe aanwinst

Nieuwe aanwinst

Strooiselroof, ik mag mij er graag aan bezondigen. Een woord dat ik leerde van een vriend die in gemeentelijke groenkringen werkt. Het klinkt illegaal en dat schijnt het dan ook te zijn. Hoewel het op de schaal waarop het door mij wordt bedreven redelijk onschuldig genoemd kan worden. Vind ik zelf. Zo af en toe en hier en daar graaf ik eens een zaailing uit van het een of ander, meestal op plekken waar die anders ongetwijfeld ten prooi zou vallen aan de gemeentelijke snoei- en maaibrigades, om er op de tuin een boompje of een struikje uit op te laten groeien. Zo heb ik al een geroofd arboretumpje van verschillende eikjes, zwarte beukjes, tamme kastanjes, lijsterbes, en meidoorn. Daar lijkt nu deze grauwe wilg aan toegevoegd. Tijdens een wandeling nam ik twee stekjes mee, uit de berm, en één ervan staat nu in bloei.

Strooiselroof over de schutting

Strooiselroof over de schutting

Het leuke van een volkstuin is: je krijgt zo af en toe wat van je buren. Mijn vrouw spot wel eens dat als ik dan eens iets eetbaars meeneem van de tuin, ik het van de buren heb gekregen, uit medelijden. Meestal is dat ook zo trouwens, afgezien van het medelijden misschien. Maar er komen ook wel andere dingen over de schutting dan andermans oogstoverschotten. Deze bandwilg, bijvoorbeeld, kreeg ik van mijn buurvrouw. Ze had 'm ergens gestrooiselroofd, en omdat ik haar dat woord had geleerd, en omdat ze er zelf geen plek voor had, mocht ik 'm hebben. De winter is ie doorgekomen in de pot en nu staat ie pollen te maken. Binnenkort maar eens kijken of ik nog ergens een plekkie heb.