De schorseneer is een overblijfsel uit de begintijd van de volkstuin. Het eerste seizoen, waarin ik nog optimistisch van plan was mijn eigen groenten te verbouwen. Vergeten groenten ook, als pastinaak, palmkool en schorseneer. Een plan dat met de tijd steeds meer vervaagde, door tegenslag, teleurstelling en onkunde. In het geval van de schorseneer bleek bijvoorbeeld dat het onmogelijk was die paar lange, dunne pierlala's die wel waren opgekomen ongeschonden uit de klei te trekken, waardoor je voor al je liefde en aandacht slechts beloond werd met een zeer karige eenpersoonsportie modderige stukjes en brokjes waarvan het schoonmaken je ook nog eens een halve dag zou kosten. Ik besloot de schorseneer dus de schorseneer te laten. En voor die beslissing word ik nu, door een kennelijk dankbare schorseneer, ieder jaar beloond met deze zonnige, gele bloemen her en der. Ik lees dat het een tweejarige plant is, dus blijkbaar breidt hij zichzelf uit. Ik lees ook dat je de bloemen zou kunnen eten, maar dat ga ik natuurlijk niet doen. Ik krijg er liever een goed humeur van.
Overblijfsel