Pluis

Pluis

Of je het nog strooiselroof moet noemen weet ik niet. Ik vind dan maar van niet. Langs het pad op het complex, in de gemeenschappelijke berm, aan de slootkant, stonden hier en daar wat bossen grote, paarse bloemen. Geen idee wat het was, maar ik vond ze mooi. Na de bloei werden dat vrij grote pluizenbollen, gelijk paardenbloemen, maar dan dus veel groter. Ik liep er een paar keer langs en zag het gebeuren. Niemand ontfermde zich erover. Die zaden zouden zich straks met de wind over het complex verspreiden. Het waren best veel bloemen. Met in iedere pluizenbol best veel zaden. Ik kon de verleiding niet langer weerstaan en besloot mijn bescheiden deel vast mee te nemen.

Vermomd

Vermomd

Je kunt wel zien hoe deze Blinde Bij aan z'n naam komt, met die grote zwarte zonnebril op zijn neus. De namen Stevie Wonder, Ray Charles en Jules de Corte dringen zich op. Maar de Blinde Bij kan uitstekend zien, en een bij is het ook niet. Het is een meester in vermommen. Lijkt op een bij, gedraagt zich als een bij, maar is een zweefvlieg. Een zweefvlieg die geen zin heeft om opgegeten te worden en zich daarom stoerder voordoet dan ie is, want steken, dat kan ie niet. Moet ie misschien alleen nog een beetje uitkijken voor de bijeneter.

Trrrt (ong. 1 sec.)

Trrrt (ong. 1 sec.)

Waar ik loop, op de tuin, springen ze voor m'n voeten weg. Sprinkhaantjes, noem ik ze maar even, voor het gemak. Ze laten zich lastig fotograferen, zo snel zijn ze. Ze zijn ook lastig te determineren, lees ik, want daarbij gaat het om zulke minimale verschillen dat je er kregel van zou worden. Ik verlaat me gewoontegetrouw geheel en al op de Obsidentify app die mij verzekert dat dit in elk geval een Kustsprinkhaan is. Die weliswaar op de Krasser lijkt, en op de Zompsprinkhaan, maar langere vleugels heeft, en een donkere achterknie. En op de Weidesprinkhaan, maar die is in Nederland slechts één keer waargenomen, dus dat zou op mijn bescheiden volkstuintje dan wel erg uitsloverig zijn. Het geluid wordt omschreven als het ritsen van boekpagina's langs een duim. Trrrt (ong. 1 sec.) Kijk, dat vind ik nou leuk, al heb ik het nog niet gehoord.

Jam

Jam

Mijn kersen en mijn aalbessen zijn allemaal door de vogels opgevreten, maar kruisbessen lusten ze blijkbaar niet, net zo min als zwarte bessen trouwens, want die hangen er allemaal nog. De zwarte bessen heb ik de afgelopen tijd zelf met kleine handjes tegelijk geplukt en door de salade en de kwark geroerd, de kruisbessen pluk ik straks allemaal in één keer om er jam van te maken. Eens kijken of dat lukt.

Boeket

Boeket

Met angst en beven toog ik naar de tuin vanochtend vroeg. Voor de hitte uit, dacht ik nog, maar daar was het zelfs om acht uur al te laat voor. Het viel me alles mee, na de eerste dag van het hitteplan. De tuin trekt haar eigen plan en stond er prima bij. Alleen de Gunnera, een notoire zuiplap, had het te kwaad. Voor de rest stond alles te groeien en te bloeien of er niks aan de hand was.

Wimpers

Wimpers

Ons land zucht onder een hitteplan, de komende dagen. Niet heel uitnodigend om nou eens lekker op de tuin te gaan staan werken. Of zelfs maar de klapstoel uit te zetten en het er eens lekker van te nemen. Jammer eigenlijk, want er staat van alles te bloeien. Vooral deze grote koeienogen, die ik ooit vanwege de naam bij een biologische kwekerij op de Veluwe heb gekocht. Ze zullen zo heten vanwege de wimpers, denk ik. De kleur kan het niet zijn.

Dikke sprieten

Dikke sprieten

Dit is ook weer zo'n diertje dat je pas ziet als je er met je neus bovenop staat. Wat zal het zijn? Vier millimeter, hooguit. Je vindt het alleen wanneer je het niet zoekt en je kunt het niet zoeken, want je wist niet dat het bestond. En zo klein als ie is, zo wijdlopig is z'n naam: Slanke Diksprietblindwants, namelijk, toe maar. Dat ie dikke sprieten heeft, dat is te zien. Of ie slank is weet je pas wanneer je de dikke diksprietblindwants ernaast ziet, als die bestaat, maar dat zal dan haast wel. En blind wordt ie genoemd omdat hij, in tegenstelling tot andere wantsen, geen puntogen heeft. Het is alles van Obsidentify geleende kennis. Leeft op verschillende planten en struiken door aan knoppen en vruchten te zuigen, maar, let op, ook aan bladluizen, eieren van rupsen en bladhaantjes, en aan rupsen van spinselmotten. En dat vind ik dus het mooie van zo'n tuin als stukje natuur. Je kunt eens last hebben van bladluizen, rupsen of bladhaantjes, de oplossing dient zich op den duur vanzelf wel weer aan, als je de boel een beetje z'n gang laat gaan.

Moedergevoelens

Moedergevoelens

Lief, is waarschijnlijk niet het eerste woord dat in je opkomt als het over spinnen gaat. Eerder het laatste, denk ik. Als het dan ook nog gaat om een wolfspin zouden bij veel mensen wel eens meteen de stoppen kunnen doorslaan. Maar kijk eens, deze wolfspinmoeder draagt haar talrijk kroost op de rug met zich mee. Ik schreef hier al eerder over de wolfspin, die ik in maart al door mijn nog zo goed als kale tuin rond zag struinen, en die, had ik toen gelezen, enige broedzorg zou verlenen. Ik wist toen niet zo goed wat ik me daar precies bij voor moest stellen, een spin met moedergevoelens, maar nu dus wel. Ik geef toe, heel aaibaar ziet het er niet uit, maar lief, ja, dat is het wel.

Janboerenfluitjeswesp

Janboerenfluitjeswesp

Bij mijn meest recente rondje door de tuin kwam ik van de week opeens weer allerlei insecten tegen. Eigenlijk voor het eerst dit jaar. Het kan zijn dat ik eerder niet goed keek, of dat ze er nu pas zijn, het kan ook zijn dat het waar is wat ze zeggen, dat het steeds slechter gaat met de insecten. Veelzeggend in dat kader is misschien ook dat ik bij het zoeken naar wat informatie over deze of gene vlieg of rups of wesp vaak als eerste te lezen krijg hoe je die zou moeten bestrijden. Hoe schadelijk ze wel niet zijn. Zo ook bij deze knollenbladwesp. Wat natuurlijk een grappige naam is, knollenbladwesp. Klinkt een beetje alsof je hem niet serieus hoeft te nemen. Een Janboerenfluitjesnaam. Die ook niet helemaal lijkt te kloppen want de larven, schijnrupsen weet ik inmiddels, houden vooral van het blad van de mosterdplant. In de mosterdteelt zijn ze dan ook niet populair, wat dan misschien ook wel weer te begrijpen valt. Ik vond het wel een aardig beestje, want waar de meeste insecten niet weten hoe snel ze zich uit de voeten moeten maken als ik eraan kom, met mijn camera in de aanslag, bleef deze knollenbladwesp onaangedaan zitten terwijl ik m fotografeerde. Ik kreeg zelfs de indruk dat hij terug zat te kijken.

Dat scheelt

Dat scheelt

Gistermiddag was ik even op de tuin. Het zonnetje kwam er door en het werd zelfs nog warm ook, nadat het de afgelopen dagen alleen maar vervelend en lawaaierig gewaaid had. Ik mag wel weer eens sproeien, dacht ik, want de grond was alweer aardig droog en hard. Een werkje waar ik altijd een beetje tegenop zie, sproeien. Gesleep met een pompje en slangen, vies gedoe met benzine, een motortje dat ik niet aan de praat krijg en een beschamende hoeveelheid herrie als ik het wel aan de praat krijg. Maar vandaag regent het, dus dat is fijn.