Kwartje

Kwartje

Ik kon het niet meteen thuisbrengen, dit beestje. Was het wel een beestje, vroeg ik me zelfs even af. Leeft het? Is het dood? Is het een schelpje, een rare slak? En wat zijn die witte sterretjes aan de achterkant? Of is dat de voorkant? Aziatisch lieveheersbeestje, hielp Obsidentify mij weer eens uit de brand. De larve van, begreep ik toen, maar het bleef raar. Tot ik later op de middag een filmpje van mijn dochter kreeg toegestuurd dat zij in haar 1000soortentuin had gemaakt van een lieveheersbeestje dat uit zijn of haar pop kruipt. Toen pas viel het kwartje. En begreep ik dat ik er wat langer bij had moeten blijven staan. Dan had ik iets bijzonders meegemaakt..

Om naar te kijken

Om naar te kijken

In het hoofdstuk onkruid bestaat niet. Weegbree. Smalle weegbree, om precies te zijn. Ook weer zo'n plantje dat in veel tuinen als ongewenste vreemdeling uit de grond wordt getrokken. Ik snap werkelijk niet waarom. Hij doet helemaal niemand kwaad, integendeel, hij schijnt er allerlei geneeskrachtige en heilzame werkingen op na te houden, is daaronder zeer bescheiden en die bloemetjes die als sterretjesvuurwerk van onder naar boven spetteren.. dat is toch gewoon alleen maar leuk. Ja toch? Ik vind van wel. Het blad schijn je verder als spinazie te kunnen eten, en bij het televisieprogramma Binnenstebuiten was de chefkok van dienst nogal enthousiast over de notige, paddenstoel-achtige smaak van de jonge bloemknoppen. Nou zijn die altijd overal nogal enthousiast over, dat maakt het programma zo aardig, in deze barre tijden, maar goed, dat wilde ik dan ook wel eens proberen. Vol verwachting plukte ik een knop en kauwde er een tijdje welwillend op. Tja. Nou ja. Ik vind ze leuker om naar te kijken. Laat ik het daar op houden.

Blauwtje

Blauwtje

Dat zie je toch niet vaak, blauwe dieren, zeker niet boven water, meende ik, zeker niet in Nederland. Maar deze rups is het, blauw. Dus ik dacht, simpel als ik ben, misschien wordt het wel een Icarusblauwtje. Of een gewoon Blauwtje, desnoods. Dat zou wat wezen, want hij was bepaald niet in zijn eentje, deze rups. Maar zo simpel als ik zit de natuur niet in elkaar en dat is misschien maar goed ook. Wat we hier hebben is de larve van de Monostegia Abdominalis. Hoewel algemeen voorkomend in ons land ontbreekt een Nederlandse naam. Het wordt geen vlinder, het is zelfs geen rups, het is een bastaardrups. Dat kun je zien, lees ik niet voor het eerst, aan de pootjes. Alleen de eerste drie setjes van twee zijn echte pootjes, de rest zit er voor de sier. Ik moet dat proberen te onthouden. Wordt zo'n 18 mm, lees ik ook, en als ie groot is wordt het een bladwesp, van 8 mm. Maximaal. Oranje. Bladwespen worden ook wel zaagvliegen genoemd, vanwege het puntje aan het achterlijf van de vrouwtjes, dat wat lijkt op een zaag. Hiermee legt ze haar eitjes in de waardplant. In dit geval de wederik. Wederikwesp zou dus een heel aardige naam zijn. Mannetjes zijn er niet veel van, lees ik verder, en die zijn ook niet zo nodig want de Monostegia Abdominalis plant zich voornamelijk ongeslachtelijk voort. Dat is nog eens een blauwtje lopen.