4

4

Wie het kleine niet eert.., schreef iemand onder mijn berichtje over de bescheiden aardbeienoogst. Drie aardbeien, waren dat. Ik deed ze in de kwark. En eerde daarmee het kleine, waarmee ik het grotere weerd bleek te zijn. Want vandaag lijkt er een andere oudHollandsche wijsheid van toepassing, als bijvoorbeeld: geduld is een schone zaak. Of: de aanhouder wint. Vanochtend had ik zomaar genoeg voor maar liefst vier beschuitjes. Een Hollandse traktatie.

Im knopf

Im knopf

Wij bezochten het museumpark Insel Hombroich, bij Neuss, in Duitsland. Een paar jaar geleden alweer, maar niet voor het eerst en zeker ook niet voor het laatst, want het is zeer de moeite waard. Niet alleen de schitterende paviljoens met vele soorten kunst en kunstvoorwerpen, ook de enorme tuin waar je doorheen wandelt, van paviljoen naar paviljoen, is van een grote schoonheid. Alles bij elkaar is het een zeer inspirerende en harmonieuze plek. Bij ons laatste bezoek verzamelden wij zo hier en daar wat zaden uit uitgebloeide bolsters en bollen en dozen, in het kader van aan een boom zo vol geladen.. Het zaad strooide ik uit over mijn destijds nog nieuwe tuin. Sindsdien bloeit ook hier ieder jaar deze Scabiosa Gigantea.

Gegroet

Gegroet

Met de telefoon in de hand kruip en sluip ik door de tuin, op zoek naar beestjes, in de hoop ze een beetje leuk te fotograferen en zo te determineren. Om daarna de meeste namen meteen weer te vergeten, maar goed. Het valt over het algemeen nog niet mee ze fatsoenlijk op de foto te krijgen, want als ik ze zie, zien ze mij ook en maken zich uit de vleugels. Met gezwinde spoed. Liever blo Jan dan do Jan, lijken ze te denken. Zo niet deze bleekgele weekschildkever. Die klimt naar het topje van zijn grasspriet en wuift me vrolijk toe. Hallo! Hier zit ik!

Dotter

Dotter

Sorry voor het cliché, maar jongens, wat is de natuur toch mooi. Kijk nou toch eens hoe fantastisch dit in elkaar steekt. Aan begin van het voorjaar werd ik al blij verrast door de Dotter, die onverwacht uit de grond kwam, waar ik 'm al was vergeten, en zeer uitbundig in bloei sprong. Toen werden na de bloei al die bloemen een soort exotische vruchtjes, als kleine bosjes pepertjes, als vrolijk stemmende sterretjes. En nu scheuren die groene tentakeltjes open en blijken ze boordevol zaadjes te zitten. Kijk eens hoe fraai dat ligt uitgestald. Betoverend. Het zijn dit soort kleine ontdekkingen die mijn dag optillen.

Mooie rooie bessen

Mooie rooie bessen

Drie jaar geleden kocht ik een vuurdoorn en zette die op de tuin. Waarom koop je nou een vuurdoorn, vroeg mijn vrouw mij toen niet begrijpend af. Nou ja, omdat ik het zo'n lekker weerbarstige struik vind, weet ik veel. Mooie rooie bessen. En weerbarstig is ie, want drie jaar lang heeft ie maar wat staan te kwijnen, aan het randje van de tuin, naast het terras, maar nu, jawel, zitten er de eerste bloemen in. Dat worden straks dan van die rode bessen waar hopelijk de vogels van komen eten.

Rabarmelade

Rabarmelade

Jaren geleden, in 2002 om precies te zijn, schreef ik voor een opdrachtgever een boekje met ontbijtrecepten. Een Boterham Met Tevredenheid, was de licht ironische titel. Er stonden recepten in voor verschillende soorten brood en jam, gegoten in de vorm van korte, huiselijke verhaaltjes. Aangevuld met versjes en illustraties want ik ben van vele markten thuis. Beroemd ben ik er niet mee geworden, maar het was een leuk boekje. Een tijdje terug kreeg ik van de buurman op de tuin een bosje rabarber. Zelf heb ik het ook staan, maar waar de buurman in dezelfde tijd in dezelfde grond met hetzelfde weer genoeg heeft staan voor een goedgevuld weeshuis, beperkt dat zich bij mij, tot nog toe, tot twee zeer bescheiden stengeltjes. Nou heb ik het ook vooral staan omdat ik het zo'n fijn groot blad vind hebben, voor de sier dus, want op rabarber als etensmaal, met of zonder spekjes, ben ik niet dol. Nu ik zo'n flinke bos van de buurman had gekregen dacht ik weer terug aan mijn eigen boekje. Daar stond namelijk een recept in voor jam van rabarber. Dat had ik destijds ook gemaakt, om het uit te proberen, en dat vond ik toen wel lekker. Ragemberjam, noemde ik het woordspelig, omdat er ook gember aan te pas kwam. Dus ruim twintig jaar later sta ik in de keuken met mijn eigen boekje in de hand jam te maken met de rabarber van de buurman. Deze keer noem ik het Rabarmelade, omdat ik, bij wijze van innovatie, de citroenschillen er in reepjes in heb gesneden. Erg lekker, al zeg ik het zelf.

Kersen eten

Kersen eten

De kersenoogst van dit jaar, hooggeëerd publiek. Ik denk, ik schep er nu maar vast over op, voordat een vogel 'm verschalkt. Want zo gaat het tot nog toe. Al voor het vierde jaar staat dit kersenboompje op de tuin. Ieder jaar komt er met moeite en pijn één kers aan, en ver vóór die zijn smakelijke kersenkleur krijgt, is ie al opgevreten. Echt erg vind ik het ook niet hoor. Vogels moeten ook eten. En die kunnen niet naar de supermarkt.

(Goed, ik overdrijf, voor het dramatisch effect, ik geef het toe. In werkelijkheid zijn het ieder jaar drie kersen)

Het zegent

Het zegent

Het komt eigenlijk niet zo heel vaak voor dat je blij bent dat het regent als je naar de tuin wilt. Meestal check je met fronsende blik de buienradar en ziet er vervolgens van af. Maar nu heeft het zó lang niet geregend dat het je bijna niet hard en lang genoeg kan regenen en ga je met plezier nat staan worden in je tuin, alleen al om te zien hoe je planten en bomen en struiken daar van staan te genieten. En dit kleine groene beestje vindt het blijkbaar ook niet erg om eindelijk weer eens een nat pak te halen - obsidentify is niet honderd procent maar wel bijna zeker dat het een oedemera lurida/virescens is. Nou ja, dat laatste hoef je niet op te schrijven.

Vanuit de tuin gezien

Vanuit de tuin gezien

En zo struin ik bij ieder bezoek de tuin af, op zoek naar beestjes, bloemetjes en besjes. De telefoon in de aanslag om liefst een paar aardige foto's te maken. Voor het archief, maar vaak ook om met de één of andere app te weten te komen wat het is dat ik gefotografeerd heb. Hoe het heet wat ik zie. En vanuit de beestjes, de bloemetjes en de besjes gezien ziet dat er dan dus zo uit.

Elzenballet

Elzenballet

Het elzenbladcircus is weer terug op de tuin. Vorig jaar ontdekte ik deze acrobatische rupsjes voor het eerst in mijn zwarte els. Aanvankelijk was ik, zal ik toegeven, niet zo blij, want ze vraten behoorlijk systematisch in hoog tempo blad voor blad mijn lieve, vers aangeplante boompje kaal. In rijen van tien begonnen ze aan de rand en vraten zich onverstoorbaar naar het steeltje, om daarna met de hele bups naar het volgende blad te verhuizen. Maar later zag ik wat een grappige beestjes het dan eigenlijk weer zijn. Die eensgezinde, gecoördineerde schranspartij is al bijzonder, maar als je tegen het blad tikt, met je vinger, of het blad beetpakt, steken ze allemaal, volkomen synchroon, onmiddellijk hun achterlijf omhoog, als in een strak geregisseerd ballet. Zonder te stoppen met vreten trouwens, dat gaat gewoon onverdroten door. Ik zag ze ook elke dag weer groter geworden, tot ze op een dag langzaamaan stuk voor stuk verdwenen. De grond in om te verpoppen, was mijn veronderstelling. Op internet vond ik uit dat het ging om de larve van de elzenbladwesp. Geen rupsen dus, maar bastaardrupsen. Je ziet het aan de pootjes, leer ik, alleen de voorste zes zijn echt, de rest is versiering, of camouflage, nep in elk geval. Ik nam me voor het dit voorjaar in de gaten te houden, of ik elzenbladwespjes tegenkwam. Maar nee. Maar de rupsen zijn er wel weer. Ze zijn nog klein. Hun ballet is nog steeds leuk om naar te kijken. En die paar blaadjes van de Els, nou, dat moet dan maar.