De veelgeprezen natuur

De veelgeprezen natuur

Kijk, je hebt een insectenvriendelijke tuin, althans, dat beweer je steeds. Dus dan moet je niet vreemd opkijken wanneer daar inderdaad insecten op af komen. Ook niet wanneer dat insecten zijn waar je nou misschien niet één twee drie op zit te wachten. Ook die zul je moeten omarmen als onderdeel van de veelgeprezen natuur. En dat doe ik dan ook. Laat maar gaan, denk ik. En vertrouw erop dat de natuur weet wat ze doet. Bovendien is het toch ook een wonderlijk verschijnsel hoe die mieren een soort intensieve veehouderij opzetten.

Herstel

Herstel

Voor de volledigheid, en om te laten zien dat ik niet helemaal uit mijn nek zit te oreren, maar ook om toe te geven dat ik toch ook weer eens een klok en klepel verhaal heb op zitten hangen, een tweede portret van de doodskopzweefvlieg, dit keer meer ten voeten uit. Daarop is te zien dat in de tekening van zijn borststuk, op zijn rug, direct achter zijn kop, met enige verbeelding een doodskop valt te ontwaren. Vandaar doodskopzweefvlieg. Dus niet, zoals ik eerder beweerde, in de tekening van zijn achterlijf. Maar goed, niet om mijn gelijk te halen, op zijn achterlijf zie ik toch echt ook iets van een doodskop. Maar dat zal dan wel mijn verbeelding zijn.

Boktor

Boktor

Als je al wist dat het een boktor was, zou je misschien verwachten dat dit dan de doodskopboktor was. En dat had wat mij betreft makkelijk gekund, want dat bekt lekker, met al die o's, en ik heb niet heel veel verbeelding nodig om hier, op de schouders, een mysterieus grijnzende doodskop te zien. Maar nee, zo zit de wereld der insectennaamgeving niet in elkaar, want dit is de kleine wespenboktor. Nou ja, dat kan ook.

In de groei

In de groei

De vorige keer dat ik over mijn kastanjeboompje schreef, had ik 'm speciaal voor de gelegenheid opgemeten, met een rolmaat, en kwam hij op vijfenzestig centimeter. Dat was vlak voor de knoppen open gingen en het blad eruit barstte. En moet je 'm nu eens zien. In anderhalve maand tijd is ie bijna twee keer zo groot geworden. Kleine kinderen worden groot.

Tevredenheid kent geen tijd

Tevredenheid kent geen tijd

Deze doodskopzweefvlieg zit tevreden in zijn handjes te wrijven, op het blad van de Gunnera. En dat is natuurlijk fijn om te zien, wanneer je, zoals ik, probeert er een insectenvriendelijke tuin op na te houden. Hoe meer tevreden handenwrijvende insecten hoe beter. Doodskopzweefvlieg heet ie omdat in de tekening op het achterlijf iets van een doodskop valt te ontwaren. Dat kun je op deze foto dus niet zien, omdat ik zelf dan weer zo tevreden was over dat handen wrijven.

#3

#3

De foto die je wist dat zou komen. Sorry, voor deze slechte opening. Omdat ik ze zo mooi vind, heb ik alliums (allia? vraag ik mij serieus af, of heb ik dan toch helemaal voor niks drie jaar lang zes uur per week zitten lijden bij meneer Daniëls - ooooooh, jullie leren het nooit!), uienbloemen dus, heb ik zo hier en daar door de hele tuin verspreid gepoot. Knoflook reken ik mee. Heb ik ook overal en nergens neergezet, gewoon voor de bloem, die knollen mislukken toch altijd, die koop ik wel in de supermarkt. Dus ik heb de verschillende stadia op voorraad, zogezegd. En kijk nou toch eens wat een schoonheid. Ik word daar heel gelukkig van. Zonder overdrijven.

Deel twee

Deel twee

Ja, dat wordt een vervolgverhaal natuurlijk, dat kun je van tevoren aan zien komen. Maar is niet het hele leven een vervolgverhaal. Is het leven niet net een uienbloem. Een goed ingepakt bundeltje talenten en eigenschappen, die zich langzaam ontvouwen, ontplooien, ontwikkelen en kleur krijgen. Kleur geven aan het bestaan, het leven. De bloem die, eenmaal uitgepakt en tot wasdom gekomen, een tijdlang in volle bloei staat, in de spreekwoordelijke bloei van zijn leven, om uiteindelijk aan de weg terug te beginnen. Te verwelken, te verdrogen en te sterven. Maar zover zijn we gelukkig nog niet. Nee zeg..

Ingepakt

Ingepakt

Nog iets waar ik enthousiast van word. Alliums. Allia? Uienbollen dan maar. Is een genot om dat van dag tot dag te volgen. Pakken zichzelf langzaam uit, als een cadeautje. Zo'n cadeautje waar dan weer nieuwe cadeautjes in zitten, die steeds wat meer kleur krijgen en uiteindelijk als vuurwerk openspatten. Om het te vieren.

Lievelings

Lievelings

Mammoetblad, is de toepasselijke bijnaam voor de Gunnera. Toch wel één van de pronkstukken op de tuin, vind ik. En het is mijn tuin, dus ik mag het zelf weten. Ik houd van die grote, stevige, stekelige bladeren, die harde stengels en die vreemde prehistorische bloemkolven die zich altijd een beetje verscholen houden onder al dat blad. Ik schreef er al eerder een stukje over. Drie of vier jaar geleden kreeg ik een paar ruw uit de tuin van een buurvrouw gehakte stompen, ik stopte ze in de grond en gaf liefde, aandacht en water. Veel water. Het eerste jaar hield ie het nog bescheiden maar daarna werd ie ieder jaar weer hoger dan het vorige. En ieder jaar sta ik weer versteld van zoveel levenslust en groeikracht en vraag ik me weer af waar het in vredesnaam allemaal vandaan komt.