Verkenner

Verkenner

We zitten midden in de bijentelling 2025, las ik toevallig ergens. En het is alsof ze dat zelf ook toevallig ergens gelezen hebben, want daar waren ze. Het waren er in elk geval vier en ze zoemden op en neer langs mijn huisje, op zoek naar de gaatjes die ik daar speciaal voor hun in heb geboord. Rosse metselbijtjes. Het zijn verkenners denk ik, hoop ik, want vorig jaar was mijn toen net geplaatste insectenhotel binnen de kortste keren volgeboekt. Dat het slecht gaat met de bijen, met de insecten in het algemeen, hoef ik er niet bij te zeggen. Dat weet iedereen al. Dus nu hoeven we er alleen nog maar iets aan te doen.

Zeldzaam

Zeldzaam

Wanneer op de tuin iets opkomt dat ik niet ken, of iets rondvliegt of kruipt dat ik niet meteen thuis kan brengen, en dat komt nogal eens voor, is daar altijd de app obsidentify, die het vaak wel weet. Of in elk geval een aantal suggesties doet van wat het zou kunnen zijn, en met hoeveel procent zekerheid. Je krijgt dan de Latijnse naam, die je meteen weer vergeet, de Nederlandse naam, indien die bestaat, wat vooral bij insecten niet vanzelfsprekend blijkt te zijn, en die je vaak ook vrij snel weer kwijt bent, plus een melding van hoe bijzonder je ontdekking is. Dat loopt van algemeen, via vrij algemeen naar zeldzaam. Over het algemeen zijn mijn ontdekkingen algemeen. Hoe bijzonder ik ze zelf soms ook vind. Dit plantje heb ik wekenlang langzaam maar zeker op zien komen. Bijna had ik het als gras weggetrokken, zo onbeduidend en nietszeggend was het. Nu zat er dan eindelijk een bloemetje aan waar de app iets mee kon. Allium paradoxum. Die naam mag u weer vergeten. Armbloemig look, in het Nederlands. 100% zeker. En, nu komt het: zeldzaam. Ik bedoel maar, nooit zomaar iets wegschoffelen.

Aanwaaier

Aanwaaier

Ook leuk, er komt van alles aanwaaien, als je niet oplet. Of eigenlijk als je wel oplet. Dit schattige, kleine bloempje bijvoorbeeld, kruipt zo opeens onder de snijbiet uit. Ik heb geen idee wat het is, behalve mooi, maar de app helpt me verder. Gewone duivenkervel. Nou, noem het maar gewoon. Een pioniersoort op stikstofbodem, lees ik verder. En een echt akkeronkruid. Welkom op mijn tuin.

Jostablumen

Jostablumen

Toen ik m kreeg, van een vriendin, de jostabes, had ik er nog nooit van gehoord. Ik kreeg m als een stokje met wat wortels. Voormalige vensterbankvulling. Al twee lentes stond ie als eerste in het blad, van de hele tuin. Vorig jaar had ik er wat bessen van. Lekkere bessen, ook nog. En kijk eens wat een schattige bloemetjes nou toch weer. Op internet lees ik dat het een gecultiveerde struik is. Een complexe kruising tussen zwarte bes, kruisbes en worcesterbes. Van die laatste heb ik ook nog nooit gehoord. De naam is een samenvoeging van de Duitse originelen Johannisbeere und Stachelbeere. Waarom de Worcesterbeere niet mee mag doen weet ik niet. Maar wat zou het allemaal, kijk nou, die bloemetjes.

Onkruid bestaat niet (2)

Onkruid bestaat niet (2)

Er wordt een beetje neergekeken op paardenbloemen, op het complex. Paardenbloemen, dat is onkruid. Dat moet weg. Dood. Uitgeroeid. Dat ik ze gewoon laat staan waar ze willen staan, daar wordt hier en daar laatdunkend over gedacht. En soms gesproken. Oh, hier komen al die paardenbloemen vandaan, krijg ik dan te horen. Van iemand die daar dan blijkbaar last van heeft. Maar kijk, op hun eigen dorre, omgespitte en gefreesde akkers met oranje restjes gras, daar bloeit helemaal niks. Dus ze mogen blij zijn dat de hommels en de bijen waarvan ze hopen dat die straks hun appeltjes en peertjes komen bevruchten, hun prijswinnende pompoenen, dat die op mijn geminachte onkruid in elk geval wel al wat te eten hebben.

Wit

Wit

Dit perenboompje kreeg ik vorig jaar van vrienden, ter gelegenheid van een succesvol verlopen voorstelling. Het reikt nauwelijks tot mijn middel maar gaf meteen al zoveel peren dat de takken ervan door gingen hangen. Het was even afwachten hoe hij de winter door zou komen, als ex potplant, maar aan deze voorzichtig ontluikende bloesem te zien komt het goed. Ik moest wel meteen aan het boek Perenbomen Bloeien Wit denken, bij het fotograferen van deze vooralsnog toch duidelijk roze puntjes. Ik zal het weer eens tevoorschijn halen.

Nieuwe aanwinst

Nieuwe aanwinst

Strooiselroof, ik mag mij er graag aan bezondigen. Een woord dat ik leerde van een vriend die in gemeentelijke groenkringen werkt. Het klinkt illegaal en dat schijnt het dan ook te zijn. Hoewel het op de schaal waarop het door mij wordt bedreven redelijk onschuldig genoemd kan worden. Vind ik zelf. Zo af en toe en hier en daar graaf ik eens een zaailing uit van het een of ander, meestal op plekken waar die anders ongetwijfeld ten prooi zou vallen aan de gemeentelijke snoei- en maaibrigades, om er op de tuin een boompje of een struikje uit op te laten groeien. Zo heb ik al een geroofd arboretumpje van verschillende eikjes, zwarte beukjes, tamme kastanjes, lijsterbes, en meidoorn. Daar lijkt nu deze grauwe wilg aan toegevoegd. Tijdens een wandeling nam ik twee stekjes mee, uit de berm, en één ervan staat nu in bloei.

Ent goed al goed

Ent goed al goed

Een paar weken geleden deden we een workshop enten, mijn vrouw en ik. Een evenement hier in de buurt van Groei en Bloei. We entten ieder twee verschillende appels op een wortelstok. Het was nog helemaal niet eenvoudig. Met argusogen hielden we de afgelopen weken onze kindjes in de gaten. Twee in de open lucht van de achtertuin, twee in de gepamperde omgeving van de kas op de volkstuin. En vandaag was een heuglijke dag want één van de twee pogingen op de volkstuin, de James Grieve om precies te zijn, vertoont onmiskenbaar tekenen van leven.

Bewijsstuk A

Bewijsstuk A

Met een eerlijk gezegd wat bedrukt humeur was ik vanmiddag op de tuin terechtgekomen. Dat heb ik soms, bedrukte humeuren, ik weet ook niet waarom. Door al het uitbottend groen, het zonnetje in top en fladderende vlinders en zoemende hommels en bijtjes ging het al snel weer wat beter. Maar de kers op de taart was toch de koolmees die, terwijl ik doodstil bleef staan kijken, met een snavel vol dons, na enige aarzeling toch maar mijn vogelhuisje in dook. Ik bleef nog even staan om een foto te maken als ie er weer uitkwam. Maar de koolmees was een stuk sneller dan mijn telefoon. U zult mij op mijn woord moeten geloven.

Don Quichotte

Don Quichotte

Met het voorjaar en het mooie weer is ook de eeuwigdurende en niet te winnen strijd tegen het Heermoes begonnen. Een op zich niet eens echt lelijke plant, eerder een beetje onopvallend, die het goed zou doen als groene opvuller in boeketten, maar die ook de megalomane neiging heeft de hele tuin over te nemen. Met wortels als een glasvezelnetwerk door het hele perceel. Een zevenkoppige draak die voor elke afgeplukte pluim zeven nieuwe pluimen omhoog stuurt, binnen een dag als het moet. Tegen beter weten in loop ik weer mijn gebukte rondjes om de overal opschietende bloeiaren weg te plukken. Dat moet ook nog een beetje voorzichtig, heb ik vorig jaar geleerd, omdat die bij het minste geringste hun sporen met de wind mee laten waaien. Maar goed, denk ik dan naïef, als ik ze nou maar allemaal wegpluk, valt er voor die sporen ook niks te bevruchten.