Kersen eten

Kersen eten

De kersenoogst van dit jaar, hooggeëerd publiek. Ik denk, ik schep er nu maar vast over op, voordat een vogel 'm verschalkt. Want zo gaat het tot nog toe. Al voor het vierde jaar staat dit kersenboompje op de tuin. Ieder jaar komt er met moeite en pijn één kers aan, en ver vóór die zijn smakelijke kersenkleur krijgt, is ie al opgevreten. Echt erg vind ik het ook niet hoor. Vogels moeten ook eten. En die kunnen niet naar de supermarkt.

(Goed, ik overdrijf, voor het dramatisch effect, ik geef het toe. In werkelijkheid zijn het ieder jaar drie kersen)

Het zegent

Het zegent

Het komt eigenlijk niet zo heel vaak voor dat je blij bent dat het regent als je naar de tuin wilt. Meestal check je met fronsende blik de buienradar en ziet er vervolgens van af. Maar nu heeft het zó lang niet geregend dat het je bijna niet hard en lang genoeg kan regenen en ga je met plezier nat staan worden in je tuin, alleen al om te zien hoe je planten en bomen en struiken daar van staan te genieten. En dit kleine groene beestje vindt het blijkbaar ook niet erg om eindelijk weer eens een nat pak te halen - obsidentify is niet honderd procent maar wel bijna zeker dat het een oedemera lurida/virescens is. Nou ja, dat laatste hoef je niet op te schrijven.

Vanuit de tuin gezien

Vanuit de tuin gezien

En zo struin ik bij ieder bezoek de tuin af, op zoek naar beestjes, bloemetjes en besjes. De telefoon in de aanslag om liefst een paar aardige foto's te maken. Voor het archief, maar vaak ook om met de één of andere app te weten te komen wat het is dat ik gefotografeerd heb. Hoe het heet wat ik zie. En vanuit de beestjes, de bloemetjes en de besjes gezien ziet dat er dan dus zo uit.

Elzenballet

Elzenballet

Het elzenbladcircus is weer terug op de tuin. Vorig jaar ontdekte ik deze acrobatische rupsjes voor het eerst in mijn zwarte els. Aanvankelijk was ik, zal ik toegeven, niet zo blij, want ze vraten behoorlijk systematisch in hoog tempo blad voor blad mijn lieve, vers aangeplante boompje kaal. In rijen van tien begonnen ze aan de rand en vraten zich onverstoorbaar naar het steeltje, om daarna met de hele bups naar het volgende blad te verhuizen. Maar later zag ik wat een grappige beestjes het dan eigenlijk weer zijn. Die eensgezinde, gecoördineerde schranspartij is al bijzonder, maar als je tegen het blad tikt, met je vinger, of het blad beetpakt, steken ze allemaal, volkomen synchroon, onmiddellijk hun achterlijf omhoog, als in een strak geregisseerd ballet. Zonder te stoppen met vreten trouwens, dat gaat gewoon onverdroten door. Ik zag ze ook elke dag weer groter geworden, tot ze op een dag langzaamaan stuk voor stuk verdwenen. De grond in om te verpoppen, was mijn veronderstelling. Op internet vond ik uit dat het ging om de larve van de elzenbladwesp. Geen rupsen dus, maar bastaardrupsen. Je ziet het aan de pootjes, leer ik, alleen de voorste zes zijn echt, de rest is versiering, of camouflage, nep in elk geval. Ik nam me voor het dit voorjaar in de gaten te houden, of ik elzenbladwespjes tegenkwam. Maar nee. Maar de rupsen zijn er wel weer. Ze zijn nog klein. Hun ballet is nog steeds leuk om naar te kijken. En die paar blaadjes van de Els, nou, dat moet dan maar.

De veelgeprezen natuur

De veelgeprezen natuur

Kijk, je hebt een insectenvriendelijke tuin, althans, dat beweer je steeds. Dus dan moet je niet vreemd opkijken wanneer daar inderdaad insecten op af komen. Ook niet wanneer dat insecten zijn waar je nou misschien niet één twee drie op zit te wachten. Ook die zul je moeten omarmen als onderdeel van de veelgeprezen natuur. En dat doe ik dan ook. Laat maar gaan, denk ik. En vertrouw erop dat de natuur weet wat ze doet. Bovendien is het toch ook een wonderlijk verschijnsel hoe die mieren een soort intensieve veehouderij opzetten.

Herstel

Herstel

Voor de volledigheid, en om te laten zien dat ik niet helemaal uit mijn nek zit te oreren, maar ook om toe te geven dat ik toch ook weer eens een klok en klepel verhaal heb op zitten hangen, een tweede portret van de doodskopzweefvlieg, dit keer meer ten voeten uit. Daarop is te zien dat in de tekening van zijn borststuk, op zijn rug, direct achter zijn kop, met enige verbeelding een doodskop valt te ontwaren. Vandaar doodskopzweefvlieg. Dus niet, zoals ik eerder beweerde, in de tekening van zijn achterlijf. Maar goed, niet om mijn gelijk te halen, op zijn achterlijf zie ik toch echt ook iets van een doodskop. Maar dat zal dan wel mijn verbeelding zijn.

Boktor

Boktor

Als je al wist dat het een boktor was, zou je misschien verwachten dat dit dan de doodskopboktor was. En dat had wat mij betreft makkelijk gekund, want dat bekt lekker, met al die o's, en ik heb niet heel veel verbeelding nodig om hier, op de schouders, een mysterieus grijnzende doodskop te zien. Maar nee, zo zit de wereld der insectennaamgeving niet in elkaar, want dit is de kleine wespenboktor. Nou ja, dat kan ook.

In de groei

In de groei

De vorige keer dat ik over mijn kastanjeboompje schreef, had ik 'm speciaal voor de gelegenheid opgemeten, met een rolmaat, en kwam hij op vijfenzestig centimeter. Dat was vlak voor de knoppen open gingen en het blad eruit barstte. En moet je 'm nu eens zien. In anderhalve maand tijd is ie bijna twee keer zo groot geworden. Kleine kinderen worden groot.

Tevredenheid kent geen tijd

Tevredenheid kent geen tijd

Deze doodskopzweefvlieg zit tevreden in zijn handjes te wrijven, op het blad van de Gunnera. En dat is natuurlijk fijn om te zien, wanneer je, zoals ik, probeert er een insectenvriendelijke tuin op na te houden. Hoe meer tevreden handenwrijvende insecten hoe beter. Doodskopzweefvlieg heet ie omdat in de tekening op het achterlijf iets van een doodskop valt te ontwaren. Dat kun je op deze foto dus niet zien, omdat ik zelf dan weer zo tevreden was over dat handen wrijven.