#3

#3

De foto die je wist dat zou komen. Sorry, voor deze slechte opening. Omdat ik ze zo mooi vind, heb ik alliums (allia? vraag ik mij serieus af, of heb ik dan toch helemaal voor niks drie jaar lang zes uur per week zitten lijden bij meneer Daniëls - ooooooh, jullie leren het nooit!), uienbloemen dus, heb ik zo hier en daar door de hele tuin verspreid gepoot. Knoflook reken ik mee. Heb ik ook overal en nergens neergezet, gewoon voor de bloem, die knollen mislukken toch altijd, die koop ik wel in de supermarkt. Dus ik heb de verschillende stadia op voorraad, zogezegd. En kijk nou toch eens wat een schoonheid. Ik word daar heel gelukkig van. Zonder overdrijven.

Deel twee

Deel twee

Ja, dat wordt een vervolgverhaal natuurlijk, dat kun je van tevoren aan zien komen. Maar is niet het hele leven een vervolgverhaal. Is het leven niet net een uienbloem. Een goed ingepakt bundeltje talenten en eigenschappen, die zich langzaam ontvouwen, ontplooien, ontwikkelen en kleur krijgen. Kleur geven aan het bestaan, het leven. De bloem die, eenmaal uitgepakt en tot wasdom gekomen, een tijdlang in volle bloei staat, in de spreekwoordelijke bloei van zijn leven, om uiteindelijk aan de weg terug te beginnen. Te verwelken, te verdrogen en te sterven. Maar zover zijn we gelukkig nog niet. Nee zeg..

Ingepakt

Ingepakt

Nog iets waar ik enthousiast van word. Alliums. Allia? Uienbollen dan maar. Is een genot om dat van dag tot dag te volgen. Pakken zichzelf langzaam uit, als een cadeautje. Zo'n cadeautje waar dan weer nieuwe cadeautjes in zitten, die steeds wat meer kleur krijgen en uiteindelijk als vuurwerk openspatten. Om het te vieren.

Lievelings

Lievelings

Mammoetblad, is de toepasselijke bijnaam voor de Gunnera. Toch wel één van de pronkstukken op de tuin, vind ik. En het is mijn tuin, dus ik mag het zelf weten. Ik houd van die grote, stevige, stekelige bladeren, die harde stengels en die vreemde prehistorische bloemkolven die zich altijd een beetje verscholen houden onder al dat blad. Ik schreef er al eerder een stukje over. Drie of vier jaar geleden kreeg ik een paar ruw uit de tuin van een buurvrouw gehakte stompen, ik stopte ze in de grond en gaf liefde, aandacht en water. Veel water. Het eerste jaar hield ie het nog bescheiden maar daarna werd ie ieder jaar weer hoger dan het vorige. En ieder jaar sta ik weer versteld van zoveel levenslust en groeikracht en vraag ik me weer af waar het in vredesnaam allemaal vandaan komt.

Hoog bezoek

Hoog bezoek

Al ben ik groot liefhebber van vogels, een groot vogelaar ben ik niet. Zeker op het gebied van hun geluid - en vogels kijken is voor 90% vogels horen, heb ik mij laten vertellen - ben ik zo goed als onwetend. Ik doe mijn best hoor, met de merlin bird app, maar het beklijft niet. Ene oor in, andere oor uit. De tjiftjaf is daar sinds kort een uitzondering op. Roept ook gewoon tjiftjaf natuurlijk, hoewel minder gearticuleerd dan ik het hier opschrijf, maar dat zal helpen. En nu ik het eenmaal hoor, snap ik niet dat ik het ooit niet gehoord heb, want ik hoor 'm de hele tijd en overal, overal bovenuit. Blijkt nu ook frequent bezoeker van de tuin te zijn, zag ik, want nu ik 'm hoor, zie ik 'm ook. Zit hoog boven in de wuivende wilg te tjiffen en te tjaffen en trekt zich van mij niet eens zo gek veel aan. Ik voel me vereerd.

De aanhouder

De aanhouder

Al ik weet niet hoe lang en hoe vaak heb ik het geprobeerd, met het Brandkruid. Niet alleen vanwege de grappige bloemen in etages, of het mooie, zachtgroene blad, maar ook om de vrolijke staketsels die ervan overblijven aan het eind van de herfst, de hele winter door. Feestelijke silhouetten. Zonde om weg te knippen aan het begin van weer de lente, zo leuk. Maar op een of andere manier wil het niet erg. Een paar blaadjes laag bij de grond kunnen er ieder jaar dan nog net vanaf, maar daar blijft het dan ook bij. Dit jaar, ik druk mij voor de zekerheid voorzichtig uit, dit jaar lijkt het dan, geloof ik, te gaan lukken.

Voor later

Voor later

Later, fantaseerden mijn vrouw en ik vroeger, toen we nog jong en mooi waren, later als we groot zijn, hebben we een huis met een tuin, en in die tuin een enorme rode beuk met een ronde bank om de stam. Om daar, nog altijd samen, bedaagd op een mooi en liefdevol leven terug te zien. Vanuit die gedachte heb ik een jaar of vier geleden dit rode beukje als zaailing uit een vakantiebos meegenomen. Of ie op tijd enorm zal zijn, staat te bezien, maar hij doet zijn best. Net als wij. En meer, dat weten we allemaal, kun je niet doen.

Schone zaak

Schone zaak

Maar ergens tussen al dat groene geweld van uitgelopen en in het blad gesprongen bomen en struiken, massaal opgerukte Heermoesvelden en kniehoog opgeschoten gras staat dan ook, zeer bescheiden in de minivijver, half verscholen onder de ontplofte Dotter, dit bloempje op ontdekking te wachten. Eerst dacht ik: gut, wat merkwaardig, een Pinksterbloem in het water, maar de app leerde mij dat het 100% een Waterviolier was. Waarvan ik me nu ook herinnerde dat ik die vorig jaar van mijn dochter had gekregen, in de minivijver had gezet en er daarna nooit meer iets van had vernomen. Tot nu dus.

Gier

Gier

Zo'n tuin gaat gewoon door als je er even niet bent. Die heeft geen vakantie. Zeker geen voorjaarsvakantie. Dus behalve dat allerlei boompjes en struiken bij terugkomst plotseling vers in het blad staan, en kleine sla-plantjes groot zijn geworden, is er ook opeens een enorme lijst aan achterstallig onderhoud. Om te beginnen de niet te winnen eeuwigdurende moedeloos makende strijd tegen het Heermoes. Ik schreef daar al eerder over. Het lijkt een recordjaar te zijn, dit jaar, want het staat werkelijk overal. In een niet te stuiten opmars neemt het de hele tuin over. Ik las ooit ergens, op een goedbedoelende groene site, dat je gier kunt maken, van de geplukte pluimen, en dat die gier dan allerlei mineralen en andere goede stoffen zou bevatten die de plant uit de diepe bodem naar boven had gehaald, die je dan dus, met die gier, weer over je tuin zou verspreiden, en daarmee, let op, zelfs het Heermoes zou bestrijden. Sterk verhaal natuurlijk, zeker in combinatie met de alom te vinden informatie dat Heermoes vooral groeit op arme grond, maar goed, ik vond het ook wel een mooi verhaal, dus tot nog toe heb ik ieder jaar vele liters heermoesgier gebrouwen en verspreid. Ook omdat ik het eigenlijk wel leuk werk vond, ergens. Je moet het toch wegplukken en het idee dat je er daarna iets nuttigs mee doet, geeft je meer het gevoel dat je aan het oogsten bent. Klinkt positiever. En dat roeren in grote emmers stinkende prut, en dat afgieten door een zeef, en dat verdunnen met water heeft allemaal de prettige schijn van doortastende deskundigheid. Wel jammer dus dat al die alchemistische moeite nu blijkbaar tot een recordjaar heeft geleid, voor de Heermoes. Al zou je, doorredenerend op het positieve spoor, ook van een recordoogst kunnen spreken.

Pierre de souvenir

Pierre de souvenir

Altijd spannend, als je weer terug komt van vakantie, al was het maar twee weken: hoe staat de tuin erbij? Waar begin je met kijken, als je vol blijde verwachting van je fiets stapt. Naar de slaplantjes, in de kas? Of de geënte appelboompjes, die je jongste zoon, die ze twee weken water gaf, Frankentrees noemt, een benaming die we erin houden. De lathyrus, die je vlak voor vertrek nog even snel hebt staan verspenen. De voorgezaaide kaardebol, met zaad van je vorige vakantie in Frankrijk. De kastanje, dit jaar voor het eerst in de grond. De rabarber, die nog net voor de vakantie tegen alle verwachting in boven de grond leek te gaan komen? De meidoorn, de sleedoorn, het sporkehout? De bessen, de elzen, het brandkruid. Een eerste rondje door de tuin laat zien dat er in twee weken veel kan gebeuren. En dat ik een hoop gemist heb, aan groei en bloei. Dan eerst maar eens de uit Bretagne meegesleepte pierres de souvenir een plekje geven.