Doekoe

Doekoe

De buren achter hadden een tomatenplantje over. Met de veelbelovende naam Moneymaker. Of ik daar plek voor had. Tja, wie zou daar geen plek voor hebben. Ik zette het meteen in de grond, in de kas, met aan de buren de plechtige belofte er liefdevol voor te zorgen. Aan die belofte houd ik mij, en zie, dat begint zich nu uit te betalen.

Keramiek met zulk dessin

Keramiek met zulk dessin

Hij zit nu even op het oranje havikskruid, maar het is dus een andoornschildwants. Waarschijnlijk op doorreis van de ene bosandoorn naar de andere, want dat is, lees ik, de voornaamste waardplant en die staan er best veel omheen. Of hij houdt van variatie, dat kan ook. In elk geval, moet je zien wat een prachtig beestje, zo klein als het is. Keramiek met zulk dessin, ik zou het kopen. Prachtbronsschildwants is dan ook de meer poëtische oude naam. En Obsidentify houdt het op een zuinig vrij algemeen, elders op het net lees ik dat het buiten het oosten en zuiden van het land een schaarse verschijning is, en dat het in de kuststreek, hier dus, zelfs bij slechts enkele waarnemingen blijft. Waarvan deze er dan dus één is. Dank u.

Pink queen

Pink queen

Hallucinerende temperaturen, zo opeens, op de tuin. Deze prikneus kreeg ik van mijn dochter, twee of drie jaar geleden, geloof ik, en sindsdien breidt ie zich gestadig uit. Ik weet niet zeker, eerlijk gezegd, of ik m echt heel mooi vind. Als plant. Maar van de bloemen kun je eigenlijk alleen hallucinerende, Warholeske foto's maken. En dat is ook wat waard. Dat is zeker ook wat waard.

Paars

Paars

Ik zal niet zeggen dat ik een bloemenzee onder mijn hoede heb, maar er begint toch steeds meer te bloeien, zie ik op mijn verkenningsrondje door de tuin. Deze paarse akelei bijvoorbeeld. Wat een kleur. Wat een bescheiden schoonheid. Ik houd ervan.

Niet uit de klei getrokken

Niet uit de klei getrokken

Toen ik met deze tuin begon had ik nog woeste plannen en ideeën over het verbouwen van allerlei groenten en fruit. Wist ik veel.. Appels en peren! Kersen en pruimen! Vergeten groenten! Hartstikke hip en leuk. Zo zaaide ik bijvoorbeeld ook schorseneren. Huisvrouwenverdriet, moet je daar dan achteraan zeggen, net als 'het witte goud' na asperges. Bovendien zijn schorseneren ook weer armeluis-asperges geloof ik, dus dan is het cirkeltje rond. Maar goed, ik had schorseneren gezaaid. En die kwamen heel aardig op, dat was het probleem niet. Het probleem werd het oogsten. Dat was niet te doen. Die lange, dunne pierlala's zaten zo onmogelijk vastgezogen in de Noordhollandse klei, die kreeg ik er alleen in kleine stukken en onooglijke brokken uit. Daar viel geen fatsoenlijk maal meer mee te koken. De schorseneer werd bijgeschreven op de lijst der mislukkingen in de moestuin. Maar helemaal vergeten is hij niet, want nog ieder jaar duikt hij op. Als bloem.

365 insecten

365 insecten

Met de Pinksterdagen maakten wij een cultureel uitstapje naar het Museum Arnhem. Zeer de moeite waard overigens. Officieel gingen we voor Jan Mankes, ook zeker de moeite waard, maar als beheerder van een insectenvriendelijke tuin was ik vooral getroffen door de tekeningen van Mariëlle Videler. 365 insecten, tekende zij. Een jaar lang elke dag één. Met haar vingers, zwarte verf en potlood, op gevoel. Krachtige, trefzekere tekeningen op middelgroot formaat. En hoewel ze niet naar een voorbeeld tekende en niet ieder getekend insect ook werkelijk zal bestaan, waren ze stuk voor stuk zeer herkenbaar. Ik vond het buitengewoon inspirerend.

Wesp

Wesp

Het is schaamteloze zelfpromotie natuurlijk, maar goed, waar anders voor onderhoud je een weblog. Tijdens ons culturele uitstapje in Museum Arnhem, en met name de 365 insecten van Mariëlle Videler, dacht ik onwillekeurig terug aan een serie gedichtjes over insecten die ik in een tamelijk ver verleden maakte. Met illustraties en al. E-rix klein insectenboek, noemde ik dat destijds, want ik publiceerde het op het toen nog tamelijk verse internet. Of het er ooit 365 geworden zijn betwijfel ik, maar veertien belandden er ooit in een boekje, uitgegeven door een opdrachtgever. De Depressieve Regenworm En Dertien Andere Vieze Beestjes, heette dat. Deze arme wesp stond er ook in.

De vier plagen van de Els

De vier plagen van de Els

De zwarte els blijkt een populaire gastheer te zijn voor allerlei insectenvolk. Zo waren daar al de (bastaard)rupsen van de elzenbladwesp, met hun vrolijk ballet, hun gechoreografeerde schranspartij, inmiddels allemaal als bij toverslag verdwenen om ergens tot wespjes te verpoppen, met achterlating van een zo goed als kale boom. Niet veel later trof ik een kevertje dat al een grillig spoor in één van de niet door rupsen weggevreten bladeren had getrokken, het elzenhaantje, volgens Obsidentify. Op weer een ander blad zag ik vier mysterieuze oranjebruine vlekjes waarvan Obsidentify geen idee heeft, dus ik al helemaal niet, al vond ik ze wel mooi, en tot slot vond ik vandaag een opgerold blad waarvan ik meen te weten dat dat door bladrollers wordt gedaan. Dat zal in dit geval dan wel een elzenbladroller zijn. Gelukkig heb ik meer dan één els in de tuin.

Spec.

Spec.

Ja, dacht ik, toen ik dit miniatuurkevertje langs zag glimmen, deze weet ik. Die kleur, dat metallic-achtig glanzen, dat mooie bolletje.. dat moet het een of andere haantje zijn. Puur om mijn triomf te vieren haalde ik 'm door de Obsidentify app. Altica spec., meldde die. 100% zeker. Ik leer het waarschijnlijk nooit.