De lieve vrede

De lieve vrede

Als je het zo heen en weer ziet dwarrelen op de tuin, van de ene bloem naar de andere, is het moeilijk voor te stellen, maar de distelvlinder komt dus ieder jaar uit Noord Afrika hier naar toe vliegen, om zich voort te planten. De sterksten vliegen na gedane zaken, met het nieuwe nageslacht mag je aannemen, dan ook nog weer helemaal terug. Ik lees dat ze 160 km per dag kunnen afleggen, met snelheden tot 48 km per uur. Ik vind het nogal wat, voor zo'n frêle beestje. Zoals de naam al doet vermoeden is de distel een favoriete waardplant. Al lees ik verder dat de distelvlinder daar nou ook weer niet zo moeilijk over doet en zich net zo lief met kaasjeskruid, lupine, koninginnekruid of brandnetel behelpt. En dat is maar goed ook want de distel is geen graag geziene gast op het complex, hoewel hij dus prachtige dieren aantrekt als de distelvlinder en de distelvink, beter bekend als het puttertje. Van de week werd mij nog uitgelegd dat de distel zelfs streng verboden is, volgens gemeentelijke verordening en al, omdat hij zichzelf nogal verspreidt, wat dan niet zo leuk zou zijn voor de boeren. Nou ben ik recalcitrant genoeg om dan te denken dat boeren ook wel eens iets verspreiden wat niet zo leuk is, om het eufemistisch uit te drukken, om van sommige van mijn medetuinders maar niet te spreken, dus ben ik niet onmiddellijk geneigd die paar distels die op mijn tuin staan uit de grond te trekken. Al ben ik dan wel weer inschikkelijk genoeg om na de bloei in elk geval de pluizen weg te halen. Wat jammer is voor de puttertjes, maar de kaardebollen staan er dan nog wel, en de lieve vrede is ook wat waard.

Pracht en praal

Pracht en praal

Misschien is ie verdwaald, want hij zit hier op het welig tierend boerenwormkruid, maar we hebben dus de aardappelprachtwants op visite. Heeft feitelijk niet echt iets te zoeken op mijn tuin want aardappels, daar doe ik niet aan, maar is evengoed van harte welkom. Waarom niet. Het lijkt net of ie ons vragend aankijkt - waar vind ik de aardappels, allicht - maar dat is onze eigen invulling; het is een blindwants, lees ik, en die heet zo omdat, in tegenstelling tot de meeste andere wantsen, de ogen ontbreken. Wat die twee toch duidelijk oog-achtige bollen links en rechts van z'n kop dan wel zijn, kom ik zo één twee drie niet te weten, maar ze zullen er wel niet voor niks zitten. Nou is aardappelprachtwants al een schitterende naam natuurlijk, maar het valt op dat wantsen over het algemeen nogal overtuigd zijn van eigen schoonheid. De aardappelprachtwants, lees ik namelijk, kan soms lijken op de luzernesierblindwants, de vierpuntsierblindwants en de roodgetekende prachtblindwants. Met zulke superlatieve namen moet het wel jammer zijn geen ogen te hebben.

Een lust voor het oog

Een lust voor het oog

Het roze, bergachtig landschap waar dit vliegje doorheen wandelt, is mijn vinger. Dat rimpelige stukje in het midden, bedoel ik. Het vliegje is dan ook niet veel groter dan twee, hooguit tweeëneenhalve millimeter. Nauwelijks waarneembaar. Toch heeft het de moeite genomen een mooi en feestelijk pak aan te trekken. Moet je kijken zeg. Dat geel. Die fraaie zwarte ornamenten op de rug. Dat zacht afgerond driehoekig afwerkkapje. Dat vrolijke rijtje stipjes midden over z'n hoofd, die melancholieke Panda-ogen, die lieve klungelige bungeltjes aan de voorkant. Die iriserende minivleugeltjes, waarmee dus nog gevlogen kan worden ook. Een lust voor het oog. Kon je het maar zien, zou je zeggen. Het is een halmvlieg, weet de app. Ook wel grasvlieg genoemd, lees ik elders op het web. Waarschijnlijk omdat de larven vooral in grassen leven. Wereldwijd komen er zo'n tweeduizend soorten van voor, waar verder niet al teveel over bekend is, laat staan van dit specifieke exemplaar. Wel lees ik dat ze geneigd zijn in grote zwermen te vliegen. En huizen binnen te dringen. Om voor overlast te zorgen. En opeens zie ik de fruitvliegjes voor me, die thuis boven de fruitschaal rondhangen, met z'n miljoenen, wat je er ook aan probeert te doen. En weet ik niet meer of ik het nog wel zo'n leuk en mooi en schattig vliegje vind. Met dat overdreven, hysterische pak.

Voor de vriendschap

Voor de vriendschap

Pas in tweede instantie zag ik een pootje. Ik stond de composthoop te keren en door schade en schande wijs geworden deed ik dat met de hand, in plaats van met een riek of een schop, want voor je het weet hak je het een of ander diertje dat zich in jouw composthoop heeft verstopt in tweeën. Zelfs bij een worm vind ik dat al naar, word ik al overmand door schuldgevoel, laat staan bij een pad, of een muis, of een jong ratje of weet ik veel wat er nog meer in huist. Een slangetje, dacht ik nu dus bijvoorbeeld. Geen idee of die zich hier ophouden, op het complex, maar mocht het zo zijn, dan hoop ik toch in mijn composthoop. Ik dacht het maar heel even, in eerste instantie dus, want toen zag ik dat pootje. En een slang heeft geen pootjes. Een kleine watersalamander, aldus de bekende app. Ook hartstikke leuk. De algemeenste watersalamander van Nederland. Nog steeds hartstikke leuk. Heeft een voorkeur voor kalkrijk, voedselrijk zoet water, omgeven door terrein met dichte begroeiing en andere dekking waarin de landfase kan worden doorgebracht. Aldus nog steeds de app. Nou, de landfase komt hij wel door, in mijn ongeschoffelde wildernis, maar als ik hem langer te vriend wil houden kan ik mijn minivijver misschien maar beter wat uitbreiden.

Geen vlieg kwaad

Geen vlieg kwaad

Ja, een vlieg, zul je zeggen. Gadver, misschien nog erachteraan. Want vliegen hebben geen aangenaam imago. En inderdaad hebben ze onsmakelijke manieren en eetgewoontes die ik hier maar even niet nader omschrijf. Kunnen ze bijzonder irritant om je hoofd heen blijven zoemen, overal op komen zitten, laten ze zich daarbij maar nauwelijks wegjagen en als je ze dood probeert te slaan, zijn ze je meestal te snel af. Allemaal waar. En okay, ik geef het toe, ik sla er ook wel eens eentje dood. Maar nooit op de tuin, die is insectenvriendelijk tenslotte. En de vlieg in kwestie moet het dan ook wel heel bont maken. In principe ben ik van het soort hij doet geen vlieg kwaad. Probeer ik te zijn in elk geval. Dit is trouwens een dambordvlieg. En als je je even over je eventuele en misschien terechte afschuw heen zet, is het toch ook gewoon een prachtig dier.

Als een kenner

Als een kenner

Oefening baart kunst, luidt het gezegde. Als je maar vaak genoeg steeds dezelfde vlinders door de app haalt, ga je uiteindelijk een keer onthouden wie wie is. Zoals dit bont zandoogje. Bij mijn wandelingen op het vakantieadres kom ik ze ook zeer regelmatig tegen. Vliegen ze soms een eindje met me op. Bont zandoogje, mompel ik dan voor me uit , als een kenner.

Op eigen kracht

Op eigen kracht

Schreef ik een paar dagen geleden niet over de Tronkenbij, die ik had aangetroffen op het bloeiend Groot Koeienoog? Dat het helpt, bij de herkenning, wanneer je er wat over leest? Honderd procent garantie krijg je niet, maar dat er toch ook een kans is dat er iets blijft hangen? Nou.. Van de Tronkenbij kon ik mij dus, toen ik dit beestje over mijn Groot Koeienoog zag paraderen, nog goed herinneren dat hij zo'n mooi tonvormig gestreept achterlijfje had, plus een voorkeur voor gele bloemen, en dat ze stuifmeel verzamelt op haar buik door met haar achterlijf op de bloem te kloppen. Dat kon dus niet missen dacht ik, alles klopte, dit was een Tronkenbij die stuifmeel bij elkaar liep te trommelen. Ik was buitengewoon ingenomen met mijn geheel op eigen kracht en vernuft uitgevoerde determinatie. Ter controle, of beter gezegd ter meerdere eer en glorie van mezelf, legde ik de foto ook voor aan Obsidentify. En die kwam met het twijfelhartige behangersbij onbekend. Maar ja, daar nam ik toen allang geen genoegen meer mee.

Schoonheid

Schoonheid

Ik mag wel eens mopperen over die lastige insecten, die altijd net wegvliegen als je een foto van ze wilt maken. Dat zo'n foto dan ook meestal gedoemd is te mislukken. Dat je eindigt met iets onscherps, iets bewogens, iets dat lelijk te veel is ingezoomd of iets vaag groens waar net nog een insect zat. En dat terwijl ik nog wel het beste voor heb, met de insecten. Van mij niks te vrezen. Maar kijk, deze Dagpauwoog heeft medelijden en toont geduldig zijn schoonheid. Haar schoonheid. Dat weet ik niet.

Beginnerswerk

Beginnerswerk

Zo heel af en toe gebeurt het dat ik een beestje langs zie komen waarvan ik de naam weet, inmiddels. Of denk te weten. Bijna goed heb. Of waarvan ik na het opzoeken denk: oh ja! Veel vaker heb ik geen flauw idee. Wat wel helpt, heb ik gemerkt, is dat het makkelijker te onthouden valt wanneer je er wat informatie over leest. Zoals over deze Tronkenbij, bijvoorbeeld. Dat die stuifmeel verzamelt door met het achterlijf op de bloem te kloppen, en het vervolgens op de buik vervoert, zoals op deze foto ook wel te zien is. En kijk, dat is dan iets waarvan ik denk: dat zou wel eens kunnen blijven hangen. Net als het weetje dat ze voornamelijk stuifmeel van gele bloemen verzamelt. Maar goed, dan lees ik ook meteen weer dat de Tronkenbij sterk gelijkt op de Klokjesbij. Of andersom. Dus het blijft beginnerswerk.

Krekels zijn nooit groen

Krekels zijn nooit groen

Is het groen, dan is het géén krekel. Van wie ik die vuistregel heb opgestoken weet ik niet meer, en dat is natuurlijk jammer, maar de vuistregel zelf heb ik dan toch in elk geval onthouden. Krekels zijn nooit groen. Alleen Japie Krekel dus, van Pinokkio, maar dat is een jokkebrok zoals we weten. En Walt Disney vond het verder ook wel best blijkbaar, al denkt de halve wereld nu dat als ie iets groens weg ziet springen, het een krekel is. Dit is dus een sprinkhaan. Een 'spitskopje onbekend' volgens Obsidentify. Na enig eigen netonderzoek meen ik te denken dat het een zuidelijk spitskopje is, dat, zoals de naam al aangeeft, vooral in het zuiden voorkomt maar door de klimaatverandering ook naar noordelijkere streken trekt. Zoals mijn volkstuin dus. Waar ie in de ruigte van grassen en andere dichte begroeiing zijn ideale biotoop heeft gevonden. Want uit het feit dat deze hier nog geen vleugels lijkt te hebben maak ik dan ook nog op dat het wel eens een jong exemplaar zou kunnen zijn.