Fladderen en hobbelen

Fladderen en hobbelen

Het wemelt van de vlinders op de tuin, op het moment. Overal zie ik ze fladderen, van verbena naar groot koeienoog naar braam en verder. Grote vos, kleine vos, dagpauwoog, zandoogje, koolwitje.. de usual suspects, zeg maar. Een vrolijkmakend gezicht. Ik hobbel er vaak achteraan, telefoon in de aanslag, voor een liefst spectaculaire natuurfoto, maar dat valt dus nog niet mee. En dan niet eens vanwege het feit dat het maar een telefoon is, die ik in de aanslag heb. Het is vooral dat ze je al van verre aan zien komen en maken dat ze weg zijn, fladderend en al. Dus ben ik al blij als ik er zo af en toe eentje überhaupt op de foto krijg, zoals dit groot koolwitje, al is het wat onscherp, en net een beetje lullig aangesneden. Dan maar niet spectaculair, denk ik dan maar.

Vermomd

Vermomd

Je kunt wel zien hoe deze Blinde Bij aan z'n naam komt, met die grote zwarte zonnebril op zijn neus. De namen Stevie Wonder, Ray Charles en Jules de Corte dringen zich op. Maar de Blinde Bij kan uitstekend zien, en een bij is het ook niet. Het is een meester in vermommen. Lijkt op een bij, gedraagt zich als een bij, maar is een zweefvlieg. Een zweefvlieg die geen zin heeft om opgegeten te worden en zich daarom stoerder voordoet dan ie is, want steken, dat kan ie niet. Moet ie misschien alleen nog een beetje uitkijken voor de bijeneter.

Trrrt (ong. 1 sec.)

Trrrt (ong. 1 sec.)

Waar ik loop, op de tuin, springen ze voor m'n voeten weg. Sprinkhaantjes, noem ik ze maar even, voor het gemak. Ze laten zich lastig fotograferen, zo snel zijn ze. Ze zijn ook lastig te determineren, lees ik, want daarbij gaat het om zulke minimale verschillen dat je er kregel van zou worden. Ik verlaat me gewoontegetrouw geheel en al op de Obsidentify app die mij verzekert dat dit in elk geval een Kustsprinkhaan is. Die weliswaar op de Krasser lijkt, en op de Zompsprinkhaan, maar langere vleugels heeft, en een donkere achterknie. En op de Weidesprinkhaan, maar die is in Nederland slechts één keer waargenomen, dus dat zou op mijn bescheiden volkstuintje dan wel erg uitsloverig zijn. Het geluid wordt omschreven als het ritsen van boekpagina's langs een duim. Trrrt (ong. 1 sec.) Kijk, dat vind ik nou leuk, al heb ik het nog niet gehoord.

Dikke sprieten

Dikke sprieten

Dit is ook weer zo'n diertje dat je pas ziet als je er met je neus bovenop staat. Wat zal het zijn? Vier millimeter, hooguit. Je vindt het alleen wanneer je het niet zoekt en je kunt het niet zoeken, want je wist niet dat het bestond. En zo klein als ie is, zo wijdlopig is z'n naam: Slanke Diksprietblindwants, namelijk, toe maar. Dat ie dikke sprieten heeft, dat is te zien. Of ie slank is weet je pas wanneer je de dikke diksprietblindwants ernaast ziet, als die bestaat, maar dat zal dan haast wel. En blind wordt ie genoemd omdat hij, in tegenstelling tot andere wantsen, geen puntogen heeft. Het is alles van Obsidentify geleende kennis. Leeft op verschillende planten en struiken door aan knoppen en vruchten te zuigen, maar, let op, ook aan bladluizen, eieren van rupsen en bladhaantjes, en aan rupsen van spinselmotten. En dat vind ik dus het mooie van zo'n tuin als stukje natuur. Je kunt eens last hebben van bladluizen, rupsen of bladhaantjes, de oplossing dient zich op den duur vanzelf wel weer aan, als je de boel een beetje z'n gang laat gaan.

Moedergevoelens

Moedergevoelens

Lief, is waarschijnlijk niet het eerste woord dat in je opkomt als het over spinnen gaat. Eerder het laatste, denk ik. Als het dan ook nog gaat om een wolfspin zouden bij veel mensen wel eens meteen de stoppen kunnen doorslaan. Maar kijk eens, deze wolfspinmoeder draagt haar talrijk kroost op de rug met zich mee. Ik schreef hier al eerder over de wolfspin, die ik in maart al door mijn nog zo goed als kale tuin rond zag struinen, en die, had ik toen gelezen, enige broedzorg zou verlenen. Ik wist toen niet zo goed wat ik me daar precies bij voor moest stellen, een spin met moedergevoelens, maar nu dus wel. Ik geef toe, heel aaibaar ziet het er niet uit, maar lief, ja, dat is het wel.

Janboerenfluitjeswesp

Janboerenfluitjeswesp

Bij mijn meest recente rondje door de tuin kwam ik van de week opeens weer allerlei insecten tegen. Eigenlijk voor het eerst dit jaar. Het kan zijn dat ik eerder niet goed keek, of dat ze er nu pas zijn, het kan ook zijn dat het waar is wat ze zeggen, dat het steeds slechter gaat met de insecten. Veelzeggend in dat kader is misschien ook dat ik bij het zoeken naar wat informatie over deze of gene vlieg of rups of wesp vaak als eerste te lezen krijg hoe je die zou moeten bestrijden. Hoe schadelijk ze wel niet zijn. Zo ook bij deze knollenbladwesp. Wat natuurlijk een grappige naam is, knollenbladwesp. Klinkt een beetje alsof je hem niet serieus hoeft te nemen. Een Janboerenfluitjesnaam. Die ook niet helemaal lijkt te kloppen want de larven, schijnrupsen weet ik inmiddels, houden vooral van het blad van de mosterdplant. In de mosterdteelt zijn ze dan ook niet populair, wat dan misschien ook wel weer te begrijpen valt. Ik vond het wel een aardig beestje, want waar de meeste insecten niet weten hoe snel ze zich uit de voeten moeten maken als ik eraan kom, met mijn camera in de aanslag, bleef deze knollenbladwesp onaangedaan zitten terwijl ik m fotografeerde. Ik kreeg zelfs de indruk dat hij terug zat te kijken.

Kwartje

Kwartje

Ik kon het niet meteen thuisbrengen, dit beestje. Was het wel een beestje, vroeg ik me zelfs even af. Leeft het? Is het dood? Is het een schelpje, een rare slak? En wat zijn die witte sterretjes aan de achterkant? Of is dat de voorkant? Aziatisch lieveheersbeestje, hielp Obsidentify mij weer eens uit de brand. De larve van, begreep ik toen, maar het bleef raar. Tot ik later op de middag een filmpje van mijn dochter kreeg toegestuurd dat zij in haar 1000soortentuin had gemaakt van een lieveheersbeestje dat uit zijn of haar pop kruipt. Toen pas viel het kwartje. En begreep ik dat ik er wat langer bij had moeten blijven staan. Dan had ik iets bijzonders meegemaakt..

Blauwtje

Blauwtje

Dat zie je toch niet vaak, blauwe dieren, zeker niet boven water, meende ik, zeker niet in Nederland. Maar deze rups is het, blauw. Dus ik dacht, simpel als ik ben, misschien wordt het wel een Icarusblauwtje. Of een gewoon Blauwtje, desnoods. Dat zou wat wezen, want hij was bepaald niet in zijn eentje, deze rups. Maar zo simpel als ik zit de natuur niet in elkaar en dat is misschien maar goed ook. Wat we hier hebben is de larve van de Monostegia Abdominalis. Hoewel algemeen voorkomend in ons land ontbreekt een Nederlandse naam. Het wordt geen vlinder, het is zelfs geen rups, het is een bastaardrups. Dat kun je zien, lees ik niet voor het eerst, aan de pootjes. Alleen de eerste drie setjes van twee zijn echte pootjes, de rest zit er voor de sier. Ik moet dat proberen te onthouden. Wordt zo'n 18 mm, lees ik ook, en als ie groot is wordt het een bladwesp, van 8 mm. Maximaal. Oranje. Bladwespen worden ook wel zaagvliegen genoemd, vanwege het puntje aan het achterlijf van de vrouwtjes, dat wat lijkt op een zaag. Hiermee legt ze haar eitjes in de waardplant. In dit geval de wederik. Wederikwesp zou dus een heel aardige naam zijn. Mannetjes zijn er niet veel van, lees ik verder, en die zijn ook niet zo nodig want de Monostegia Abdominalis plant zich voornamelijk ongeslachtelijk voort. Dat is nog eens een blauwtje lopen.

Keramiek met zulk dessin

Keramiek met zulk dessin

Hij zit nu even op het oranje havikskruid, maar het is dus een andoornschildwants. Waarschijnlijk op doorreis van de ene bosandoorn naar de andere, want dat is, lees ik, de voornaamste waardplant en die staan er best veel omheen. Of hij houdt van variatie, dat kan ook. In elk geval, moet je zien wat een prachtig beestje, zo klein als het is. Keramiek met zulk dessin, ik zou het kopen. Prachtbronsschildwants is dan ook de meer poëtische oude naam. En Obsidentify houdt het op een zuinig vrij algemeen, elders op het net lees ik dat het buiten het oosten en zuiden van het land een schaarse verschijning is, en dat het in de kuststreek, hier dus, zelfs bij slechts enkele waarnemingen blijft. Waarvan deze er dan dus één is. Dank u.

De vier plagen van de Els

De vier plagen van de Els

De zwarte els blijkt een populaire gastheer te zijn voor allerlei insectenvolk. Zo waren daar al de (bastaard)rupsen van de elzenbladwesp, met hun vrolijk ballet, hun gechoreografeerde schranspartij, inmiddels allemaal als bij toverslag verdwenen om ergens tot wespjes te verpoppen, met achterlating van een zo goed als kale boom. Niet veel later trof ik een kevertje dat al een grillig spoor in één van de niet door rupsen weggevreten bladeren had getrokken, het elzenhaantje, volgens Obsidentify. Op weer een ander blad zag ik vier mysterieuze oranjebruine vlekjes waarvan Obsidentify geen idee heeft, dus ik al helemaal niet, al vond ik ze wel mooi, en tot slot vond ik vandaag een opgerold blad waarvan ik meen te weten dat dat door bladrollers wordt gedaan. Dat zal in dit geval dan wel een elzenbladroller zijn. Gelukkig heb ik meer dan één els in de tuin.